Handboek Digitale Video: Compositie en camerastandpunt-2

omslag-handboek-videoHet boek van de maand is het Handboek Digitale Video van Bert Venema. Deze maand geven we wat voorproefjes uit het boek. Dit is het tweede deel uit hoofdstuk 6, het hoofdstuk over Compositie en camerastandpunt. In dit deel komt de techniek van het opnemen aan de orde. Beelduitsneden, verschillende soorten shots, zoomen, compositie enzovoort. De twee delen uit hoofdstuk 4  over het kiezen van een camera vind je HIER en HIER. Een interview met Bert over het boek vind je HIER. (H.F.)

Verwerken van de shots in de montage

Vakantiefilms zijn vaak geschoten in één long shot, soms afgewisseld met ‘te’ veel in- en uitzoomen om vergezichten dichterbij te halen. Dat is verre van boeiend. Om later in de montage over voldoende materiaal te beschikken dient u bij het opnemen van het videomateriaal al rekening te houden met de volgende zaken. Zo dient u voldoende korte tussenopnamen te maken. Deze tussenshots worden later in de montage gebruikt als een cutaway. Deze tussenshots zijn korte clips die tussen een constant gefilmde scène worden gemonteerd om de scène boeiender te maken. Bovendien verduidelijken tussengevoegde cutaways in de montage meer als u een establishing shot of long shot maakt.

Een cutaway is een tussenmontage van een clip in een constant opgenomen scène. Neem bijvoorbeeld een overzichtsshot van een lagune waarin u een medium shot met een aantal gondels tussen monteert. Iedereen zal meteen begrijpen dat u in Venetië aan het filmen bent.
Een cutaway is een tussenmontage van een clip in een constant opgenomen scène. Neem bijvoorbeeld een overzichtsshot van een lagune waarin u een medium shot met een aantal gondels tussen monteert. Iedereen zal meteen begrijpen dat u in Venetië aan het filmen bent.

Een paar tips:

  • Maak voldoende establishing shots.
  • Wissel deze af met panorama-opnamen die een goed beeld geven van de omgeving. Overdrijf dit ook niet. Als u voldoende materiaal hebt, laat het daar dan bij. U kunt deze opnamen straks in de nabewerking afwisselen met medium shots, die meer detail van de omgeving geven.
  • Maak ook af en toe long shots van alledaagse bewegingen van personen of details in het landschap.
  • Zorg ervoor dat u voldoende medium shots vastlegt. Medium shots worden doorgaans zeer gewaardeerd.
  • Wissel af met een juist gedoseerde hoeveelheid close-ups. Overdrijf niet met het aantal close-ups, want dan raakt de kijker gedesoriënteerd.
  • Maak close-ups om als tussenshot van de ene naar de andere scène te gebruiken. Dit komt de continuïteit van de hele film ten goede.

Zoomen

Gebruik tijdens het filmen de zoomlens om verschillende beelduitsneden te maken. Zoomen heeft ten doel om de kijker een bepaald detail of een overzichtshot te tonen. Het zonder reden in- en uitzoomen is voor de kijker echter vermoeiend. Bepaal dus van tevoren wat het effect voor de film zal zijn, door eerst in- en uit te zoomen zonder op te nemen. U kunt dan beter bepalen of het beoogde effect wordt bereikt. Sommige videocamera’s beschikken over de mogelijkheid om de snelheid van de zoom te regelen.

TIP • Beelduitsnede Een beelduitsnede kunt u maken door met de zoomlens in- of uit te zoomen. Maak ook eens een opname door niet te zoomen, maar door de videocamera dichterbij het onderwerp te plaatsen. Dat geeft weer een heel ander perspectief.

Met de zoomring op het objectief wordt ingezoomd op het onderwerp. Dit kan ook met de zoomknop. Door de knop dieper in te drukken wordt sneller ingezoomd.
Met de zoomring op het objectief wordt ingezoomd op het onderwerp. Dit kan ook met de zoomknop. Door de knop dieper in te drukken wordt sneller ingezoomd.

Door de knop zacht in te drukken wordt langzaam ingezoomd. Wordt de knop harder ingedrukt dan zal sneller worden gezoomd. Hierop zijn ook weer extra instellingen mogelijk, zoals langzaam starten en geleidelijk zoomen.

Gebruik de knop bovenop de videocamera of die op het lcd-scherm om in te zoomen op het onderwerp.
Gebruik de knop bovenop de videocamera of die op het lcd-scherm om in te zoomen op het onderwerp.

