Belichting: samenhang tussen diafragma, sluitertijd en ISO-waarde

avond-nacht-fotografieElke maand besteden we speciale aandacht aan een nieuw boek uit het fonds van Van Duuren Media. Het boek van de maand januari is Focus op Fotografie: Avond- en nachtfotografie van Jeroen Horlings en Kees Krick. Op het blog geven we wat voorproefjes uit het boek. Dit is het begin van hoofdstuk 5 over het maken van de juiste belichting van een foto. In dit eerste voorproefje uit het boek worden diafragma, sluitertijd en lichtgevoeligheid behandeld. Het tweede deel uit het hoofdstuk vind je HIER, het derde HIER. Het interview met de beide auteurs vind je HIER en HIER. (H.F.)

’s Avonds laat en ’s nachts zijn wij sterk afhankelijk van kunstmatige lichtbronnen. Want de zon is al een tijd onder, zodat het zonlicht niet meer rechtstreeks op het aardoppervlak valt. We kunnen dan alsnog binnenshuis zien, over straat lopen, of met de auto op pad gaan, omdat er kunstlicht is. Denk aan schemerlampen, zaklantaarns, autolichten en lantaarnpalen. Zijn er geen kunstmatige lichtbronnen, dan is het aardedonker en valt er niets te zien. Een onverlicht gebouw is niet interessant om te fotograferen, hoe fraai de gevel overdag ook mag zijn. Vandaar dat we bij avond- en nachtfotografie graag op zoek gaan naar plekken met mooi licht. Vervolgens is het de kunst om die goed belicht op de foto te zetten.

Belichting

Belichten houdt in dat we de camera voldoende licht laten verzamelen om een mooie foto te maken. Een foto die naar uw smaak niet te licht en ook niet te donker is. Is de foto maar een beetje te licht of te donker, dan is dat eigenlijk nooit een probleem. Want in de nabewerking is dat prima te herstellen. Is de afwijking groot, dan is er soms geen redden meer aan. De foto is nog wel wat te verbeteren, maar echt fantastisch wordt het vaak niet meer. Kortom, liever meteen een goed belichte foto, dan dat we er achteraf veel tijd en energie in moeten stoppen.

Elke camera kent drie belangrijke instellingen waarmee de belichting wordt bepaald. Dat zijn het diafragma, de sluitertijd en de lichtgevoeligheid (ISO-waarde). U hebt er in hoofdstuk 3, Basisinstellingen, kennis mee gemaakt.

Diafragma, sluitertijd en ISO-waarde bepalen samen de totale lichthoeveelheid, oftewel de belichting (100 mm, f/11, 4 sec, ISO 100).
Diafragma, sluitertijd en ISO-waarde bepalen samen de totale lichthoeveelheid, oftewel de belichting (100 mm, f/11, 4 sec, ISO 100).

Drie-eenheid

Er zijn dus drie instellingen nodig om een goed belichte foto te krijgen. U mag zelf beslissen of u ze allemaal aan de camera overlaat, of u er zelf een deel van wilt instellen, of dat u ze allemaal handmatig instelt. Laat u alles aan de camera over, dan kiest u voor een automatische camerastand zoals Auto of de P-stand. Wilt u alleen het diafragma of de sluitertijd instellen, dan komt u uit bij een halfautomatische camerastand zoals de Av- en de Tv-stand. Hierin kunt u eventueel zelf de lichtgevoeligheid instellen of dit automatisch laten regelen. Om alle drie de instellingen handmatig in te stellen, selecteert u de M-stand. Afhankelijk van de situatie kiest u wat u het best uitkomt door een bepaalde camerastand te nemen. Zolang de camera een prima belichting kiest, volstaat een automatische of halfautomatische camerastand. Maar maakt het toestel er een potje van, of wilt u zelf volledig grip op de foto hebben, overweeg dan om over te schakelen naar de handmatige stand.

Tijdens de belichting van de foto komt het licht dat door de lens stroomt op de lichtgevoelige beeldsensor van de camera terecht. Om een goede foto te krijgen, hoeven we alleen te zorgen dat dit de juiste hoeveelheid licht is. Dat is alles. Te veel licht zorgt voor een overbelichte (te lichte) foto en te weinig licht voor een onderbelichte (te donkere) foto. Diafragma, sluitertijd en lichtgevoeligheid (ISO-waarde) zijn lichtregelaars. Met deze drie instellingen kunt u de hoeveelheid licht precies doseren, zodat u onder nagenoeg alle lichtomstandigheden prima kunt fotograferen. In een (niet bestaande) wereld waar het licht altijd en overal hetzelfde is, zouden deze drie lichtregelaars overbodig zijn. Een camera met een vaste belichting zou dan volstaan.

De drie instellingen vormen een drie-eenheid. Samen bepalen ze de belichting.

Diafragma

De eerste lichtregelaar is het diafragma. Het bevindt zich in de lens van de camera en is een opening die groter en kleiner gemaakt kan worden. Het diafragma wordt ook wel lensopening genoemd. Een grote opening laat veel licht door, een kleine juist weinig. Vergelijk het met een waterkraan. Draai hem ver open en het water gutst eruit, zet hem op een kiertje en het water druppelt. Het diafragma kan in stapjes geopend en weer gesloten worden. Omdat we het op de camera willen instellen en dus concreet moeten maken, wordt dit met een getal aangeven en dat is diafragmawaarde. Die getallen zien er wat vreemd uit als u er niet regelmatig mee werkt. Het is vooral belangrijk om te onthouden dat een kleine diafragmawaarde betekent dat het diafragma ver open staat, oftewel een grote lensopening die veel licht doorlaat. Een grote diafragmawaarde betekent het tegenovergestelde: het diafragma is klein, dat is dus een kleine lensopening die maar weinig licht doorlaat.

