Tagarchief: diafragma

Foto’s perfect belichten

De camera’s van tegenwoordig kunnen in veel situaties een prima belichte foto maken. Toch is het van groot belang dat je als fotograaf begrijpt wat je doet. Als je tijd investeert in het leren begrijpen en instellen van de juiste belichting, wordt je fotografie in andere opzichten ook beter. Fotograaf en docent Nando Harmsen schreef het boek ‘Perfect belichten’ waarmee je alle kennis in handen krijgt om de belichting naar je hand te zetten. Hoe doe je dat, foto’s perfect belichten?

Door met behulp van het histogram te belichten, kun je voorkomen dat er uitgebeten lichte partijen ontstaan. Bovendien voorkom je beeldruis.

Hoe ben je op het idee gekomen om een boek over belichten te schrijven?
Nando Harmsen: ‘Omdat ik op mijn website artikelen heb staan over belichting, werd ik door een fotoclub benaderd met de vraag of ik een lezing wilde houden over belichting. Die lezing heb ik gedurende enkele jaren voor diverse fotoclubs gegeven. Op een moment leek het me leuk om de tutorials van zowel mijn website als de lezing te verzamelen in een informatief en prachtig geïllustreerd e-book. Hieruit is mijn boek geboren.’
Lees verder Foto’s perfect belichten

Maak scherpere foto’s uit de hand

Op je camera zitten veel instellingen waarmee je de scherpte van je foto’s kunt verbeteren. Als je die leert te gebruiken, maak je vaker haarscherpe foto’s. Maak scherpere foto’s uit de hand! We geven hier de belangrijkste instellingen.

Met auto-ISO en de sluitertijd op minimaal 1/125 sec. voorkom je veel onscherpe foto’s

Auto-ISO

Als je bij veel licht uit de hand fotografeert, is de kans groot dat je foto’s scherp zijn. Bij minder licht, moet de sluiter langer openblijven. Als je dan beweegt, krijg je een wazige foto. Daarom fotograferen we graag vanaf een statief. Er is geen enkele camerabeweging, zelfs niet als je sluiter twee minuten openstaat. Hoe kort moet de sluitertijd zijn om uit de hand scherpe foto’s te maken? Ik zou zeggen rond 1/125 seconde. Als je sluitertijd langer is, is de kans groot dat je een wazige foto krijgt. Hoe zorgen we ervoor dat onze sluitertijd niet langer dan 1/125 wordt? We zetten ons geheime wapen in: Auto ISO. Maar we schakelen dit niet zomaar in, we stellen de minimale sluitertijd voor Auto ISO in op 1/125, dus hoe weinig licht er ook is, onze camera zorgt ervoor dat we een sluitertijd hebben die nooit langer is dan 1/125. De camera doet dit door je ISO-waarde genoeg te ver- hogen tot de sluitertijd minimaal 1/125 is. Om te zorgen dat dit werkt, moet je wel fotograferen in de modus diafragmavoorkeuze, de A-stand.

Met je ellebogen tegen je lichaam gedrukt, hou je de camera stabieler vast.

Ellebogenwerk

Een andere techniek om scherpere foto’s te maken wanneer je uit de hand fotografeert, is door de camera stabiel te houden door je ellebogen tegen je lichaam aan te trekken. Dit helpt om de camera aan je lichaam te verankeren, waardoor deze stabieler blijft en je scherpere foto’s krijgt. Deze aanpassing is gemakkelijker dan je zou denken en als je de resultaten een- maal ziet, ben je blij dat je het hebt gedaan.

Scherp diafragma

Een andere truc die profs gebruiken, is, wanneer dat kan, te fotograferen met het scherpste diafragma van je lens. Voor de meeste lenzen is dat ongeveer twee volledige stops lager dan een volledig geopend diafragma (dus het diafragmagetal dat je gebruikt is twee stops hoger dan het laagste getal). Dit geldt niet voor alle lenzen en als dat voor jouw lens niet het geval is, kun je het scherpste diafragma van je lens vinden door in de gaten te houden met welk diafragma je foto’s het scherpst lijken.

