Kleur, de Camera

Je leest wel eens discussies op het internet waarin stellig beweerd wordt dat het voor de kleuren van je foto veel uitmaakt welke camera je gebruikt. Uiteindelijk is dat volgens mij niet het geval, maar afhankelijk van hoe je fotografeert, kan zeker wel de indruk ontstaan dat het nogal een flink verschil maakt. Maar eigenlijk ontstaan de verschillen in kleur door de software die gebruikt wordt om de foto te berekenen. (Dit is 3de aflevering in een serie van Eduard de Kam over kleur en fotografie. De eerste aflevering, de inleiding vind je HIER, de 2de aflevering over de witbalans vind je HIER, de 3de aflevering over hoe je zélf kleur ziet vind je HIER.)

Wanneer je wat in een aantal opzichten misschien makkelijk is, JPEG gebruikt als opnameformaat in de camera, zijn de foto’s uiteraard gebaseerd op de techniek van de sensor en de processor in de camera. Maar het zijn vooral de instellingen die je kiest die bepalen hoe de foto er uiteindelijk uit gaat zien, die foto wordt berekend door de software in de camera. Fotografeer je in RAW, wat uiteindelijk makkelijker is en een hogere eindkwaliteit op kan leveren, dan worden de kleuren gemaakt in het programma waarmee je je raw-bestanden omzet in digitale foto’s, en daar is heel veel in te stellen zodat je er vrijwel elk mogelijk resultaat uit kunt halen, en wordt de invloed van de gebruikte camera verwaarloosbaar.

Een instelling op een hoger contrast en kleurverzadiging levert deze foto.
Dezelfde opname met een andere instelling levert dit resultaat. Als je het systeem volledig gaat gebruiken zijn nog grotere verschillen mogelijk.

Smaakinstellingen

Een paar afleveringen van het blog eerder is de witbalans aan de orde gekomen die je puur technisch kunt gebruiken, maar het is ook mogelijk de witbalans zo te kiezen dat de kleuren meer met je smaak of wens overeenstemmen. Naast de witbalans instelling vind je in veel camera’s nog een tweede instelling die grote invloed heeft op je jpeg- en video opnamen. Deze instelling heeft verschillende namen, afhankelijk van het merk camera, en bij sommige merken ontbreekt deze optie helemaal Bij Canon heet de instelling “Beeldstijl”, bij Nikon “Beeldinstelling”, “picture Control” in de Engelse versie. Fujifilm gebruikt de benaming “Filmsimulatie”, en zo zijn er nog wel meer namen bedacht voor instellingen die als je kijkt naar hun grote invloed op het eindresultaat in elk geval ook duidelijk maken dat “kleur zoals de camera die ziet” niet bestaat. Het is wanneer je de goede keuzes gemaakt hebt in elk geval de kleur zoals jij wilt dat de camera die vastlegt.

De Canon beeldstijlen, met erachter de kolommen waarin de instellingen voor de vier onderdelen staan. Die kun je aan je wensen aanpassen.

Canon

Bij Canon camera’s heten de instellingen die het karakter van de foto bepalen “beeldstijl”. De naamgeving is een beetje verwarrend omdat ze totaal verschillende dingen benoemen: zo is er een instelling die “neutraal” heet, maar ook één die “landschap” heet. “Neutraal” is de rustigste weergave, “landschap” de instelling met het hoogste contrast en kleurverzadiging. “Portret” is alleen geschikt om portretten van Japanners mee te maken, bij mensen met andere huidskleuren krijgen die een overdaad aan magenta. Naast het gewoon gebruiken van wat Canon je geeft kun je de onderdelen van de instellingen ook aanpassen, het gaat dan om de verscherping, het contrast, de kleurverzadiging en de kleurtoon, van die laatste zou ik altijd afblijven overigens.

Het aanpassen van een ingebouwde beeldstijl. Je kunt die aangepaste versie ook als een aparte instelling in de camera bewaren.

