Kleur: de witbalans

Je kunt foto’s maken bij allerlei soorten licht. En elk soort licht heeft een eigen kleur. Bij natuurlijk licht, waaronder ik hier ook gloeilampen en halogeenlampen reken, levert de lichtbron vrijwel alle kleuren van het spectrum, het enige verschil is de samenstelling, hoeveel van elke golflengte is in het licht aanwezig.
(Dit is 2de aflevering in een serie van Eduard de Kam over kleur en fotografie. De eerste aflevering, de inleiding vind je HIER.)

Kleurtemperatuur

Je kunt die samenstelling meten en dan zie je direct dat halogeenlampen veel meer frequenties uit het rode gedeelte van het spectrum bevatten dan het daglicht zoals je dat buiten aantreft. En wanneer het weer anders is, zon of bewolkt, kun je ook verschillen meten hoewel die wel kleiner zijn. En de kleur van het zonlicht verloopt ook nog eens gedurende de dag. De kleur van dit soort licht kan worden uitgedrukt in de kleurtemperatuur. Dat is de kleur van het licht dat wordt uitgestraald door een voorwerp dat tot die betreffende temperatuur wordt verhit. De voor deze aanduiding gebruikte schaal is die van Kelvin. Kelvinwaardes, het zijn geen graden overigens, zijn ongeveer 273 hoger dan de temperatuur in graden Celcius. Een halogeenlamp heeft een kleurtemperatuur van ongeveer 3200K, ruim 2900 °C, net onder het smeltpunt van Wolfraam waar de gloeidraad van gemaakt is.

Close-up opname van een oude gloeilamp

Altijd in RAW!

Voor hogere temperaturen zijn het spectrale samenstellingen die op de theorie van Maxwell zijn gebaseerd. Daglicht zit tussen 5000K en 7500K. En hoewel het technisch op een heel andere manier gemaakt wordt heeft ook flitslicht zo’n kleurtemperatuur. En, even tussendoor, hoe hoger de kleurtemperatuur, hoe koeler we die blauwere kleur in het spraakgebruik noemen. Wanneer de camera de kleuren altijd op dezelfde manier zou berekenen zou je de enorme kleurverschillen te zien krijgen afhankelijk van de kleur van het licht waarbij je de foto’s gemaakt hebt. Gelukkig kun je die berekening naar je hand zetten, de instelling die dat regelt heet ‘witbalans’.

Bij opnemen in JPEG of bij Video doe je dat al bij de opname door in de camera een keuze te maken, fotografeer je in RAW, dan kun je dat achteraf binnen de software doen. Dat laatste is veel makkelijker en nauwkeuriger, misschien wel de belangrijkste reden om altijd in RAW te fotograferen.

De witbalans instellingen bij een Canon camera

Witbalans?

Ook al gebruiken we allemaal dit woord, witbalans, het is toch best een beetje vreemde term. Het gaat natuurlijk om de kleurweergave van je foto. Het wit, samen met de neutrale grijzen, speelt alleen een rol omdat je daaraan kunt zien hoe er met de kleur van het licht is omgegaan. Wordt het wit neutraal, dus als echt wit weergegeven, dan is de kleur van het licht geneutraliseerd. Dat is één manier om met de witbalans instelling om te gaan. Die methode kies je wanneer je niet geïnteresseerd bent in de sfeer die de kleur van het licht ook aan je foto’s kan toevoegen. Dat is bij het geval bij het maken van reproducties en productfoto’s. Vaak is dat ook de gewenste keuze bij het maken van portretten. Er zijn verschillende instellingen in de camera of de software die je dat resultaat geven, soms helemaal perfect, soms blijft het steken bij een poging. De andere keuze is om er nu juist voor te zorgen dat het wit niet precies wit, en de neutrale grijzen niet precies neutraal zijn, maar juist een kleur, ook wel kleurzweem, krijgen. Die keuze maak je wanneer je de kleur van hegt licht een bijdrage wilt laten geven aan de sfeer van de foto. Dat is de manier om te werken als je buiten landschapsfoto’s maakt, of tijdens een kerst- of ander feest wilt laten zien dat er gezellig warmgekleurd licht aanwezig was.

