vibe coding: programmeren door te praten

Vibe coding: programmeren door te praten

Erwin Blom heeft altijd al moeite gehad met die zwarte schermen vol regels met gekleurde lettertjes waar programmeurs mee werken. “Ik dacht altijd: dat moet toch anders kunnen,” zegt hij. Met zijn nieuwe boek over vibe coding laat hij zien dat het inderdaad anders kan. We spraken hem over deze nieuwe manier van software maken, waarbij je gewoon in normale mensentaal beschrijft wat je wilt – en de AI bouwt het voor je. Vibe coding is praten om te programmeren. Een interview met Erwin Blom, auteur van het eerste Nederlandse Handboek vibe coding.

Wat is vibe coding eigenlijk?

“Het is gelukkig heel basic uit te leggen,” begint Erwin. “In feite is het simpelweg al chattend software maken. Net zoals je in ChatGPT of Gemini of Claude praat om er een tekst uit te krijgen, zo praat je hier om er een app, een tool of een website uit te krijgen.”

Het concept is eenvoudig: je beschrijft wat je wilt hebben en de AI-tool gaat dat voor je bouwen. “Wat wil je gebouwd hebben? Beschrijf het. Welke elementen moeten erin zitten? Voor welke doelgroep is het? Hoe moet het eruitzien qua sfeer en look and feel? Als je die dingen kunt beschrijven, gaat de AI-tool voor je aan de slag.” 

En als het resultaat niet helemaal is wat je voor ogen had? “Dan doe je net als bij ChatGPT: je gaat verder praten. Alsof je een vormgever en een programmeur aan tafel hebt zitten. Je zegt: nee, dit wil ik toch anders, of dit werkt niet, kun je dat aanpassen? Eigenlijk geef je al pratend instructies aan een virtueel bouw- en ontwerpteam.”

De term ‘vibe coding’ is gemunt door Andrej Karpathy, een bekende AI-onderzoeker. Het idee is dat je losser met het programmeren om kunt gaan; dat je kunt experimenteren en itereren. “Vroeger was programmeren: je schrijft regels code, daar komt uit wat je bedacht hebt of niet, en als er een fout is zit die in de code. Die je moet aanpassen. Nu kun je al pratend dingen uitproberen en bijsturen.”

Voor wie is dit boek?

Erwin vindt het lastig om één doelgroep aan te wijzen. “Ik zie eigenlijk overal toepassingen. Je kunt het voor heel speelse dingen gebruiken: een quiz maken voor oud en nieuw, een filmbeoordelingsapp voor het gezin. Maar je kunt het ook gebruiken voor zakelijke toepassingen.”

Een concreet voorbeeld: zijn dochter zit in een band (Trio Pip Blom) en gaat op tour. “Hoe werkt dat normaal? Je hebt in een band vaak één iemand die georganiseerd is en die maakt een heel tourboek. We gaan bijvoorbeeld naar Lowlands, alles staat erin, maar niemand leest het. Dus ik dacht: als je nou een vervangende tourmanager-app maakt waar alle informatie in staat, dan heeft iedereen altijd alle relevante informatie bij de hand. Je kunt direct bellen vanuit de tool; er zit een Google Maps-koppeling in. Iedereen heeft altijd alle informatie en kan rechtstreeks communiceren met alle betrokken partijen.” Toen hij de app deelde met de band, heeft hij de vraag ‘Hoe lang moeten we morgen rijden?’ beantwoord met: ‘Zie app’.

Er zijn verschillende niveaus van gebruikers van vibe coding, zegt Erwin. “Je hebt er het meeste aan als je én kunt vibe coden én kunt programmeren. Dan kun je snel werken en tegelijkertijd meekijken wat er goed en niet goed gaat.” Zelf hoort hij bij de groep die weet wat hij wil, met beperkte kennis van code. “Ik heb voldoende gedaan in mijn leven om de juiste instructies te kunnen geven.”

