Kleur, zien en fotograferen

Voor je tijd, geld en moeite steekt in het op orde brengen van de techniek rond de kleurweergave van de apparatuur die je gebruikt, is het nodig even een uitstapje te maken naar de vraag hoe je kleur eigenlijk ziet, en hoe betrouwbaar je eigen waarneming is. In hoeverre kun je vertrouwen op je ogen zeg maar. Dan blijkt dat die betrouwbaarheid nogal afhangt van de lichtsituatie waar je naar je foto’s kijkt. (Dit is 3de aflevering in een serie van Eduard de Kam over kleur en fotografie. De eerste aflevering, de inleiding vind je HIER, de 2de aflevering over de witbalans vind je HIER.)

Wanneer je een foto maakt zie je ook zelf de kleur van wat je fotografeert terwijl de camera die kleuren op een eigen manier vastlegt. Wanneer je later de foto terugziet, of dat nu op een beeldscherm is of op afgedrukt op papier, wil je dat de kleuren van die foto overeenstemmen met je herinnering aan de kleuren toen je de foto maakte. Nu is ons oog, behalve bij de groep mensen met een vorm van kleurenblindheid, best goed in het beoordelen van kleur. Maar die beoordeling is wel heel erg afhankelijk van de omstandigheden waaronder je ergens naar kijkt. Wil je kunnen vertrouwen op je eigen waarneming dan moet je er voor zorgen dat de omstandigheden zoveel mogelijk onder controle en altijd hetzelfde zijn.

Fotograferen

Buiten fotograferen levert weinig kleurproblemen op, het licht is goed van kleur en je ziet het soort kleuren zo vaak dat je ze ook makkelijk kunt herinneren. Daarnaast heb je nog hulp van witbalans keuzes.

Het spectrum van het daglicht op een bewolkte dag, de kleurtemperatuur is 6500K en de verdeling van de kleuren is niet helemaal gelijkmatig. Toch is het het soort licht waarbij de kleuren allemaal heel goed en nauwkeurig te zien zijn.

In een studio is het wat lastiger omdat je daar naar je opstelling kijkt terwijl het instellicht van de flitsers aanstaat. Meestal halogeen, tegenwoordig soms LED, maar altijd een andere kleur dan van het flitslicht waarmee je de foto’s maakt. Dat maakt het lastig om de kleur goed in je geheugen te krijgen. Maar de witbalans kan hier wel heel goed helpen.

Kunstlicht

Maak je foto’s op een plek waar kunstlicht als verlichting aanwezig is dan ziet alles er anders uit dan de camera laat zien. Je ogen passen zich aan aan het warme licht, maar net niet helemaal. De camera kan dat wel, maar dan ben je de sfeer kwijt. Je moet dan achteraf zelf de kleur gaan bepalen waarvan je vindt dat het de juiste sfeer overbrengt. Gebruik je ook nog flitslicht met een andere kleur dan het aanwezige licht, dan wordt het helemaal ingewikkeld om er iets moois van te maken. Een filter op je flitsers kan dat oplossen. Maar het blijft dan toch wachten tot je de foto’s op je beeldscherm ziet voordat je echt iets van de kleuren kunt vinden.

Het is tegenwoordig heel eenvoudig, en voor zover ik dat kan zien ook heel gangbaar, om de kleurverzadiging veel hoger te maken dan natuurlijk. Kleur is naast een technische keuze nu eenmaal ook een kwestie van smaak.

Beeldscherm

Een beeldscherm heeft of is zijn eigen lichtbron, de kleuren erop veranderen dus niet wanneer het licht in de omgeving verandert. Toch zullen de kleuren op het beeldscherm er anders uit gaan zien als de helderheid of de kleur van het licht er om heen wijzigt. Niet dus doordat het scherm anders wordt, maar omdat je ogen zich aanpassen aan de gewijzigde omstandigheden.
Hoe meer licht er is rondom het beeldscherm, hoe donkerder de foto er uit zal zien. Is het helemaal donker in de werkruimte, dan doet het scherm bijna pijn aan je ogen wegens de hoeveelheid licht die er uit komt. Wanneer je bij zulke zeg maar foute omstandigheden je foto’s aan gaat passen dan zul je je foto’s in een te donkere ruimte donkerder maken, in een te lichte juist lichter. Je corrigeert dus altijd in de richting van de afwijking van het licht.
En dat geldt ook voor licht met een afwijkende kleur: is het licht te geel, dan ga je je foto’s geler maken en dat geldt ook voor elke andere kleurafwijking.