De neutrale weergave

Voor het krijgen van een neutrale weergave kun je in de camera uit twee mogelijkheden kiezen, in de software, met een opname in RAW, is er eigenlijk maar één manier om dat echt goed te doen. De meeste camera’s kennen een instelling voor het automatisch laten kiezen van een witbalans. Dat is een instelling waar de camera makers flink veel kennis in hebben geïnvesteerd, maar uiteindelijk blijft het een, met wat correcties voor herkenbare omstandigheden, instelling die streeft naar een neutrale weergave van witte en grijze dingen. Maar vooral als die niet in de foto te vinden zijn krijg je te maken van vreemde kleuren en wisselende kleuren als er bij foto’s die je op dezelfde plek maakt onderwerpen met verschillende overheersende kleuren op de foto gezet worden. Voor fotograferen in RAW is het een keuze die je wegens het gemak waarmee je de kleuren achteraf corrigeert wel kunt maken. Voor JPEG en VIDEO vind ik het niet zo’n geschikte manier van werken. Wil je dan neutrale kleuren dan is er maar één optie en dat is het maken van een testopname van een neutraal voorwerp, en de camera zich daar op in laten stellen. Zolang de omstandigheden niet wijzigen krijg je dan keurig neutrale en vooral ook keurig gelijke kleuren van opname tot opname.

Voor je gaat fotograferen, eerst het neutrale target vastleggen!

Neem je op in RAW dan is de automatische witbalans van de software meestal niet om aan te zien, maar het werken met een testopname van een neutraal voorwerp, dat wordt dan een target genoemd, waarop je achteraf bij het aanpassen van je foto’s de witbalans baseert, ook al weer voor de hele serie die onder dezelfde omstandigheden gemaakt is. In een perfecte wereld zou je dit ook nog op een moeilijke en vooral duurdere manier kunnen doen, namelijk door met een kleurtemperatuurmeter de kleur van het licht te meten, en die gevonden Kelvin waarde in de software in stellen. In de praktijk gaat dit niet zo goed en een neutraal target is veel makkelijker te gebruiken.

De sfeer

De andere manier om met de kleur van het licht om te gaan is dat je die kleur een bijdrage wilt laten leveren aan de sfeer van je foto. Dan kun je zien dat een foto gemaakt is op een zonnige dag of binnen bij het licht van een gloeilamp bijvoorbeeld.

De keuze voor de witbalans bij een Nikon camera

Het is al mogelijk om tijdens het fotograferen de camera zo in te stellen, maar bij het werken in het RAW-formaat kun je achteraf naar hartelust de kleur aan je smaak en wensen aanpassen. De makkelijkste manier is om de juiste keuze te maken uit het lijstje weersomstandigheden wanneer je buiten fotografeert.

Hier is gekozen voor de instelling op bewolkt, ook al schijnt de zon. Maar bij mijn camera maakt de Adobe software de kleuren naar mijn smaak veel te neutraal bij de instelling op daglicht.

De keuze van de camera of de software

Het is dan vooral een kwestie van een keer uitzoeken of je vindt dat de keuze van camera of software overeen komt met jouw smaak en wensen. Is dat niet zo, dan kun je in de camera, althans bij de meeste merken, elk van de witbalans voorkeuzes naar je hand zetten. Alleen bij Canon kan dat niet. Bij het verwerken van RAW-bestanden in software krijg je dezelfde opties en ook daar kun je de ingebouwde voorkeuren aanpassen.

Een keurige witte isolator, maar hij is niet precies wit op de foto om de sfeer die hoort bij de kleur van het licht te handhaven.

Als je zo werkt krijg je ook in de resulterende foto’s kleurverschillen te zien: als de zon schijnt, vanaf zonsopgang tot ondergang, wisselt de kleur van het zonlicht. Door met een vaste witbalans instelling, gemaakt voor midden op de dag, te werken, zie je bij zonsondergang ook echt die veel warmere kleuren in je foto’s. En ook de eindeloze wisseling in de kleur van het licht die je bij bewolkt weer kunt zien zul je terugvinden in een kleine kleurwisseling bij je foto’s. Zo krijg je een heel natuurlijke variatie in je foto’s, en een beetje afwisseling, in elk geval als je die bewust hebt gekozen, draagt bij aan het interessant houden van je foto’s.

Alleen van belang bij het opnemen in JPEG: het aan je smaak aanpassen van de witbalansvoorkeuren van de camera.
NB: Dit is 2de aflevering in een serie van Eduard de Kam over kleur en fotografie. De eerste aflevering, de inleiding vind je HIER.

Voor een zo goed mogelijke opname is het van belang dat je het hele fotografische traject onder controle hebt. Het boek Fotograferen – Van opname tot afdruk van Eduard de Kam geeft je die controle. Naast het fotografische traject is er ook aandacht voor archivering en opslag.

Een gedachte over “Kleur: de witbalans”

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.