Schakel vibratiereductie uit als je op statief fotografeert.

Vibratiereductie (of IS) in- of uitschakelen

Veel objectieven hebben tegenwoordig ingebouwde stabilisatoren. Zie ze als mini-gyro- scopen die letterlijk elke beweging voor ons stabiliseren en in feite verrichten ze wonderen. Afhankelijk van het merk dat je gebruikt, hebben ze een iets andere naam. Nikon noemt het VR (Vibration Reduction, vibratiereductie) en Sony en Canon noemen het IS (Image Stabilisation, beeldstabilisatie), maar ze doen allemaal hetzelfde: ze stabiliseren de lens voor elke beweging, zodat je scherpere foto’s krijgt. Dit werkt alleen wanneer je uit de hand fotografeert, niet als je camera op een statief staat. Nog één ding: als je lens VR of IS heeft en je fotografeert vanaf een statief, schakel dan de VR- of IS-functie uit. Deze lenzen zoeken naar trillingen. Als ze er geen vinden, gaan ze er naar op zoek en dat zoeken naar trillingen als er absoluut geen trillingen zijn, kan (je raadt het al) een kleine trilling veroorzaken.

Kies met de joystick bij elke foto het punt waarop je de camera wilt laten scherpstellen.

Kies je eigen scherpstelpunt

De huidige autofocussystemen zijn behoorlijk goed in het kiezen van waar je je in de scène op wilt scherpstellen, maar ze zijn niet perfect en ze kunnen geen gedachten lezen. Daarom wil je de camera soms gewoon vertellen waar hij zich op moet richten, in plaats van hem te laten bepalen waarop hij denkt dat je wilt scherpstellen. Dit doe je door het scherpstelpunt dat verschijnt wanneer je in je zoeker kijkt (of op je lcd-scherm als je in de Live View-modus fotografeert) op datgene te plaatsen waarop je scherp wilt stellen.

Stel dat je een straatbeeld in een stad fotografeert en je camera wil scherpstellen op de muur in het midden van de scène, maar je wilt dat deze zich richt op een persoon die aan de zijkant staat. Je zou de joystick (of draaiknop of wat jouw merk camera ook gebruikt) gebruiken om het scherpstelpunt naar die persoon te verplaatsen en vervolgens je foto te maken, wetende dat waarop je scherp wilt stellen ook scherp is. Je kunt dit ook doen door het middelste punt (het punt dat je op het scherm ziet, waarschijnlijk in het rood) op die persoon te richten en vervolgens de ontspan- knop half ingedrukt te houden. Hierdoor wordt de scherpstelling op dat punt vergrendeld. Vervolgens kun je de foto opnieuw naar wens kadreren, wetende dat dat gebied scherp zal zijn. Hoe dan ook, het werkt allebei.

Deze blogpost Maak scherpere foto’s uit de hand is afkomstig uit mijn boek ‘Het beste van Scott Kelby over digitale fotografie’. Dit boek staat boordevol met dit soort tips. Op elke pagina wordt één tip besproken waar je meteen mee aan de slag kunt om je fotografie te verbeteren. Bestel het boek hier. Een andere tip Zo maak je betere flitsfoto’s vind je HIER op dit blog. Nog een tip De zeven doodzonden van landschapsfotografie vind je HIER. Ik leg je HIER uit hoe je de mooiste zonsondergangen kunt fotograferen.

Snel het juiste diafragma instellen

Scherptediepte is van het grootste belang als je wilt dat je foto’s er professioneel uitzien. Met een onscherpe achtergrond, maakt je foto meer indruk. Je leidt de blik van de beschouwer dan naar het onderwerp en de aandacht wordt minder getrokken naar onbelangrijke beeldgedeelten. Hoe stel je snel het juiste diafragma in?

Met een klein diafragma, zoals f/11 of f/16, krijg je alles ragscherp in beeld.

