Tagarchief: A-stand

Maak scherpere foto’s uit de hand

Op je camera zitten veel instellingen waarmee je de scherpte van je foto’s kunt verbeteren. Als je die leert te gebruiken, maak je vaker haarscherpe foto’s. Maak scherpere foto’s uit de hand! We geven hier de belangrijkste instellingen.

Met auto-ISO en de sluitertijd op minimaal 1/125 sec. voorkom je veel onscherpe foto’s

Auto-ISO

Als je bij veel licht uit de hand fotografeert, is de kans groot dat je foto’s scherp zijn. Bij minder licht, moet de sluiter langer openblijven. Als je dan beweegt, krijg je een wazige foto. Daarom fotograferen we graag vanaf een statief. Er is geen enkele camerabeweging, zelfs niet als je sluiter twee minuten openstaat. Hoe kort moet de sluitertijd zijn om uit de hand scherpe foto’s te maken? Ik zou zeggen rond 1/125 seconde. Als je sluitertijd langer is, is de kans groot dat je een wazige foto krijgt. Hoe zorgen we ervoor dat onze sluitertijd niet langer dan 1/125 wordt? We zetten ons geheime wapen in: Auto ISO. Maar we schakelen dit niet zomaar in, we stellen de minimale sluitertijd voor Auto ISO in op 1/125, dus hoe weinig licht er ook is, onze camera zorgt ervoor dat we een sluitertijd hebben die nooit langer is dan 1/125. De camera doet dit door je ISO-waarde genoeg te ver- hogen tot de sluitertijd minimaal 1/125 is. Om te zorgen dat dit werkt, moet je wel fotograferen in de modus diafragmavoorkeuze, de A-stand.

Met je ellebogen tegen je lichaam gedrukt, hou je de camera stabieler vast.

Ellebogenwerk

Een andere techniek om scherpere foto’s te maken wanneer je uit de hand fotografeert, is door de camera stabiel te houden door je ellebogen tegen je lichaam aan te trekken. Dit helpt om de camera aan je lichaam te verankeren, waardoor deze stabieler blijft en je scherpere foto’s krijgt. Deze aanpassing is gemakkelijker dan je zou denken en als je de resultaten een- maal ziet, ben je blij dat je het hebt gedaan.

Scherp diafragma

Een andere truc die profs gebruiken, is, wanneer dat kan, te fotograferen met het scherpste diafragma van je lens. Voor de meeste lenzen is dat ongeveer twee volledige stops lager dan een volledig geopend diafragma (dus het diafragmagetal dat je gebruikt is twee stops hoger dan het laagste getal). Dit geldt niet voor alle lenzen en als dat voor jouw lens niet het geval is, kun je het scherpste diafragma van je lens vinden door in de gaten te houden met welk diafragma je foto’s het scherpst lijken.

Schakel vibratiereductie uit als je op statief fotografeert.

Vibratiereductie (of IS) in- of uitschakelen

Veel objectieven hebben tegenwoordig ingebouwde stabilisatoren. Zie ze als mini-gyro- scopen die letterlijk elke beweging voor ons stabiliseren en in feite verrichten ze wonderen. Afhankelijk van het merk dat je gebruikt, hebben ze een iets andere naam. Nikon noemt het VR (Vibration Reduction, vibratiereductie) en Sony en Canon noemen het IS (Image Stabilisation, beeldstabilisatie), maar ze doen allemaal hetzelfde: ze stabiliseren de lens voor elke beweging, zodat je scherpere foto’s krijgt. Dit werkt alleen wanneer je uit de hand fotografeert, niet als je camera op een statief staat. Nog één ding: als je lens VR of IS heeft en je fotografeert vanaf een statief, schakel dan de VR- of IS-functie uit. Deze lenzen zoeken naar trillingen. Als ze er geen vinden, gaan ze er naar op zoek en dat zoeken naar trillingen als er absoluut geen trillingen zijn, kan (je raadt het al) een kleine trilling veroorzaken.

Kies met de joystick bij elke foto het punt waarop je de camera wilt laten scherpstellen.

