Categoriearchief: Interviews

Peter Doolaard: ‘De manier waarop in Windows 10 systeemherstel werkt, vind ik een van de goede vernieuwingen’

windows10Het boek van de maand Het Complete Boek Windows 10 is geschreven door een auteurscollectief bestaande uit Peter Doolaard, Peter Kassenaar, John Vanderaart, Erwin Olij en Bob van Duuren. Peter Doolaard schreef de update van het boek van Windows 8.1 naar Windows 10. ComputerCreatief ging bij Peter op bezoek in zijn landelijk gelegen boerderij vlakbij Schoonhoven, om te praten over Het Complete Boek Windows 10 en over de belangrijke vernieuwingen en veranderingen in Windows 10.

Het boek is nogal een pil met in totaal 720 pagina’s! Hoe werken jullie samen aan zo’n dik boek?
Peter Doolaard: ‘Het is een dik, prestigieus boek geworden, met alles wat je over Windows 10 wilt weten. De eerste versie van het boek behandelde Windows 7 en vanaf dat moment is het boek steeds bijgewerkt. We schrijven het niet telkens van de grond af opnieuw, er is een deel van Windows dat op dezelfde manier blijft werken. Er is altijd één van de auteurs van het team die de update maakt en dat was ik deze keer. Vorige keer heeft Erwin Olij het gedaan. Peter Kassenaar heeft zijn Handboek Windows 10 en dat zit hier voor een deel in. De eerste acht hoofdstukken in ‘Het Complete Boek Windows 10’ zijn het werk van Peter Kassenaar en de twintig andere hoofdstukken zijn voor het grootste deel van mij. John Vanderaart heeft ooit een stuk over beveiliging en over netwerken geschreven, ik heb voor Het Complete BoekWindows 7 het hele netwerkdeel herschreven op basis van zijn informatie. En van Erwin Olij en Bob van Duuren bevat ons boek stukken uit ‘Ontdek Windows 10’ en ‘Leer je zelf Snel Windows 10’. Die boeken zijn oppervlakkiger dan dit complete boek, dus zijn die onderdelen flink aangevuld.’
Lees verder Peter Doolaard: ‘De manier waarop in Windows 10 systeemherstel werkt, vind ik een van de goede vernieuwingen’

Bert Venema: ‘De kunst is een mooi filmpje te maken dat niet te lang duurt…’

Bert Venema is freelance auteur en heeft enkele titels over digitale videobewerking en digitale audio op zijn naam staan. Daarnaast was hij jarenlang columnist voor Color Graphics Magazine. Voordat Bert ging schrijven, was hij officier bij de Marine, waar hij onder andere Bottelier was, verantwoordelijk voor inkoop van bijvoorbeeld levensmiddelen, dranken en kleding. Maar we kwamen voor Bert als auteur van boeken en specifiek voor zijn nieuwe boek Ontdek Pinnacle Studio 19 Ultimate.
Hoe is hij begonnen met schrijven?

Bert Venema: ‘Dat is eigenlijk ook bij de marine begonnen. Ik werd in 1982 gevraagd om les te gaan geven op de logistieke school van de marine, onder andere over voedingsadministratie en de voorschriften die daarbij horen. Daarvoor moest ik mijn eigen lesmethodiek ontwikkelen. Op basis van ervaring bracht je je kennis over op nieuwe onderofficieren en daar kreeg ik een bepaalde vaardigheid in. In die tijd begon ook de kantoorautomatisering, er kwamen personal computers. Ik kreeg als een van de eersten een PC en daardoor is mijn interesse voor computers ontstaan. Ik kocht zelf een Commodore 64. Het was pionieren met die eerste computers. Je ging elk weekend naar beurzen als de ComputerDumpdagen in de RAI van de Sala-broers. Voor de uitgeverij van die broers ben ik gaan schrijven. Eerst artikelen voor Commodore Info en daarna een boek over het besturingssysteem Geos 2.0. Nu schrijf ik voor Van Duuren Media voornamelijk over video en videomontage.’
Lees verder Bert Venema: ‘De kunst is een mooi filmpje te maken dat niet te lang duurt…’

Wiebe de Jager: ‘Lees voor je begint de gebruiksaanwijzing van je drone!’

Wiebe de Jager is een enthousiast amateur-dronepiloot en fotograaf. Hij schreef het boek van de maand oktober Focus op Fotografie: Dronefotografie en schrijft op www.dronewatch.nl over de ontwikkelingen op het gebied van de ‘onbemande luchtvaart’. ComputerCreatief had een interview met hem over zijn boek, over drones en de regelgeving waar je mee te maken krijgt als je met een drone wilt gaan vliegen.

