Maak een schakelaar met CSS en HTML

Maak een schakelaar met CSS en HTML die er niet alleen als een schakelaar uitzien, maar die ook daadwerkelijk iets doet. Zo’n aan-uitschakelaar (toggle of switch) gebruik je bijvoorbeeld om je webformulier op te fruiten. Of je laat bezoekers van de website kiezen tussen een licht en een donker thema. Met een klein beetje JavaScript maak je een werkende themawisselaar van je schakelaar.

Het mooie is dat de basis van de schakelaar gewoon in je HTML-gereedschapskist zit: het element <input type="checkbox">. Het principe is dat je de in- en uitgeschakelde toestand van dit selectievakje gebruikt om de opmaak van de zelfgebouwde schakelaar te veranderen en om JavaScript-code te activeren. Het selectievakje zelf maak je onzichtbaar.

Het is een eenvoudig project en toch maak je kennis met een berg CSS-mogelijkheden. Op CodePen staat het resultaat en daarmee kun je vrijuit experimenteren.

See the Pen schakelaar by Peter Doolaard (@dool) on CodePen.dark

Lees verder Maak een schakelaar met CSS en HTML

Leer werken met nieuwe pseudoklassen van CSS

Het assortiment selectors van CSS is uitgebreid. Leer werken met de nieuwe pseudoklassen :is(), :where() en :not(), maak kennis met :has() en controleer je focus met :focus-within en :focus-visible.

Voor een goed begrip van dit artikel is het handig als je weet wat specificiteit is. Kan je kennis een opfrisser gebruiken, lees dan ook het artikel Specificiteit in CSS, zo werkt het.

De pseudoklassen in het kort

Behalve :has() worden alle nieuwe pseudoklassen ondersteund door de belangrijke browser.

Tussen de haakjes van :is() en :where() zet je een lijst van selectors. Elke selector die overeenkomt met een element wordt opgemaakt. Alle soorten selectors en combinators zijn toegestaan. Foute selectors worden genegeerd, maar maken niet de complete selector ongeldig. Bij :is() is de specificiteit gelijk aan de selector met de hoogste specificiteit. Bij :where() is de specificiteit altijd 0.

Ook :not() krijgt een selectorlijst. Elementen die overeenkomen met een selector in de lijst worden juist niet opgemaakt. De specificiteit is gelijk aan de selector met de hoogste specificiteit.

:has() werkt als een ‘parent selector’. De selectorlijst is een voorwaarde, geen opmaakdoel. Het is erg onzeker of :has() daadwerkelijk wordt toegevoegd aan de specificatie.

:focus-within maakt het mogelijk om een voorouder op te maken van een element dat de focus kan krijgen.

:focus-visible laat de browser bepalen of het nodig is om de focusopmaak te tonen. Wel bij toetsenbordnavigatie, niet bij muisgebruik.

Lees verder Leer werken met nieuwe pseudoklassen van CSS

Importeren in PowerPoint

Importeren in PowerPoint vanuit andere Office-onderdelen is geen enkel probleem. Handig als je bijvoorbeeld een tabelletje of grafiek vanuit Excel of Word in een presentatie wilt gebruiken. Onderstaand artikel is een destillaat uit Het Complete Boek Office 2019, Ook geschikt voor Office 365.

Importeren in PowerPoint van objecten uit andere Office-onderdelen kan van pas komen wanneer daar bijvoorbeeld al mooi vormgegeven zaken in te vinden zijn. Waarom dan dubbel werk verrichten? Als voorbeeld importeren we een grafiek uit een Excel-tabel; grafieken lenen zich bij uitstek voor een presentatie.

1 Open een Excel-sheet met daarin ten minste één grafiek.

Mocht u zo’n document niet direct bij de hand hebben, dan kunt u in het startscherm van Excel een van de voorbeeldsjablonen kiezen. In het voorbeeld is de sjabloon Persoonlijke nettowaardecalculator gebruikt, want die is voorzien van een taartgrafiek.

importeren in PowerPoint
Selecteren en dan kopiëren.

2 Selecteer de grafiek en klik daarna in de tab Start op Kopiëren (op kleinere schermen of een kleinere venstergrootte wordt vaak alleen een knopje met het kopieersymbool bestaande uit twee over elkaar liggende velletjes papier getoond).