Kies je eigen scherpstelpunt

De huidige autofocussystemen zijn behoorlijk goed in het kiezen van waar je je in de scène op wilt scherpstellen, maar ze zijn niet perfect en ze kunnen geen gedachten lezen. Daarom wil je de camera soms gewoon vertellen waar hij zich op moet richten, in plaats van hem te laten bepalen waarop hij denkt dat je wilt scherpstellen. Dit doe je door het scherpstelpunt dat verschijnt wanneer je in je zoeker kijkt (of op je lcd-scherm als je in de Live View-modus fotografeert) op datgene te plaatsen waarop je scherp wilt stellen.

Stel dat je een straatbeeld in een stad fotografeert en je camera wil scherpstellen op de muur in het midden van de scène, maar je wilt dat deze zich richt op een persoon die aan de zijkant staat. Je zou de joystick (of draaiknop of wat jouw merk camera ook gebruikt) gebruiken om het scherpstelpunt naar die persoon te verplaatsen en vervolgens je foto te maken, wetende dat waarop je scherp wilt stellen ook scherp is. Je kunt dit ook doen door het middelste punt (het punt dat je op het scherm ziet, waarschijnlijk in het rood) op die persoon te richten en vervolgens de ontspan- knop half ingedrukt te houden. Hierdoor wordt de scherpstelling op dat punt vergrendeld. Vervolgens kun je de foto opnieuw naar wens kadreren, wetende dat dat gebied scherp zal zijn. Hoe dan ook, het werkt allebei.

Deze blogpost Maak scherpere foto’s uit de hand is afkomstig uit mijn boek ‘Het beste van Scott Kelby over digitale fotografie’. Dit boek staat boordevol met dit soort tips. Op elke pagina wordt één tip besproken waar je meteen mee aan de slag kunt om je fotografie te verbeteren. Bestel het boek hier. Een andere tip Zo maak je betere flitsfoto’s vind je HIER op dit blog. Nog een tip De zeven doodzonden van landschapsfotografie vind je HIER. Ik leg je HIER uit hoe je de mooiste zonsondergangen kunt fotograferen.

Snel het juiste diafragma instellen

Scherptediepte is van het grootste belang als je wilt dat je foto’s er professioneel uitzien. Met een onscherpe achtergrond, maakt je foto meer indruk. Je leidt de blik van de beschouwer dan naar het onderwerp en de aandacht wordt minder getrokken naar onbelangrijke beeldgedeelten. Hoe stel je snel het juiste diafragma in?

Met een klein diafragma, zoals f/11 of f/16, krijg je alles ragscherp in beeld.

Diafragmavoorkeuze

Wat ik zo leuk vind aan de modus diafragmavoorkeuze, is dat ik het diafragma kan kiezen dat ik wil en dat mijn camera automatisch de juiste sluitertijd kiest om een goed belichte foto te maken. De sluitertijd is dus een ding waar ik me over het algemeen geen zorgen over hoef te maken, tenzij ik fotografeer bij erg weinig licht. Als ik niet hoef te rommelen met camera-instellingen, betekent dit dat ik me kan concentreren op dingen die er echt toe doen, zoals compositie en de kwaliteit van het licht. Het fotograferen in de modus diafragmavoor- keuze geeft me dus de vrijheid om precies dat te doen: focussen op de belangrijke dingen. En daarom raad ik vrienden altijd aan om te fotograferen in de modus diafragmavoorkeuze: laat je camera de ingewikkelde dingen voor je doen, zodat jij vrij bent om creatiever te zijn.

Met Diafragmavoorkeuze, of de A-stand, kun je bij elk fotografisch onderwerp de scherptediepte regelen.

Scherptediepte

Eigenlijk zou je als fotograaf bij elk onderwerp als eerste het juiste diafragma moeten instellen. Bij het vliegtuig hierboven wil je alles scherp hebben: daar stel je een kleine opening in. Bij portretten gebruik je een grotere opening om de achtergrond scherp te krijgen. Het instellen van het juiste diafragma is veel gemakkelijker dan je denkt. Zet je camera een week op de A-stand, diafragmavoorkeuze, en je boekt binnen een paar dagen van fotograferen al enorme winst en je foto’s zien er stukken beter uit. Je krijgt meer inzicht in je onderwerpen en in de bediening van de camera. Dat zijn punten die je enorm van pas zullen komen. Hoe begin je daarmee?