Hans Frederiks: Ben je fotograaf van beroep?
Wiebe de Jager: ‘Ik ben geen beroepsfotograaf. Ik doe veel dingen op het gebied van online marketing en websites. Ik heb veel geblogd, allerlei websites gerund, allemaal niet specifiek op het gebied van fotografie. Ik heb al zo’n acht jaar een website op het gebied van digitaal lezen en dat is de meest bezochte website over dit onderwerp. Ik heb geschreven over wearable technology, smart watches en dergelijke, meestal allemaal in mijn vrije tijd.’
‘Ik begon met fotografie tijdens een reis in Australië in 2001. Ik had een compactcamera bij me en ik vond het jammer dat ik die mooie landschappen niet echt goed kon fotograferen. Ik heb daar mijn eerste spiegelreflex gekocht, een analoge Pentax. Daarna kocht ik mijn eerste digitale camera, dan mijn eerste digitale spiegelreflex, en dat breidde zich steeds verder uit. Op reis heb ik nu altijd wel een flinke backpack bij me met objectieven en camera’s. Het werd een vrij serieuze hobby.’

Hoe maakte je de stap naar het fotograferen met een drone?
‘Ik had allerlei vormen van fotografie beoefend. Macrofotografie, fish-eye-fotografie, met speciale filters gewerkt en timelaps gemaakt en ik was toe aan een nieuwe stap. Begin vorig jaar las ik over drones, dat die ineens binnen handbereik kwamen van stervelingen zoals wij. Het leek me heel erg leuk om op die manier met fotografie in de weer te gaan. Ik oriënteerde me online en ik heb er online een gekocht.’
Lees verder Wiebe de Jager: ‘Lees voor je begint de gebruiksaanwijzing van je drone!’

Phil Clevenger: ‘We wilden complexiteit verbergen’

In 2007 was Lightroom nog een ‘jonge’ applicatie, met een interface die vernieuwend was. Telefonisch kon ik in 2007 vanuit Amsterdam Phil Clevenger interviewen, die aan de basis stond van die interface. Het is aardig om, nu er zoveel te doen is over de aanpassingen in de laatste versie van Lightroom, dit interview nog eens na te lezen.  Het interview verscheen in 2007 in Dzone 117. (Bovenstaande foto: ©George Jardine.)

Een van de meest vernieuwende gebruikersinterfaces van de laatste tijd is die van Adobe Photoshop Lightroom. De interface is uiterst rustig en helder en richt zich meteen op de taak die je wilt verrichten. Foto’s van je camera halen, ze sorteren in een module, ze ontwikkelen in een andere module, printen in weer een andere module. Heel andere koek dan interfaces met paletten en dialogen die je van je werk afleiden. Dzone sprak met Phil Clevenger, die verantwoordelijk is voor het ontwerp van de interface van Lightroom.

Hoe ben je verzeild geraakt in interfacedesign?
‘Begin jaren negentig maakte ik kennis met Kai Krause. Die was bezig met zijn eerste product, Kai’s Power Tools (KPT, een beroemde serie filters voor Photoshop, HF). Hij vroeg of ik met hem wilde samenwerken. Kai veranderde met zijn innovatieve interfaces de verwachtingen die mensen in die tijd hadden. Het eerste programma waarvoor we de interface gingen maken, was Live Picture. Ik wist niets van interfacedesign. Ik dacht dat er een vaste manier van werken was en dat er van tevoren een plan was, maar dat was helemaal niet het geval. We gingen aan tafel zitten. Hij rolde een groot vel papier uit dat de hele tafel bedekte. We pakten pennen en potloden en Kai zei: “Wat zullen we doen?” We bedachten die interface vanuit het niets. Ik vond het leuk om te doen, dus dankzij Kai Krause ben ik in interfacedesign verzeild geraakt.
Ik was productmanager voor KPT Bryce. We waren naar Parijs gegaan om met ontwikkelaar Eric Wenger te gaan werken, omdat die niet naar de VS wilde komen. Ik was er dus om met Eric te werken. Maar als Kai naar bed was ‘s avonds, zat ik aan de interface te werken. Als Kai de volgende ochtend weer wakker was, zei hij: “Wat is dit?” Ik zei dan dat ik dat gemaakt had. Hij keek er dan een beetje peinzend naar en zei: “Hmm, ik vind het leuk.” Zo bleven we bezig. De tweede versie van KTP Bryce was het eerste product waaraan ik heb gewerkt als interfacedesigner.’
Lees verder Phil Clevenger: ‘We wilden complexiteit verbergen’