“Je vergeet zelf altijd hoeveel je weet, wat voor jou vanzelfsprekend is. Bijvoorbeeld front-end en back-end.  Ik hielp iemand die ook vibe coding wilde leren, en toen ik zei dat we een admin-omgeving moesten bouwen, zei hij: ‘Daar was ik zelf niet opgekomen.’ Voor mij is het vanzelfsprekend dat je een voorkant en achterkant hebt – een front-end waar gebruikers mee werken en een back-end waar de data naartoe gaat. Maar veel mensen realiseren zich niet dat als je een formulier invult, die informatie ergens naartoe moet, naar een database. Het gaat niet alleen om hoe iets eruitziet.”

Welke tools zijn er?

De wereld van vibe coding-tools ontwikkelt zich razendsnel, waarschuwt Erwin meteen als ik naar de tools vraag. “Alles wat ik nu zeg, is snel gedateerd. In het boek geef ik de huidige tools, maar kijk het zelf na, want er zit heel veel ontwikkeling in.”

Hij maakt onderscheid tussen tools voor verschillende technische niveaus. “Tools als Lovable en Base44 en Bolt – dat zijn tools voor mensen met de minste technische bagage. Bij Claude en Cursor komt de code nog steeds in beeld; dat voelt hoogdrempeliger als je niks van techniek weet.”

Een belangrijke ontwikkeling is dat steeds meer tools ‘batteries included’ zijn. “In het begin moest je bij Lovable zelf nog een database aansluiten via Supabase. Dan moest je API’s koppelen, en dan werd het voor de meeste mensen al ingewikkeld. Nu zit bij zowel Lovable als Base44 een database inbegrepen, en autorisaties ook.”

Het doel van deze tools is dat je bijna niks technisch hoeft te doen. “Stel, ik wil Stripe integreren, omdat mensen moeten betalen voor mijn app. Met een simpele klik, plus een autorisatie aan de Stripe-kant, kan ik betalen mogelijk maken. Of een koppeling met Gmail, zodat ik vanuit mijn app vragen aan een Gmail-account kan stellen.”

De tools die Erwin in zijn boek noemt:

  • Lovable en Base44: laagdrempelig, database en autorisaties inbegrepen
  • Bolt: vergelijkbaar, voor beginners
  • Claude en Cursor: meer gericht op technische gebruikers, code is zichtbaar
  • Replit: ook voor technischere gebruikers
  • Google AI Studio: krachtig, met real-time zoeken op de achtergrond
  • Genspark: combineert meerdere AI-tools, maakt plaatjes met drie verschillende diensten zodat je kunt kieze
Een voorbeeldpagina uit het boek: over de tool Lovable.

“Die tools ontwikkelen zich allemaal in dezelfde richting. Wat de ene nu niet heeft en de ander wel, dat is over een maand of twee gelijkgetrokken. Ze bewegen allemaal dezelfde kant op.”

Het boek: ook gemaakt met vibe coding

Het zou vreemd zijn als een boek over vibe coding niet zelf met die technieken zou zijn gemaakt. En inderdaad: “Ik heb het boek ook ‘opgemaakt’ met vibe coding. Er is een tool die Loveart heet, die werkt op hetzelfde principe.”

Erwin had eerder een boek uitgebracht, het Handboek Communities, waarbij vormgever Marcel Kampman een prachtig scanbaar boek had gemaakt. “Maar dat budget zou ik er nu niet voor hebben. Dus ik dacht: laat ik dit idee helemaal doortrekken en het zelf doen.”

Hij had zelfs een concept in gedachten waarbij de fouten in het boek zouden blijven zitten – dat zou bij het thema passen. “Maar de uitgever was het daar niet helemaal mee eens. Je krijgt gezeur van mensen.”

De community: leren van elkaar

Naast het boek heeft Erwin een online community opgericht: Vibecoders Unite. De reden is praktisch: “Het boek is statisch. En omdat dit allemaal zo snel ontwikkelt, moet je er een nieuwsbrief bij doen, en een community om kennis te delen, ervaringen te delen, voorbeelden en inspiratie.”

Die community heeft hij – uiteraard – ook met vibe coding gebouwd. “Dat moet je natuurlijk wel helemaal doortrekken als concept.” Maar hij heeft geleerd van zijn eerste pogingen: “Ik was eerst helemaal losgegaan met functionaliteit en AI-features. Toen heb ik er heel veel weer uitgesloopt. Want alleen omdat alles kan, wil niet zeggen dat alles moet.”

