compositie & licht

Focus op Fotografie: Compositie & licht

Advertentie

Advertentie

Camera’s worden slimmer en laten zich steeds eenvoudiger bedienen. De meeste foto’s zijn daarom tegenwoordig technisch prima in orde. Desondanks kan het zo zijn dat u bij thuiskomst niet helemaal tevreden bent over wat u gefotografeerd hebt. Belichting, scherpte en kleuren zijn dan misschien wel in orde, maar toch ontbreekt er iets. Dat ‘iets’ heeft dan waarschijnlijk te maken met de compositie van de opname. Krijgt het hoofdonderwerp genoeg aandacht of wordt de aandacht afgeleid door een drukke achtergrond? Ziet u iets terug van de weidsheid van het landschap waarin u stond? Is het licht op de foto net zo mooi als toen u die zonsopkomst zag? Kortom: hebt u sfeer, diepte en beleving kunnen ‘vangen’?
In het boek Focus op fotografie: Compositie & licht krijgt u antwoord op al deze vragen met duidelijke voorbeelden en illustraties. Het geheel is gelardeerd met veel praktische tips en opmerkingen en uw inspiratie wordt geprikkeld met prachtige fotografie van toegankelijke onderwerpen. Hieronder leest u een voorproefje uit het 1ste hoofdstuk: Inleiding compositie.

Inleiding compositie

U staat op het juiste moment met uw camera met de juiste lens en instellingen op de juiste plaats. Op dat moment denkt u na hoe u alle beeldelementen kunt ‘rangschikken’ om tot de perfecte foto te komen. Hoe kadert u het onderwerp en wat zijn de belangrijkste elementen in het zoekerbeeld? Wat wilt u laten zien en waar moet het oog van uw publiek op vallen? Oftewel, hoe moet de compositie van de foto zijn om een onderscheidende opname te kunnen maken? De compositie is bij elk onderwerp belangrijk. Bij een alledaags onderwerp zijn we vaak erg kritisch op hoe het kader van een foto is opgebouwd, maar ook op exotische locaties moeten we alle aandacht geven aan de compositie en niet vervallen in een registrerend kiekje van een leeuw aspecten die een rol spelen bij de opbouw van een foto, waarvan we in dit hoofdstuk de belangrijkste behandelen.

Vlakverdeling

Voorbeeld van de regel van 1/3.

Het is duidelijk dat het karakter van een onderwerp sterk wordt bepaald door hoe de onderlinge elementen in het kader worden geplaatst. Plaatsen we het hoofdonderwerp in het midden of aan de linker-, rechter-, boven- of onderzijde van de foto? De Hollandse meesters beheersten dit als geen ander en zijn er beroemd mee geworden. De indeling van hun schilderijen was gebaseerd op de zogeheten gulden snede. Hoewel het geen wetmatigheid is, is de hiervan afgeleide ‘regel van 1/3-2/3’ een nuttig hulpmiddel voor een vlakverdeling gebaseerd op de gulden snede. Zet het hoofdonderwerp niet onbewust centraal in het kader. Kijk of de foto aan kracht wint door bijvoorbeeld de horizon op 1/3 van de boven- of onderzijde te positioneren in plaats van exact in het midden. Ook een portret ziet er beter uit als het model uit het midden op 1/3 van de linker- of rechterkant wordt geplaatst.

De perfecte vlakverdeling is niet voor elk onderwerp van groot belang, maar bij landschappen en natuurfotografie is het een zwaarwegend aspect van de kwaliteit van de foto. Naast de regel van 1/3 kan hier de vlakverdeling ook plaatsvinden op basis van de aanwezige water-, land- en luchtelementen. Maar ook vorm-, kleur- en contrastverschillen kunnen als uitgangspunt dienen voor de indeling van het kader. Belangrijk bij de juiste vlakverdeling is het evenwicht tussen alle beeldelementen en tussen de voor- en achtergrond. Soms kan een bewuste onbalans pakkend zijn en de toeschouwer verrassen.

Compositietip • Compositieregels zijn geen wetten, maar slechts een hulpmiddel bij het kiezen van een aansprekende compositie. Als u bijvoorbeeld symmetrie wilt benadrukken, zoals bij een kaarsrecht bospad met aan beide zijden bomen of bij spiegeling in een watervlakte, zou het onverstandig zijn het bospad of de horizon niet in het midden te zetten. Van belang is dat u bewust kiest hoe de vlakverdeling moet zijn en niet gedachteloos een kiekje maakt.