Je eigen instelling

Maak je een eigen instelling aan dan wordt die altijd gebaseerd op een ingebouwde voorkeuze, je moet dan ook begrijpen dat de instelling voor bijvoorbeeld contrast op ‘nul’ bij elke ingebouwde beeldstijl een ander effect heeft, dat ingebouwde effect kun je dan aanpassen. Alleen voor de scherpte geldt dat die bij alle beeldstijlen dezelfde waardes gebruikt. Als je ze wilt gebruiken, dan is een optie om bijvoorbeeld bij zonnig weer een instelling te maken met minder contrast en bij bewolkt weer één met meer verzadiging. Ik baseer ze dan op de beeldstijl “neutraal”. Wil je JPEG bestanden later bewerken dan is het overigens handig om te weten dat foto’s met laag contrast en weinig kleurverzadiging makkelijker naar de gewenste kleuren te corrigeren zijn dan wanneer beide instellingen al hoog staan en ze lager gemaakt moeten worden. Dat is ook de reden dat er bij de nieuwere modellen voor video-opnames, die net als JPEG worden gemaakt met de beeldstijl instelling, nog zachtere instellingen bestaan, die meestal als ‘Log’ door het leven gaan. Die zijn wel echt bedoeld voor professionele nabewerking. Is daar geen sprake van, dan kun je beter de normale beeldstijlen een beetje aanpassen voor verschillende omstandigheden.

Het keuzelijstje in een Nikon camera, waar al een paar eigen opties aan zijn toegevoegd.

Nikon

Bij Nikon heet deze optie “Beeldinstelling”. De naamgeving is duidelijker, die geeft gewoon aan wat het effect van de instelling is. Een ook hier kun je de instellingen zelf aanpassen en onder een eigen naam bewaren. Ook hier geldt dat wanneer je dit systeem wilt gebruiken JPEG bestanden met laag contrast en lage kleurverzadiging mooier aan te passen zijn dan wanneer beide te hoog zijn. De instellingen komen gedeeltelijk overeen met de Canon keuzes, maar “Helderheid” is een extra, en “Tint” is net wat anders dan de kleurtoon.

De onderdelen van de beeldinstellingen bij een Nikon camera.

Fujifilm

Ook de camera’s van Fujifilm kennen een vergelijkbare instelling, maar hier is de term “filmsimulatie” gekozen, wat in elk geval duidelijk maakt dat het een ‘smaak-instelling’ is, en dan ook nog één die teruggrijpt op de geschiedenis van het bedrijf als producent van analoog materiaal. Hier maak je dus echt een keuze gebaseerd op wat je wenst, waarbij de kleurnegatief simulaties een zachter resultaat leveren dan de dia simulaties, en dus beter zijn om achteraf aan te passen.

Andere merken hebben soms een eigen vergelijkbaar systeem, maar sommigen zien er ook van af om deze keuze in hun camera’s onder te brengen.

In de Nikon software is te zien dat de instelling van de camera wordt herkend, en je krijgt een keuzelijst als je dat achteraf wilt wijzigen. Daarvoor moet je wel in RAW opnemen.

Software

Wanneer je in RAW opneemt kun je nog steeds zo’n ‘smaak-instelling’ in de camera kiezen, maar die keuze heeft geen effect op het RAW-bestand als zodanig. Wanneer je die smaak toch in je foto’s terug wilt vinden zijn er twee mogelijkheden. Je kunt het programma gebruiken dat de maker van de camera meelevert, daarin worden de instellingen van de camera herkend en ook toegepast op het RAW-bestand.

In de Nikon Picture Control Utility krijg je nog meer mogelijkheden om de instellingen aan te passen. Je kunt elke zelfgemaakte instelling ook in de camera gebruiken. Overigens biedt de software van Canon vergelijkbare mogelijkheden.

Die software is ook de handigste manier om de effecten van de instellingen uit te proberen, je kunt dezelfde opname immers eindeloos opnieuw aanpassen. Zo kun je kijken welke instelling in de camera je het beste zal bevallen als je toch in JPEG op wilt nemen.

Cameraprofielen in Lightroom

De tweede optie is om in de Adobe software op zoek te gaan naar de cameraprofielen, want zo heten die instellingen in Camera RAW of Lightroom. In de lijst staat een groepje dat instellingen bevat met dezelfde namen als die je in de camera aantreft en waarin aanpassingen aan het RAW-bestand zijn ondergebracht waarin Adobe zijn best heeft gedaan het effect van de camera-instellingen na te maken. Wat niet gebeurt is dat de Adobe software de instelling van de camera ten tijde van de opname herkent. Je moet dus zelf die keuze als het ware opnieuw maken. Maar ook dan is het wel de eerste instelling die je moet wijzigen voor je verder gaat met het bewerken van je bestand, het kiezen van een camera-profiel vormt echt de basis voor de bewerking/ontwikkeling van het RAW-bestand tot een digitale foto.

Voor een zo goed mogelijke opname is het van belang dat je het hele fotografische traject onder controle hebt. Het boek Fotograferen – Van opname tot afdruk van Eduard de Kam geeft je die controle. Naast het fotografische traject is er ook aandacht voor archivering en opslag.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.