In de community deelt Erwin voorbeelden van wat mensen zonder technische achtergrond allemaal bouwen. Sporthistoricus Jurryt van de Vooren maakte een site die elke dag automatisch een historisch Feyenoord-moment opdiept uit het Nationaal Archief. Journalist Gerson Veenstra zette met een eigen GPT dertig SXSW-conferentieverslagen online – elk binnen tien minuten na afloop van een sessie. Erik Mus bouwde in één dag een sneeuwkaart waarop gebruikers konden melden hoeveel sneeuw er lag – binnen vijf dagen 25.000 bezoekers. En hockeytrainer Bert de Boer maakte een complete coachingtool voor realtime feedback aan spelers.

“Dat is wat ik wil laten zien: dit zijn geen programmeurs. Dit zijn mensen die een idee hadden en het gewoon gingen maken.”

Van idee naar werkend prototype

Wat vibe coding vooral mogelijk maakt, is snel prototypes bouwen. “Vroeger was ik een week bezig om zoiets te bouwen. Nu kan ik de eerste versie in een middag maken – al komt er daarna nog best wel wat finetunen bij.”

Het grote voordeel: je kunt nu zelf eerst iets laten zien, in plaats van alleen beschrijven wat je wilt. “Tot nu toe deed je requirements op papier. Je gaat alles beschrijven, en dan hebben de ontwikkelaar en jij allebei iets anders in je hoofd. Nu kan ik zelf eerst een werkend prototype maken. Dit is wat ik voor me zie. Daar kan een programmeur dan mee aan de slag – die weet dan veel duidelijker wat ik bedoel. Je hebt een veel beter startpunt om over te praten.”

De toekomst: vibe coding als standaard

Erwin denkt dat ‘vibe coding’ uiteindelijk geen apart begrip meer zal zijn. “Straks is het gewoon een standaard manier om software te maken en te gebruiken. Kijk wat Google nu doet met Gemini, dat komt overal al in. Misschien zegt je spreadsheet straks: zal ik er een leuk dashboard voor je van maken? Wat is voor jou het belangrijkste?”

Grote bedrijven zullen het integreren in hun eigen omgevingen, verwacht Erwin. “Nu willen bedrijven niet dat iedereen zijn eigen tools zit te bouwen. Maar ik denk dat dat tijdelijk is. Microsoft, Google – die gaan dit allemaal inbouwen, met guardrails voor wat wel en niet mag.”

Maar voor nu is zijn boodschap helder: “Ik kan nu dingen die ik een jaar geleden niet kon. Dit boek had ik nooit kunnen schrijven zonder deze tools.” En voor iedereen die denkt dat technologie ingewikkeld is: “Je hoeft het niet zelf te weten. Als je de juiste vragen weet te stellen, kun je gewoon vragen: ik vind dit een mooie site, welke prompt hoort daarbij?”

De drempel om software te maken is nog nooit zo laag geweest. Of zoals Erwin het samenvat: “Probeer het gewoon.”


Meer informatie over de community is te vinden op vibecodersunite.nl.

Handboek Vibe coding

Met het Handboek Vibecoding laat Erwin Blom zien hoe toegankelijk het bouwen van websites, apps en tools inmiddels is geworden. Dankzij no-code en low-code platforms heb je geen technische kennis meer nodig om slimme digitale oplossingen te maken voor werk, hobby of een eigen project. Je kunt vandaag nog beginnen met iets dat werkt én er goed uitziet.

Erwin Blom volgt ook deze ontwikkeling van dichtbij. In dit praktische boek legt hij stap voor stap uit hoe vibecoding werkt, welke tools je kunt gebruiken, wat de voor- en nadelen daarvan zijn, en hoe je er meteen mee aan de slag kunt. Met duidelijke voorbeelden, handige schema’s en inspirerende verhalen van mensen die zélf iets zijn gaan bouwen.

Vibecoding was nog nooit zo toegankelijk. De tools worden steeds talrijker, goedkoper en flexibeler. Makers van alle leeftijden en achtergronden zetten ze dagelijks in voor creatieve én commerciële toepassingen. Met dit handboek krijg je het gereedschap om zelf te gaan bouwen, vandaag nog.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.