Diafragmavoorkeuze

Wat ik zo leuk vind aan de modus diafragmavoorkeuze, is dat ik het diafragma kan kiezen dat ik wil en dat mijn camera automatisch de juiste sluitertijd kiest om een goed belichte foto te maken. De sluitertijd is dus een ding waar ik me over het algemeen geen zorgen over hoef te maken, tenzij ik fotografeer bij erg weinig licht. Als ik niet hoef te rommelen met camera-instellingen, betekent dit dat ik me kan concentreren op dingen die er echt toe doen, zoals compositie en de kwaliteit van het licht. Het fotograferen in de modus diafragmavoor- keuze geeft me dus de vrijheid om precies dat te doen: focussen op de belangrijke dingen. En daarom raad ik vrienden altijd aan om te fotograferen in de modus diafragmavoorkeuze: laat je camera de ingewikkelde dingen voor je doen, zodat jij vrij bent om creatiever te zijn.

Met Diafragmavoorkeuze, of de A-stand, kun je bij elk fotografisch onderwerp de scherptediepte regelen.

Scherptediepte

Eigenlijk zou je als fotograaf bij elk onderwerp als eerste het juiste diafragma moeten instellen. Bij het vliegtuig hierboven wil je alles scherp hebben: daar stel je een kleine opening in. Bij portretten gebruik je een grotere opening om de achtergrond scherp te krijgen. Het instellen van het juiste diafragma is veel gemakkelijker dan je denkt. Zet je camera een week op de A-stand, diafragmavoorkeuze, en je boekt binnen een paar dagen van fotograferen al enorme winst en je foto’s zien er stukken beter uit. Je krijgt meer inzicht in je onderwerpen en in de bediening van de camera. Dat zijn punten die je enorm van pas zullen komen. Hoe begin je daarmee?

Je gebruikt hoofdzakelijk maar twee diafragmareeksen. Een laag getal, zoals f/2.8 of f/4 als je bijvoorbeeld alleen een persoon scherpt wilt hebben en f11 of f/16 als je veel in beeld scherp wilt (rechts).

Twee diafragmareeksen

Als je je nu afvraagt welk diafragma je moet gebruiken voor wat je gaat fotograferen, heb je hier iets om over na te denken dat zou kunnen helpen: voor het grootste deel gebruiken we meestal maar twee reeksen diafragma’s. We gebruiken diafragma’s met een hoog getal, zoals f/11 of f/16, wanneer we alles op de foto scherp willen hebben, van voor naar achter (zoals hierboven rechts te zien). We gebruiken diafragma’s met een laag getal, zoals f/2.8 of f/4, wanneer we ons onderwerp scherp willen hebben (zoals bijvoorbeeld een persoon, een standbeeld of een ander object) en de achtergrond erachter zacht en onscherp (zoals je hier- boven aan de linkerkant ziet).

f/8?

Waar gebruik je al die andere diafragma’s, zoals f/8, dan voor? Voor niet veel. Ik heb die tussenliggende diafragma’s de ‘het kan me niet schelen’-diafragma’s genoemd. Naarmate je vordert in je fotografie, zullen zich bepaalde momenten voor- doen waarop je sommige van die andere diafragma’s moet gebruiken, maar ik denk dat het nuttig is om van tevoren een goede uitgangspositie te kennen voor het kiezen van je diafragma. Dus onthoud wat ik zojuist heb besproken: hogere getallen betekenen dat er veel op de foto scherp zal zijn, lagere getallen zorgen ervoor dat de achtergrond onscherp wordt. Met het fotograferen op de A-stand kun je niet vroeg genoeg beginnen.

Bonustip

Als je flitst is de sluitertijd vaak vast. Meet met de belichtingsmeter het omgevingslicht en stel daar het diafragma op in. Dan wordt je achtergrond beter belicht en je flitsfoto veel mooier.