TIP • Goed zoomen Om goed te zoomen stelt u eerst scherp door helemaal in te zoomen op het onderwerp dat u wilt filmen. Zoom nu uit tot de gewenste beelduitsnede om te starten met filmen. Zoom niet te snel en volg indien mogelijk de beweging van het onderwerp. Stop tijdens het zoomen niet met filmen en houd het beeld aan het begin en het eind even ‘vast’.

Compositie

Als de beelduitsneden zijn gekozen, kan de compositie van de shots worden bepaald. Compositie wordt ook wel omschreven als het kadreren van een boeiende vlakverdeling.

Omdat het kader van het shot de grenzen van het beeld bepaalt, wordt dit het ‘shotkader’ genoemd. Het shotkader is vooral een kwestie van inzicht en creativiteit. Er zijn wel een paar randvoorwaarden. Zo dienen de marges van het schermformaat waarin de film zal worden vertoond, bijvoorbeeld breedbeeld (16:9), in de gaten gehouden te worden. Zorg ervoor dat u het onderwerp ruim binnen de rechthoek van het scherm laat vallen. Om een shot interessanter te maken, kunt u het onderwerp uit het midden verschuiven. Hierdoor wordt meer getoond van de omgeving of de handelingen in beeld. Verplaats de videocamera dan zo, dat de persoon links in het beeld wordt geplaatst als deze naar rechts kijkt.

De tekenaar zit links onderin en kijkt over haar werk rechts in beeld. Zo krijgt de kijker een goed beeld van waar de tekenaar mee bezig is.
De tekenaar zit links onderin en kijkt over haar werk rechts in beeld. Zo krijgt de kijker een goed beeld van waar de tekenaar mee bezig is.

Ook de hoofdruimte binnen het beeld is belangrijk. Te veel of te weinig hoofdruimte vertekent de verhoudingen. Bovendien dreigt het hoofd bij de weergave buiten het kader te vallen. Probeer hoofden of objecten zo veel mogelijk in het midden van het kader te houden.

Op de afbeelding links is te weinig hoofdruimte gekadreerd, in het midden te veel en de rechter afbeelding is goed gekadreerd.
Op de afbeelding links is te weinig hoofdruimte gekadreerd, in het midden te veel en de rechter afbeelding is goed gekadreerd.

TIP • Tegen de regels Soms is het verrassender om het niet te doen ‘zoals het hoort’. De beste compositie is nog altijd een compositie die ‘werkt’. Werkt de compositie voor u, dan is het een goede compositie.

Een beeld heeft een compositie met een voorgrond, een middendeel en een achtergrond. De voor- en de achtergrond bepalen het kader waarbinnen de gebeurtenis zich afspeelt. Dit biedt de kijker een mogelijkheid om zich te oriënteren op de situatie. Het is aan u om de verhoudingen goed in te delen. Zorg ervoor dat de beeldcompositie van de opname een ruimtelijke werking heeft. Dat bereikt u door een gedeelte van de omgeving in het kader op te nemen. Een poort op een marktplein biedt een natuurlijk kader. In jargon wordt dit framing ofwel inkaderen genoemd.

Positionering

Als een persoon van opzij in een long shot of medium long shot wordt gefilmd dan ervaart de kijker het als logisch dat die persoon enige ruimte voor zich heeft. Het wordt onlogisch als de vlakverdeling niet meer in verhouding is. Dat gebeurt als de persoon te ver naar de linker- of rechterzijkant wordt geplaatst, maar ook als deze precies in het midden staat. Als regel geldt dat er een juiste verhouding moet zijn tussen de omgeving en het onderwerp. Probeer daarbij te voorkomen dat er te veel loze ruimte in de compositie ontstaat. Te veel voorgrond of achtergrond levert geen mooie beelduitsnede op. Bij het filmen van personen maakt het wel uit in hoeverre de persoon naar de zijkant of naar de camera kijkt. Kijkt de persoon naar de camera, dan kan deze meer in het midden worden gepositioneerd.

In het linker beeld en de afbeelding in het midden is de persoon horizontaal niet in verhouding met de achtergrond. Het rechterbeeld heeft een juiste vlakverdeling.
In het linker beeld en de afbeelding in het midden is de persoon horizontaal niet in verhouding met de achtergrond. Het rechterbeeld heeft een juiste vlakverdeling.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.