Sluitertijd

Het diafragma regelt hoeveel licht er tegelijkertijd door de lens stroomt. Meer of meer licht dus. Het tweede mechanisme in de camera is de sluiter. Dit is een soort gordijn of schuifdeur die de sensor in de camera afdekt. Gesloten valt het licht dat door de lens stroomt dus op een ædoekÆ. Het bereikt de sensor niet en u kunt geen foto maken. Dat is ook de bedoeling. Pas zodra u de ontspanknop indrukt om een foto te maken, schiet de sluiter open, zodat het licht de sensor kan bereiken. Dit is de start van de belichting. Zodra er genoeg licht is verzameld, klapt de sluiter dicht. Einde belichting. Kortom, de sluiter bepaalt alleen hoe lang er licht op de sensor valt. Die tijdsduur wordt de sluitertijd of ook wel de belichtingstijd genoemd. Diafragma bepaalt hoeveel licht er tegelijkertijd door de lens stroomt, sluitertijd bepaalt hoe lang dat licht op de sensor schijnt. Als we naar de waterkraan teruggaan, is de sluitertijd de tijd dat de kraan openstaat. Overdag is de sluitertijd zeer kort. Duizendsten, honderdsten of hooguit tienden van een seconde. Avonds en nachts kan dit makkelijk oplopen tot seconden en zelfs minuten.

Kies een sluitertijd die snel genoeg is als u uit de hand wilt fotograferen (50 mm, f/1.4, 1/60 sec, ISO 800).
Kies een sluitertijd die snel genoeg is als u uit de hand wilt fotograferen (50 mm, f/1.4, 1/60 sec, ISO 800).
Licht doseren

Voordat we het derde mechanisme toelichten, de ISO-waarde, laten we zien hoe diafragma en sluitertijd in uw camera samenwerken om tot een belichting naar wens te komen. We kijken eerst weer naar de waterkraan. Stel dat u een emmer wilt vullen met water. Dan kunt u de kraan volledig opendraaien, zodat het water eruit gutst. Wel eerst de emmer eronder zetten natuurlijk. De emmer is nu snel vol, het kost weinig tijd. Terug naar de camera, betekent het dat u bij een groot diafragma (grote lensopening) slechts een korte sluitertijd nodig hebt om veel (voldoende) licht te verzamelen.

Draait u de kraan maar een klein stukje open, dan stroomt het water langzaam in de emmer en duurt het langer voordat hij vol is. Oftewel, bij een klein diafragma (kleine lensopening), hebt u een lange(re) sluitertijd nodig. Althans, om tot dezelfde belichting te komen. U hebt dus de keuze om een emmer snel of langzaam te vullen met water. Hetzelfde geldt voor uw camera. U kunt snel een foto maken of juist langzaam.

Waarom is dat belangrijk, dat een foto snel maar ook langzamer gemaakt kan worden? Dat er meerdere combinaties van diafragma en sluitertijd zijn die dezelfde belichting geven? In het voorbeeld van een waterkraan en een emmer maakt het niet zoveel uit. Uiteindelijk raakt de emmer wel vol, het is een kwestie van korter of langer wachten.

Maar als we terugkeren naar de camera, blijkt dat er afhankelijk van het diafragma en de sluitertijd allerlei effecten in een foto te zien zijn. Ze bepalen in sterke mate het uiterlijk van de foto. Dit bespreken we uiteraard uitgebreid in dit boek. Voor nu is het belangrijk om te onthouden dat er talloze variaties van diafragma en sluitertijd bestaan die exact dezelfde belichting opleveren.

Onder meer het diafragma en de sluitertijd gebruiken we om de gewenste belichting te krijgen (24 mm, f/8, 1.3 sec, ISO 100).
Onder meer het diafragma en de sluitertijd gebruiken we om de gewenste belichting te krijgen (24 mm, f/8, 1.3 sec, ISO 100).
Lichtgevoeligheid

Er is nog een derde lichtregelaar in uw camera. Dat is de lichtgevoeligheid van de beeldsensor en die wordt aangeduid met een ISO-waarde. Elke sensor heeft een ‘basislichtgevoeligheid’. Met een instelling kan deze lichtgevoeligheid worden opgevoerd, zodat het lijkt of de sensor plotseling meer licht ziet dan er in werkelijkheid is. Het is een elektronisch trucje. Als er weinig licht is, kunt u het diafragma helemaal openzetten, zodat de maximale hoeveelheid licht er doorheen komt. Als er dan nog steeds niet genoeg licht is, kunt u de sluitertijd verlengen, zodat de camera uiteindelijk voldoende licht kan verzamelen voor een goed belichte foto. Waar is dan de ISO-waarde voor nodig? Soms willen we het diafragma niet helemaal openzetten, of kunnen we niet zo lang wachten om al dat licht te verzamelen.

Om de belichting sneller te laten verlopen, kunt u een hogere ISO-waarde kiezen. Het lijkt nu of de sensor lichtgevoeliger is. De ISO-waarde is onze redder in nood. Ideaal is het niet. Want omdat het een elektronisch trucje is, een soort lichtversterking, gaat de beeldkwaliteit achteruit. Dat merkt u in het begin niet, maar als de ISO-waarde hoog wordt, ontstaat er ‘storing’ in beeld. Een beetje alsof u op een ouderwets televisietoestel net naast de zender zit. Er ontstaat ruis. Spikkels die niet in de foto thuishoren.

TIP • Stel ISO-waarde laag in Moderne camera’s gaan beter met ruis om. Dus zijn hogere ISO-waarden beter bruikbaar. Voor de beste beeldkwaliteit, is het zaak om de ISO-waarde zo laag mogelijk in te stellen als de lichtomstandigheden toelaten.

Geef een reactie