Bijna volledig symmetrisch, maar toch heel mooi.

Kijkgeleiding

Hebt u weleens nagedacht over hoe u een foto bekijkt? Waar valt uw oog als eerste op en waar leidt die eerste blik ons oog naartoe bij een verdere zoektocht over het onderwerp? Het traject dat het oog volgt als het wordt geconfronteerd met een fotografisch beeld, wordt ‘kijkgeleiding’ genoemd. En als u die term even op u laat inwerken, zult u elke foto voortaan bewust of onbewust aan dit criterium toetsen. Het helpt u tevens om de compositie van uw foto’s meer fundament en structuur te geven.

Ingang en uitgang
Ingang linksonder volgt de weg naar huisjes aan rechterzijde (uitgang).

In het bijzonder een landschapsfoto heeft een goede ‘ingang’ en ‘uitgang’ nodig. Dat wil zeggen een plek waar uw blik de foto inkomt en weer verlaat. Een ingang kan worden gevormd door een duidelijk aanwezig element (paaltje, steen), maar ook door een onscherp laagje waardoor diepte wordt gecreëerd. Een uitgang is bijvoorbeeld een opening in een bomenrij.

Eyecatcher
Een eyecatcher.

Het punt waar het oog naartoe wordt getrokken, is de eyecatcher van de foto. Dit kan het scherpste punt zijn of het deel van de foto dat er door belichting uitspringt. Ook kleuren pakken de aandacht, zeker als ze in een monochrome omgeving zijn geplaatst. Rood speelt hierin een vooraanstaande rol als typische signaalkleur.

Ook een bijzondere of herkenbare, geïsoleerde vorm kan de blik vangen. Afhankelijk van hoe de eyecatcher in het kader is gepositioneerd en de richting waarin deze wijst, zal het oog de volgende stap in de foto maken. Als dit onderwerp in beweging is of een bepaalde kant op kijkt, is het gebruikelijk dat die beweging of kijkrichting naar het centrum van het kader is.

Leesrichting

Als westerlingen met een Romeinse tekenset zijn we gewend om van links naar rechts te lezen. En zo zullen we in eerste instantie ook een foto benaderen. Zo kan, met de nadruk op kan, het plaatsen van het hoofdonderwerp aan de linkerzijde van de foto aanleiding zijn om de kijkgeleiding te starten.

Lijnen
Komt de trein al? Let op de convergerende lijnen.

Deze natuurlijke, westerse lees- en kijkrichting van links naar rechts kan worden versterkt met het verloop van lijnen binnen het onderwerp, zeker als deze evenwijdig aan de diagonaal zijn. Hebt u de keuze om een pad centraal in het midden of vanuit de linkeronderhoek omhoog te laten lopen, dan zorgt die laatste optie voor een betere kijkgeleiding. In veel onderwerpen zijn er lijnen in overvloed: fysiek in de vorm van een pad, beek, muur, takken, bomenrij of andere repeterende voorwerpen, maar ook visueel, zoals een contrast- of kleurscheiding en schaduwen. In het verloop van lijnen speelt ook de perspectivische vervorming een grote rol. Een spoorlijn of brede rechte weg met convergerende lijnen wijzen letterlijk naar een bepaald punt. Alles wat zich in de foto aan het eind hiervan bevindt, krijgt extra aandacht van de kijker. Dit geldt zowel voor horizontaal als verticaal perspectief.

Herhaling

In de beschrijving van het fenomeen lijnen in de kijkgeleiding, is de herhaling van voorwerpen al genoemd. Dit hoeft strikt genomen geen regelmatige herhaling te zijn in een rechte lijn, maar ze mag elke willekeurige vorm hebben, zolang het oog bij het zien van het eerste voorwerp maar naar het tweede springt en zo verder. Voorbeelden zijn paaltjes, bomen en huizen die in een zekere rangorde zijn geplaatst.

Doorkijkje
Doorkijkje van gebladerte en struiken. Het hoeft niet altijd een poort te zijn.

Een heel concrete vorm van kijkgeleiding is het doorkijkje: alsof je door een sleutelgat naar het hoofdonderwerp kijkt. Een vensterraam, een poort, een dunne plek in de vegetatie of een gat in een muur zijn allemaal voorbeelden van doorkijkjes. Meestal vervult het voorwerp wat ons het doorkijkje verschaft zelf geen hoofdrol in de compositie en volstaan slechts de contouren van een silhouet.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.