Fotograferen – Van opname tot afdruk: kleur en kleurbeheer

Het Handboek Fotograferen – Van opname tot afdruk is een boek over hedendaagse fotografische techniek. Je wilt als fotograaf vrijwel totale controle hebben over het complete traject, van die opname tot aan die afdruk. Dat zelfde geldt ook voor de archivering en opslag van je foto’s: je wilt zekerheid over de technische kwaliteit en zekerheid als het erop aan komt beeldmateriaal terug te vinden. In die zeer informatieve boek komt die allemaal aan de orde. We geven hieronder een voorproefje uit het boek over kleur en kleurmanagement.

Kleur

Kleur is een eigenschap van het licht. Het menselijk oog kan de straling zien met een golflengte tussen de 400 en 750 nanometer. Elke golflengte zien we als een andere kleur, van blauw bij 400nm tot rood bij 750nm. De samenstelling van golflengtes wordt het spectrum genoemd. We zien het hele spectrum bijvoorbeeld in een regenboog of wanneer het door een prisma wordt gevormd uit wit licht. Vrijwel alle kleuren die wij zien, zijn opgebouwd uit wisselende samenstellingen licht van alle zichtbare golflengtes. Bij digitale foto’s worden drie hoofdkleuren gebruikt: rood, blauw en groen (RBG). De onderlinge verhouding ervan bepaalt de kleur die wij zien.

Een digitale foto bestaat uit drie kleurkanalen in de drie hoofdkleuren: rood, groen en blauw.

Camera’s splitsen de kleuren dus in die drie hoofdkleuren, beeldschermen voegen ze weer samen tot een hele reeks kleuren. Printers gebruiken een groter aantal inktkleuren om op het witte papier ook weer een vergelijkbare kleur te produceren. De omzetting van de kleuren van het ene naar het andere apparaat verloopt via het kleurbeheersysteem.

De fotograaf kan zelf de kleurweergave van de foto mee bepalen met behulp van de witbalans en – als dat gewenst is – een cameraprofiel voor extra nauwkeurigheid.

Kleurbeheer

Om ervoor te zorgen dat de kleur die je op een beeldscherm of op papier terugziet weer overeenkomt met de kleur die door de camera is vastgelegd moet het proces, waarbij kleuren worden omgezet in een verhouding van drie basiskleuren en weer worden omgezet in mengkleuren, gecontroleerd en beheerst worden. Het RGB – rood, groen en blauw – van het beeldscherm is zeker niet hetzelfde als dat van de camera. De inkten van drukpers of inkjetprinter maken weer op een heel andere manier kleur.

In drukwerk worden de kleuren van een foto opgebouwd uit vier kleuren: cyaan, magenta, geel en zwart. De omzetting van RGB naar CMYK is één van de belangrijke taken van een kleurbeheersysteem.

De werking van het kleurbeheersysteem – colourmanagement systeem – is gebaseerd op metingen die informatie opleveren over de wijze waarop de verschillende apparatuur kleur vastlegt en weergeeft. De grenzen van het apparaat bepalen de maximale kleurverzadiging. Daarnaast is er nog de in- formatie over het verloop van neutraal grijs naar die maximale verzadiging in de vorm van een contrastcurve.

Kleurbeheer is belangrijk in de hele keten van opname tot gebruik van de foto zoals:

  • bij de opname
  • bij de weergave op je beeldscherm en het beoordelen er van
  • bij het bewaren van bestanden
  • bij het maken van prints
  • bij het beoordelen van drukwerk en prints

Daarnaast spelen de kleur en de helderheid van het licht, waarbij je foto’s op een beeldscherm of een print bekijkt, een rol. Een foto of afbeelding kan er bijvoorbeeld anders uitzien wanneer je deze bekijkt met kamerverlichting of met natuurlijk licht. Om dit te voorkomen zijn er in een kleurbeheersysteem vaste regels om te zorgen voor een altijd gelijke waarneming.

Kleurruimte

Een vergelijking tussen de kleurruimte van sRGB (de gekleurde massa) en die van AdobeRGB, het draadmodel. Een grotere kleurruimte kan kleuren met een hogere verzadiging bevatten.

De informatie over de mogelijkheden en beperkingen van een apparaat om kleur vast te leggen of weer te geven kun je laten zien als een driedimensionale ruimte. De drie richtingen vertegenwoordigen de drie hoofdkleuren waarmee wordt gewerkt, het rood, groen en blauw. Op basis van de driedimensionale weergave wordt over kleurruimte gesproken. Andere woorden daarvoor zijn het gamut, het kleurbereik of de kleuromvang van een apparaat.

ICC-Profiel

De beschrijving van een kleurruimte wordt vastgelegd in een ICC-profiel. ICC-profielen zijn noodzakelijk om het kleurbeheersysteem te laten werken. Wil je de kleuren van de foto van begin tot eind controleren dan heb je voor elk gebruikt apparaat een ICC-profiel nodig. Hiermee kan het kleurbeheersysteem voor de juiste kleurweergave op elk apparaat zorgen. Wil je de kleuren van de foto van begin tot eind controleren dan heb je voor elk gebruikt apparaat een ICC-profiel nodig. Het kleurbeheersysteem zorgt dan voor de juiste kleurweergave op elk apparaat, ondanks de nogal afwijkende eigenschappen.

Bij de bewaardialoog van Photoshop staat altijd automatisch aan dat het ICC-profiel moet worden ingesloten.

Gebruik je een apparaat en heb je geen bijhorend ICC-profiel dan is het onzeker hoe de kleuren weergegeven zullen worden. Een overzicht:

  • bij de camera is het profiel ingebakken
  • bij RAW-bestanden kun je zelf een cameraprofiel maken
  • bij RAW-bestanden kun je ook een meegeleverd profiel gebruiken
  • een JPEG- of TIFF-bestand moet altijd een ingesloten ICC-profiel bevatten
  • er hoort een ICC-profiel van het beeldscherm te zijn
  • elke printer-papier combinatie heeft een eigen ICC-profiel

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.