Deze blogpost Snel het juiste diafragma instellen is afkomstig uit mijn boek ‘Het beste van Scott Kelby over digitale fotografie’. Dit boek staat boordevol met dit soort tips. Op elke pagina wordt één tip besproken waar je meteen mee aan de slag kunt om je fotografie te verbeteren. Bestel het boek hier. Een andere tip Zo maak je betere flitsfoto’s vind je HIER op dit blog. Nog een tip De zeven doodzonden van landschapsfotografie vind je HIER. Ik leg je HIER uit hoe je de mooiste zonsondergangen kunt fotograferen.

Je smartphone heeft een échte camera

Ooit wilde ik een cameraatje dat ik altijd bij me kon hebben. Klein, met een prima lensje en voor 35mm film. Het werd de Olympus XA 35mm. Was het de ideale-altijd-bij-je-camera? Best wel. Het was een camera die in je (reuze)broekzak of zak van je jas paste. Met de smartphone heb je eindelijk die ideale altijd-bij-je-camera, een échte camera. Kortom: je smartphone heeft een echte camera.

Zo klein als die camera was, de Olympus XA 35mm was een échte camera. Scherpstellen met een meetzoeker, ISO-waarde aanpassen, een lichtmeter, verschillende diafragma’s. Een fantastisch ding. Hij werkte met 35mm film. De resultaten waren goed, voor een camera met zo’n klein lensje. De camera die je nu altijd bij je hebt – je smartphone is beter, vele malen beter en kan dankzij slimme elektronica veel meer. Je kunt automatisch switchen tussen verschillende ISO-waarden. Je filmrolletje is nooit echt vol. Met een portretmodus kun je min of meer een dikke spiegelreflex nadoen. En je camera van je smartphone heeft veelal OIS en/of EIS. Wat is dat dan?
Lees verder Je smartphone heeft een échte camera

De smartphonecamera handmatig instellen

Een camera op de auto-stand is handig. Schieten en klaar is je foto. De camera heeft voor je nagedacht, lekker makkelijk. De intelligentie van de moderne camera’s is behoorlijk, maar niet zo groot als die van jou. Jij ziet meteen dat die foto van de skipiste te donker is, de camera ziet dat niet.  Er zijn veel meer situaties waarbij jij de regie van de camera moet nemen. Je zult de instellingen handmatig willen bijsturen. Op veel van de moderne camera-apps op een smartphone kun je zelf ingrijpen. Het is even wennen misschien, maar ingewikkeld is het niet.
Lees verder De smartphonecamera handmatig instellen

Avond- en nachtfotografie: de optimale belichting bepalen

Elke maand besteden we speciale aandacht aan een nieuw boek uit het fonds van Van Duuren Media. Het boek van de maand januari is Focus op Fotografie: Avond- en nachtfotografie van Jeroen Horlings en Kees Krick. Op het blog geven we wat voorproefjes uit het boek.
Dit is het vierde deel uit hoofdstuk 5 over het maken van de juiste belichting van een avond- of nachtfoto. In dit voorproefje komt het bepalen van de optimale belichting aan de orde, langer of korter belichten, zodat je zelf precies kunt bepalen hoeveel scherptediepte of beweging je in een foto krijgt. Het eerste deel uit dit hoofdstuk over ‘belichting’ vind je HIER, het tweede deel HIER, het derde deel HIER. Een interview met de beide auteurs vind je HIER en HIER. (H.F.)