Pieter Dhaeze: Ik deel ‘moeilijke onderwerpen’ in lekentaal met mijn lezers

Pieter Dhaeze is eigenaar van Artifex Graphics, bureau voor grafische vormgeving en uitgever van www.EOSzine.nl, een educatieve website op het gebied van fotografie. Daarnaast is hij docent van de cursus Digitale fotografie bij de LOI en auteur van talloze fotografieboeken bij uitgeverij van Duuren Media. Naar aanleiding van ‘Fotograferen met de Canon EOS 60D, 70D, 750D en 760D’, het boek van de maand september, stelden we hem een aantal vragen over zijn boeken, fotografie in het algemeen en de huidige technische ontwikkelingen op het gebied van fotografie.

Hans Frederiks: Hoe ben je in aanraking gekomen met digitale fotografie?
Pieter Dhaeze: ‘In 1995 ben ik gestart met Artifex Graphics en verleende ik grafische diensten aan onder andere makelaars en aannemers. Die hadden toen behoefte aan beeld voor hun aanbod van huizen voor kranten en brochures. Tot dat moment verzorgden ze dat zelf met analoge camera’s en één-uurcentrales, gereproduceerd als zwart-wit. Ik kreeg toen de beschikking over een Agfa ePhoto 307, een digitale camera van 2000 gulden met maar liefst 0,3 Mp, een vast lensje, zonder lcd-scherm of geheugenkaart en met een seriële poort. Die foto’s kon ik op mijn pc inlezen in WordPerfect en in kleur afdrukken op een HP Deskjet 500C. Destijds allemaal digitale hoogstandjes.’
‘Als techneut werd ik gegrepen door de digitale techniek en heb me in de jaren daarna als autodidact steeds verder verdiept in de grondbeginselen van fotografie in het algemeen en in digitale camera’s in het bijzonder.’
Lees verder Pieter Dhaeze: Ik deel ‘moeilijke onderwerpen’ in lekentaal met mijn lezers

Bas de Meijer: ‘Niet alles hoeft gestoken scherp. Als alles scherp is, is de foto gewoon saai’

Voor het boek ‘Tips en Trucs voor de digitale spiegelreflexcamera’ interviewde ik vier verschillende fotografen, ieder met zijn eigen specialiteit. Dit interview – uit 2009 – is met Bas de Meijer, over zijn specialiteit straatfotografie.

Bovenstaande foto is een zelfportret geschoten met een analoge Rolleiflex. ©Bas de Meijer.

Bas de Meijer – alias Rood Petje, vanwege zijn rode petje wat hij bijna altijd op heeft – fotografeert al vanaf zijn vroege jeugd. Hij is van oorsprong ingenieur, hij studeerde autotechniek op de HTS, maar ging later van zijn hobby zijn beroep maken. Naast zijn fotowerk schrijft hij over fotografie voor fototijdschriften als P/f en Digitales. Hij fotografeert graag op straat.

Hoe ben je begonnen?
‘Ik kwam erachter dat ik reportagewerk wel erg leuk vond, ik leverde wat foto’s voor een huis-aan-huiskrant, en zo is het gekomen. Ik ben bij een krant gaan werken en een tijdlang deed ik het erbij naast ander werk. Alles nog gewoon in de doka, in zwart-wit. Snel je filmpje ontwikkelen, snel in de doka afdrukken en ze dan naar de krant brengen, een mooie tijd. Later ben ik kleurennegatief gaan schieten, die ik dan scande en dan leverde ik zo digitaal. In 2003 ben ik digitaal gaan schieten, en stapte ik over van Nikon naar Canon. Sindsdien is het gegroeid en maak ik heel veel portretten, reportages en doe ik veel straatfotografie. Ik fotografeer ook voor Straatnieuws, de daklozenkrant in Utrecht, waar ik elke maand een foto lever. En ik ben ook gaan schrijven over fotografie voor Foto en later voor P/f en Digitales. Ik werk freelance: als fotograaf ben je bijna altijd freelancer, werken in loondienst is zeldzaam. Vroeger had je dat wel bij kranten, maar dat was vroeger…’
Lees verder Bas de Meijer: ‘Niet alles hoeft gestoken scherp. Als alles scherp is, is de foto gewoon saai’