Standaardverlichting

Wanneer het licht af kan wijken, dan moet er ook een normale, standaard verlichting bestaan zonder afwijking, speciaal bedoeld om bij het werken achter een beeldscherm te gebruiken om je foto’s goed te kunnen beoordelen. En dat licht bestaat ook: het heet ‘norm-licht’. De eigenschappen daarvan zijn dat het een kleurtemperatuur heeft van 5000K, bij het beeldscherm een helderheid van ongeveer 100 Lux en de kleur moet een CRI waarde hebben die groter is dan 95. Handig om te gebruiken zijn LED lampen van Truelight, uitgevoerd als een gewone lamp met Edison schroefdraad, de kleur is wel goed genoeg, de helderheid kun je meten, en wijzigen met een dimmer, of door de juiste afstand tussen lamp en beeldscherm te kiezen. Wanneer je gaat meten blijkt 100 Lux overeen te komen met een belichtingsmeting bij ISO 100 van ongeveer 1 sec bij diafragma ƒ/5,6. Dat is niet zo heel veel licht. Het is vooral belangrijk om het licht constant, altijd hetzelfde, te houden. Anders kijk je elke keer anders naar dezelfde foto. Verschillende sensoren om je beeldscherm te kalibreren kunnen ook meten en aangeven of er te weinig, genoeg of juist teveel licht is op je werkplek.

Dit is het spectrum van een halogeenlamp met een kleurtemperatuur van 2700K. Een heel klein aandeel voor het blauw in het spectrum en dus niet geschikt voor kleurbeoordeling.

De afdruk

Ondanks het gemak waarmee je oog zich aanpast aan de kleur van het licht waardoor met name het wit van het papier er altijd vrijwel wit uit ziet, geldt dat niet voor de andere kleuren. Gebruik je warm kunstlicht, dan zullen rode kleuren extra opvallen, blauwe daarentegen minder helder overkomen dan ze eigenlijk zijn. Bij veel soorten LED verlichting wordt juist het rood tekort gedaan. De verschillen in de samenstelling van het licht, het spectrum van de lampen, zijn daar de oorzaak van. Om te kunnen zien of een lichtbron ‘goed’ is voor de kleurbeoordeling is de zogeheten ‘CRI’ ontwikkeld. Een getal waaraan je kunt zien hoe goed het licht overeenkomt met de norm: 100 is daardoor het maximum, onder de 90 wordt de kleurweergave problematisch. Normlicht voldoet aan de daglichtnorm van 5000K en heeft een CRI boven de 95. De CRI wordt gebaseerd op de weergave van acht standaardkleuren, de uitgebreidere versie gebruikt er inmiddels vijftien, waarbij vooral de toevoeging van rood en donkerblauw aan het lijstje erg nuttig zijn. Dan is er bij het beoordelen van afdrukken nog iets en dat is dat je behoorlijk veel licht nodig hebt om de kleurverzadiging echt goed te kunnen zien. De norm is daarvoor 2000 Lux maar liefst. Dat je ogen de kleurverzadiging zoveel beter zien als er veel licht is, is één van de redenen dat alles er zo mooi uitziet als de zon schijnt: er is gewoon heel veel licht! En helaas zijn kunstwerken niet zo goed bestand tegen dergelijke hoeveelheden licht, vandaar dat je in musea de schilderijen niet altijd in volle glorie kunt bewonderen.

Hier het spectrum van een eenvoudige LED-lamp, bedoeld voor huiskamer gebruik. Ook deze synthetische lichtbron heeft een kleurtemperatuur, namelijk 3200K. Voor ons oog niet heel erg anders dan een halogeenlamp. Technische gezien is het verschil heel groot, zo laat het spectrum duidelijk zien. En er onder de kleuren en de kwaliteit per kleur volgens de CRI, met name de rode kleuren worden heel slecht weergegeven, dit juist heel erg in tegenstelling tot het halogeenlicht.
NB: Dit is 3de aflevering in een serie van Eduard de Kam over kleur en fotografie. De eerste aflevering, de inleiding vind je HIER. De 2de aflevering vind je HIER.

Voor een zo goed mogelijke opname is het van belang dat je het hele fotografische traject onder controle hebt. Het boek Fotograferen – Van opname tot afdruk van Eduard de Kam geeft je die controle. Naast het fotografische traject is er ook aandacht voor archivering en opslag.

3 gedachten over “Kleur, zien en fotograferen”

  1. Ik ben erg blij met deze artikelenreeks. Ik hoop dat veel fotografen, beeldbewerkers maar vooral ook ontwerpers deze artikelen lezen. Sinds 25 jaar is het kleurenbeeld onderdeel geworden van DTP en sinds die tijd zijn veel ontwerpers (op papier en scherm) steeds meer verantwoordelijk geworden voor de kwaliteit van meerkleurenafbeeldingen. Vooral zij die zelf separeren of PDF/X-bestanden aanleveren krijgen zo een grote invloed op de kwaliteit. Meer contacten tussen fotografen en ontwerpers zijn dan nodig en de uitwisseling van relevante kleurkennis broodnodig. Lange teksten (zoals deze over kleur) kunnen – volgens mij – prima op dit medium.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.