Dertig seconden en meer

De meeste spiegelreflexen en systeemcamera’s kunnen een foto belichten tot maximaal dertig seconden. Wilt u langer belichten, dan kan dit, maar moet u uitwijken naar een speciale camerastand, genaamd de B-stand (BULB). De werking van de B-stand is vrijwel gelijk aan de M-stand. Met als verschil dat u geen sluitertijd instelt. Hoe bepaalt u dan de belichtingstijd? Nou, in deze stand wordt een foto gemaakt zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt. Desnoods minutenlang. Natuurlijk doet u dat niet letterlijk, maar gebruikt u hier een afstandsbediening voor. We willen immers niet dat de camera trilt doordat we al die tijd de ontspanknop ingedrukt houden. Een afstandsbediening die zelf het aantal seconden aftelt is een pre, want dan hoeft u geen stopwatch te gebruiken om te bepalen of de gewenste belichtingstijd bereikt is.
Lees verder Avond- en nachtfotografie: de optimale belichting bepalen

Belichting: tijdens en na het blauwe uur, automatisch én handmatig

Elke maand besteden we speciale aandacht aan een nieuw boek uit het fonds van Van Duuren Media. Het boek van de maand januari is Focus op Fotografie: Avond- en nachtfotografie van Jeroen Horlings en Kees Krick. Op het blog geven we wat voorproefjes uit het boek.
Dit is het derde deel uit hoofdstuk 5 over het maken van de juiste belichting van een avond- of nachtfoto. In dit voorproefje komen onder andere het belichten van een foto tijdens en na het blauwe uur aan de orde, of je voor de juiste belichting twee foto’s kunt samenvoegen of een filter moet gebruiken en hoe je werkt met behulp van het histogram. Het eerste deel uit dit hoofdstuk over ‘belichting’ vind je HIER, het tweede deel HIER. Het interview met de beide auteurs vind je HIER en HIER. (H.F.)

Belichten tijdens het blauwe uur

Tijdens het blauwe uur is het nog aardig licht, maar dat verandert in deze periode snel. Daarom is het opletten geblazen met de belichting. Vooral in pak hem beet de eerste helft van het blauwe uur, want dan is de lucht erg fel in verhouding tot het landschap eronder. Maken we een foto met een goed belicht landschap, dan raakt de blauwe lucht vrijwel zeker overbelicht. Om beide mooi op de foto te zetten, is het nodig om het contrast tussen de twee te verminderen. De lucht moet dus minder fel gemaakt worden. Dat kan op twee manieren: door twee foto’s te maken en die met software samen te voegen, of door tijdens de opname een speciaal filter te gebruiken. In de loop van de tweede helft van het blauwe uur neemt de intensiteit van de lucht snel af. Nu kunnen de lucht en het landschap wel beide zonder extra hulp samen op de foto gezet worden. Aan het eind van het blauwe uur wordt het echt donker. Opnieuw is er een groot contrastverschil, maar nu is dat geen probleem. De lucht mag in de meeste gevallen namelijk gerust donker op de foto komen.
Lees verder Belichting: tijdens en na het blauwe uur, automatisch én handmatig

Belichting: stops, diafragma, scherptediepte en beweging

Elke maand besteden we speciale aandacht aan een nieuw boek uit het fonds van Van Duuren Media. Het boek van de maand januari is Focus op Fotografie: Avond- en nachtfotografie van Jeroen Horlings en Kees Krick. Op het blog geven we wat voorproefjes uit het boek. Dit is het tweede deel uit hoofdstuk 5 over het maken van de juiste belichting van een foto. In dit voorproefje uit het boek worden de ‘stoppen’ van de belichting behandeld, of je uit de hand of van een statief moet fotograferen en leer je alles over diafragma en scherptediepte en sluitertijd en beweging. Het eerste deel uit dit hoofdstuk over ‘belichting’ vind je HIER, het derde deel vind je HIER. Het interview met de beide auteurs vind je HIER en HIER. (H.F.)