Hans de Kort: ‘Het gaat niet exact om de kleur, het gaat om de sfeer’

Voor het boek ‘Tips en Trucs voor de digitale spiegelreflexcamera’ interviewde ik vier verschillende fotografen, ieder met zijn eigen specialiteit. Dit interview – uit 2009 – is met Hans de Kort, over zijn specialiteit portret- en modefotografie. In 2009 was hij erg bezig met het maken van foto’s met de iPhone, dit moment is hij bezig aan een project om zijn generatie fotografen van de jaren tachtig op de natte plaat vast te leggen. ‘Het is een machtig gebeuren om van begin te eind alles zelf in de hand te hebben; van het maken van chemicaliën tot aan het uiteindelijke vernissen van de platen.’ Het project is te volgen op Facebook.

Hans de Kort fotografeert al jaren mode en portretten voor tijdschriften als Elegance en Margriet en Flair. Liefst met bestaand licht, maar in zijn prachtige studio kan hij met kunstlicht ook alle kanten op. Naast het fotograferen met zijn Canon- en Hasselblad-camera’s fotografeert hij op dit moment heel veel met zijn iPhone.

Het op hun gemak stellen van modellen is erg belangrijk. Hoe ga je om met een model? Hoe stel je die op hun gemak?
‘Dat is toch een kwestie van je karakter, een kwestie van de persoon die dat doet. Het ligt er aan wat voor type je bent. Ik fotografeer vrij veel lezeressen en mode van de bladen als Margriet en portretten voor de Elegance, meestal personen die nooit voor de camera staan, en weet nog in het begin, dat ik dat ook totaal niet kon. Op een gegeven moment gaat het echter vanzelf. Je moet er ook niet teveel poeha van maken, je gaat wat geintjes met die modellen maken en dan is het ijs meestal meteen gebroken. Voor een deel heb je het, of heb je het niet. Als jij daar heel nerveus staat te doen, dan wordt je model vanzelf ook nerveus. Ook hier is het een kwestie van doen en veel doen.’

Canon EOS-1Ds Mark II • ISO 100 • f/5.6 • 1/200 @ 58mm. ©Hans de Kort
Canon EOS-1Ds Mark II • ISO 100 • f/5.6 • 1/200 @ 58mm. ©Hans de Kort

Lees verder Hans de Kort: ‘Het gaat niet exact om de kleur, het gaat om de sfeer’

‘Ontdek Windows 10’, het 100ste boek van Erwin Olij

Auteur Erwin Olij volgde de lerarenopleiding voor teken en schilderen, kunstgeschiedenis, fotografie en textiele werkvormen. Tijdens die opleiding waren er geen computers te zien. Wel in de portiersloge bij Cacao de Zaan, waar Erwin met zijn Commodore 64 aan een werkstuk bezig was. Toen zijn computer een tijdje te lang in de zon had gestaan en het cassettebandje waarop de Commodore 64 de bestanden opsloeg was gesmolten, raakte hij jarenlang geen computer meer aan. Als dat zo gaat met die computers…
Nu, heel veel jaren later, heeft hij 100 boeken geschreven over computers, de besturingssystemen van die computers en de programma’s die op de computers draaien. Zijn honderdste boek: Ontdek Windows 10.

Hans Frederiks: Je moet computers in eerste instantie toch al wel leuk gevonden hebben…
Erwin Olij: ‘Ik had die Commodore 64 cadeau gekregen. Ik werkte tijdens mijn studie in het weekend als hulpportier bij Cacao de Zaan. Wij studenten deelden mee in de sinterklaascadeautjes van het hele personeel en dat kreeg een Commodore 64. We hadden thuis toen al wel een Apple-kloon uit China. Je kon op de computers uit die tijd niet veel anders dan schrijven en in machinetaal programmeren, rechtstreeks programma’s schrijven voor de processor. En iedereen heeft in die tijd Basic leren programmeren. Dat was genoeg.’

Had je toen thuis wel weer een computer?
‘We hadden een IBM-kloon, ook weer uit het Oosten. Die was met MS-DOS, computers met van die groene schermen en een knipperende cursor. Voor elk programma dat je wilde gebruiken moest je er een floppy in duwen. Ik gebruikte hem voornamelijk voor schrijven: met XyWrite, WordPerfect en Word en volgens mij vergeet ik er nog een paar. Ik heb heel wat verschillende soorten tekstverwerkers voorbij zien komen.’
Lees verder ‘Ontdek Windows 10’, het 100ste boek van Erwin Olij