Je gebruikt hoofdzakelijk maar twee diafragmareeksen. Een laag getal, zoals f/2.8 of f/4 als je bijvoorbeeld alleen een persoon scherpt wilt hebben en f11 of f/16 als je veel in beeld scherp wilt (rechts).

Twee diafragmareeksen

Als je je nu afvraagt welk diafragma je moet gebruiken voor wat je gaat fotograferen, heb je hier iets om over na te denken dat zou kunnen helpen: voor het grootste deel gebruiken we meestal maar twee reeksen diafragma’s. We gebruiken diafragma’s met een hoog getal, zoals f/11 of f/16, wanneer we alles op de foto scherp willen hebben, van voor naar achter (zoals hierboven rechts te zien). We gebruiken diafragma’s met een laag getal, zoals f/2.8 of f/4, wanneer we ons onderwerp scherp willen hebben (zoals bijvoorbeeld een persoon, een standbeeld of een ander object) en de achtergrond erachter zacht en onscherp (zoals je hier- boven aan de linkerkant ziet).

f/8?

Waar gebruik je al die andere diafragma’s, zoals f/8, dan voor? Voor niet veel. Ik heb die tussenliggende diafragma’s de ‘het kan me niet schelen’-diafragma’s genoemd. Naarmate je vordert in je fotografie, zullen zich bepaalde momenten voor- doen waarop je sommige van die andere diafragma’s moet gebruiken, maar ik denk dat het nuttig is om van tevoren een goede uitgangspositie te kennen voor het kiezen van je diafragma. Dus onthoud wat ik zojuist heb besproken: hogere getallen betekenen dat er veel op de foto scherp zal zijn, lagere getallen zorgen ervoor dat de achtergrond onscherp wordt. Met het fotograferen op de A-stand kun je niet vroeg genoeg beginnen.

Bonustip

Als je flitst is de sluitertijd vaak vast. Meet met de belichtingsmeter het omgevingslicht en stel daar het diafragma op in. Dan wordt je achtergrond beter belicht en je flitsfoto veel mooier.

Deze blogpost Snel het juiste diafragma instellen is afkomstig uit mijn boek ‘Het beste van Scott Kelby over digitale fotografie’. Dit boek staat boordevol met dit soort tips. Op elke pagina wordt één tip besproken waar je meteen mee aan de slag kunt om je fotografie te verbeteren. Bestel het boek hier. Een andere tip Zo maak je betere flitsfoto’s vind je HIER op dit blog. Nog een tip De zeven doodzonden van landschapsfotografie vind je HIER. Ik leg je HIER uit hoe je de mooiste zonsondergangen kunt fotograferen.

Pieter Dhaeze: ‘Alles wat een fotograaf helpt om zijn aandacht bij het onderwerp te houden is meegenomen!’

Het boek van de maand is het Handboek Sportfotografie van auteur Pieter Dhaeze en fotograaf Pim Ras. Op het ComputerCreatief-blog geven we deze maand wat voorproefjes uit het boek (HIER, HIER en HIER) en spraken we met Pieter Dhaeze over het boek, over de manier van fotograferen van Pim Ras en het gebruiken van de mogelijkheden die een moderne digitale camera heeft en die je kunnen helpen om een goede sportfotograaf te worden.

Ben je zelf een sportfotograaf?
Pieter Dhaeze: ‘Sportfotografie is niet mijn hoofdonderwerp. Ik sta niet elke zondag naast het veld. Ik heb drie dochters en die hebben niet gevoetbald. Twee van die dochters dansten, dus ik heb in theaters heel veel beweging gefotografeerd. Uiteindelijk is sportfotografie ook het fotograferen van beweging. Ik schrijf in de inleiding van het boek dat sportfotografie een soort portretfotografie is, waarbij alleen je onderwerp tijdens het fotograferen beweegt en dat maakt het lastiger dan gewone portretfotografie. Je moet anticiperen op beweging en mógelijke beweging. Er staat altijd een mens op de foto en dat is wel een van de hoofdonderwerpen die ik zelf fotografeer. De combinatie van de kennis over het fotograferen van beweging en de affiniteit met portretten die heb ik wel.’