Stops

Diafragma, sluitertijd en lichtgevoeligheid bepalen samen als een drie-eenheid de belichting van de foto. Elke van de drie lichtregelaars is in vaste stappen aan te passen. Zo’n stap wordt een stop genoemd. Elk stapje in de ene richting is steeds een verdubbeling van de hoeveelheid licht. Kiest u een stap in de andere richting, dan halveert de hoeveelheid licht. Gaat u in de tabel van het diafragma een stap naar rechts en in de tabel van de sluitertijd een stap naar links, dan komt u op exact dezelfde hoeveelheid licht uit. De ene verdubbelt namelijk, terwijl de tweede tegelijkertijd halveert. Vandaar dat u vele combinaties van diafragma, sluitertijd en ISO-waarde kunt kiezen, terwijl ze allemaal exact dezelfde hoeveelheid licht opleveren. Bij de ene staat het diafragma wat verder open, bij een andere is de sluitertijd iets langer of is de ISO-waarde hoger. U (of de camera) mag bepalen hoe u de drie lichtregelaars instelt. In de camera zit dus een soort supermengkraan.
Lees verder Belichting: stops, diafragma, scherptediepte en beweging

Belichting: samenhang tussen diafragma, sluitertijd en ISO-waarde

Elke maand besteden we speciale aandacht aan een nieuw boek uit het fonds van Van Duuren Media. Het boek van de maand januari is Focus op Fotografie: Avond- en nachtfotografie van Jeroen Horlings en Kees Krick. Op het blog geven we wat voorproefjes uit het boek. Dit is het begin van hoofdstuk 5 over het maken van de juiste belichting van een foto. In dit eerste voorproefje uit het boek worden diafragma, sluitertijd en lichtgevoeligheid behandeld. Het tweede deel uit het hoofdstuk vind je HIER, het derde HIER. Het interview met de beide auteurs vind je HIER en HIER. (H.F.)

’s Avonds laat en ’s nachts zijn wij sterk afhankelijk van kunstmatige lichtbronnen. Want de zon is al een tijd onder, zodat het zonlicht niet meer rechtstreeks op het aardoppervlak valt. We kunnen dan alsnog binnenshuis zien, over straat lopen, of met de auto op pad gaan, omdat er kunstlicht is. Denk aan schemerlampen, zaklantaarns, autolichten en lantaarnpalen. Zijn er geen kunstmatige lichtbronnen, dan is het aardedonker en valt er niets te zien. Een onverlicht gebouw is niet interessant om te fotograferen, hoe fraai de gevel overdag ook mag zijn. Vandaar dat we bij avond- en nachtfotografie graag op zoek gaan naar plekken met mooi licht. Vervolgens is het de kunst om die goed belicht op de foto te zetten.
Lees verder Belichting: samenhang tussen diafragma, sluitertijd en ISO-waarde

Fotografie: zoek de zoete plek van de lens

Elke lens heeft een diafragmaopening die bij een foto een betere scherpte en contrast geven dan bij andere diafragma-instellingen van deze lens. Deze plek heet in het Engels de Sweet Spot (Sweet Spot komt naar het schijnt uit de tenniswereld, waarbij de Sweet Spot van een tennisracket de plek is waarmee je de meest effectieve slagen kunt doen). Een Nederlandse term ken ik er niet voor, de zoete plek zullen we maar zeggen.

Een wijd open lens (bij het kleinste getal voor de diafragma) heeft vaak last van aberratie (kleurverschuiving) en een lens met het kleinste diafragma (het grootste diafragmagetal) heeft weer last van diffractie (verstrooiing van het licht op de randen van de diafragma), met als resultaat dat er enige mate onscherpte optreedt. Bij een goede lens hoeft dat niet perse dramatische gevolgen te hebben voor de scherpte en contrast – de lens is gewoon goed en over het geheel goed scherp, maar er zijn dus wel een aantal diafragma instellingen waarbij de lens op zijn best is en net even scherper met een beter contrast dan bij die andere instellingen: de Sweet Spot van de lens.
Het is handig om te weten wat die sweet spot van je lens is. Er zijn wel wat vuistregels voor te geven. Bijvoorbeeld twee stops kleiner dan wijd open zou een sweet spot kunnen zijn, f/8 is ook een veilige keuze. Wil je echt zeker weten wat de sweet spot(s) zijn van een specifieke lens, dan moet je een reeks foto’s maken met de verschillende diafragma-instellingen van die lens.
Lees verder Fotografie: zoek de zoete plek van de lens