Lees verder Pieter Dhaeze: ‘Alles wat een fotograaf helpt om zijn aandacht bij het onderwerp te houden is meegenomen!’

Avond- en nachtfotografie: een interview met Jeroen Horlings en Kees Krick (deel 2)

Jeroen Horlings en Kees Krick schreven samen het boek van de maand januari Focus op Fotografie: Avond- en nachtfotografie
In het tweede deel van het interview met beide auteurs vertellen ze meer over de beste lenzen voor avond- en nachtfotografie, of je in JPEG of RAW moet fotograferen, wat een geschikte camera is om in het donker mee aan de slag te gaan en hoe lang het blauwe uurtje nou precies duurt… (Deel 1 van het interview vind je HIER.)
We beginnen over de meeste geschikte lenzen voor avond- en nachtfotografie.

Moet je nog speciale lenzen gebruiken of kun je alles op je camera schroeven?
Jeroen Horlings: ‘De lens die je gebruikt is natuurlijk ook belangrijk. We vertellen in het boek ook uitgebreid over lenzen, over de lichtsterkte van lenzen en standaard – zoom – lenzen. Niet alles werkt even goed.’
Kees Krick: ‘De meeste mensen hebben een zoomlens op hun camera. Met name de wat goedkopere zoomlenzen zijn niet erg lichtsterk en als je met zo’n lens ook nog eens flink inzoomt, vangt je lens steeds minder licht op. Dat zorgt er voor dat je door de zoeker steeds minder kunt zien. Als je een hele lichtsterke lens koopt van 1.4 of 1.8, veelal is dat een lens met een vaste brandpuntsafstand, dan zie je in het donker meteen vier keer zoveel door je zoeker van je camera, wat helpt om een betere compositie te maken.’
Lees verder Avond- en nachtfotografie: een interview met Jeroen Horlings en Kees Krick (deel 2)

Avond- en nachtfotografie: een interview met Jeroen Horlings en Kees Krick (1)

Jeroen Horlings en Kees Krick schreven samen het boek van de maand Focus op Fotografie: Avond- en nachtfotografie. Jeroen en Kees zijn alle twee fotograaf en alle twee schrijven ze al lang over fotografie.
Voor het interview over het boek spraken we bij het vallen van de avond af op de NDSM-werf in Amsterdam-Noord. Dit is deel 1 van het interview. Deel 2 vind je HIER.

Voorafgaand aan het interview lopen we over die NDSM-werf op zoek naar mooi licht voor wat foto’s bij het interview. Het is vies weer, met een beetje motregen. Geen prettig weer om te fotograferen. Op het moment dat ik de foto’s ga nemen is het net een beetje droger, maar het blijft grijs, de lantaarns floepen aan en er is nog wat laatste daglicht. We bekijken later de resultaten op het LCD-schermpje van de camera. Ondanks de bewolkte lucht, wordt de lucht op de foto’s blauw. Het blauwe uurtje? Ik dacht dat je daar onbewolkte lucht voor nodig hebt?
Kees Krick: ‘Na zonsondergang krijg je het beroemde blauwe uurtje, waarbij je op de foto’s van die mooie diepblauwe luchten krijgt. Over dat blauwe uurtje schrijven we uitgebreid in het boek. Als het bewolkt weer is of grijs weer is zoals vandaag, krijg je op je foto’s toch die blauwe luchten, ondanks dat jezelf grijze lucht ziet. Je camera ziet het kunstlicht, dat is gelig, je camera maakt het automatisch koeler, naar wit toe. De lucht wordt daardoor qua kleurtemperatuur ook afgekoeld en wordt daardoor blauw. Dus als het een mooie egale grijze lucht is, dan kun je doen alsof het het blauwe uur is.
Jeroen Horlings: ‘En het is nu ook nog vrij licht, de lucht is nog niet pikzwart, en dat helpt ook om de lucht blauwer te maken.’
Lees verder Avond- en nachtfotografie: een interview met Jeroen Horlings en Kees Krick (1)