Met themakleuren

1 Is de grafiek gekopieerd, dan schakelt u over naar PowerPoint. Gebruik bij voorkeur uw eerdere oefenpresentatie en voeg aan het eind een dia toe.

2 Selecteer deze dia en klik dan in de tab Start op de tekst Plakken onder de knop Plakken; in het menu Plakopties is uit een aantal onderdelen te kiezen. De beste optie is de eerste: Doelthema gebruiken en werkmap insluiten. Daarbij worden de kleuren van de grafiek omgezet naar de themakleuren van uw presentatie zodat een aantrekkelijk geheel ontstaat.

Wilt u toch liever de oorspronkelijke kleuren behouden, dan selecteert u de tweede optie: Opmaak van bron behouden en werkmap insluiten.

3 Beide opties nemen de gegevens van de achterliggende Excel-sheet over, zodat u deze niet meer in de buurt hoeft te hebben tijdens uw presentatie. De derde en vierde knop doen hetzelfde als respectievelijk de eerste en tweede, maar in plaats van ook de gegevens importeren in PowerPoint, worden deze nu gekoppeld aan de oorspronkelijke Excel-sheet. Dat is gevaarlijk, want als u de presentatie afdraait op een pc waar deze sheet niet aanwezig is, gaat het mis met de grafiek.

4 De laatste knop is de veiligste en plakt de grafiek als een afbeelding. Het betreft hier geen zonder kwaliteitsverlies schaalbare vectorafbeelding, maar een uit pixels opgebouwde bitmapafbeelding. Deze bevat echter voldoende resolutie, zodat u in de meeste presentaties – ook op schermen met een hoge resolutie – geen last zult hebben van grofkorreligheid of wazigheid. Op deze manier plakken levert geen problemen achteraf op en u weet zeker dat uw afbeelding er onder alle omstandigheden gelijk uit zal zien. De eerste knop levert echter het mooiste en ook flexibelste resultaat op, kies daarom deze optie.

importeren in PowerPoint
Er zijn diverse opties om een grafisch object uit Excel in de presentatie te plakken.

5 Sleep de grafiek naar de gewenste positie. Gebruik de randen om te slepen: zodra uw muiscursor in een kruis verandert, kan er gesleept worden. Door rechts naast de geselecteerde importgrafiek op het knopje met het penseel te klikken, kan er snel en eenvoudig nog wat aan de opmaak gesleuteld worden. Kies bijvoorbeeld voor een kleurverloop – nog altijd met themakleuren – en een subtiel 3D- en schaduweffect zoals bij de laatste optie in het rijtje.

Afzonderlijk geanimeerde onderdelen

Het voordeel van een geïmporteerde vectorgrafiek met achterliggende gegevensset is dat er meer nabewerkingsmogelijkheden zijn. Pak bijvoorbeeld met de linkermuisknop een van de partjes beet en sleep zo ver als mogelijk naar buiten en laat daar de knop weer los. Er ontstaat nu een geëxplodeerde taart met afzonderlijke partjes. Laat u de taart intact (Ctrl+Z als u hem al hebt laten exploderen), dan blijkt dat animaties ook op de afzonderlijke onderdelen van de grafiek toepasbaar zijn. Selecteer de grafiek weer en klik in het lint onder de tab Animaties op (bijvoorbeeld) In- en uitzoomen. Normaliter verschijnt het complete object als één inzoomend geheel. Aardig, maar het kan indrukwekkender door op de knop Effectopties te klikken en in het menu de optie Per categorie te kiezen waarna alle punten (en het bijschrift) afzonderlijk per muisklik in beeld zoomen. Zo hebt u tijd om per onderdeel relevante informatie te vertellen.

importeren in PowerPoint
De stijl van de grafiek is achteraf nog aan te passen.

 

importeren in PowerPoint
Een gecompliceerde animatie is snel gemaakt door te kiezen voor het animeren van losse onderdelen. Met importeren in PowerPoint zijn aardige dingen mogelijk!

Complete Boek Office 2019

Microsoft Office 2019Bovenstaand artikel is zoals aangekondigd een stukje afkomstig uit Het Complete Boek Office 2019, Ook geschikt voor Office 365; auteurs: Peter Kassenaar, Wim de Groot, Wilfred de Feiter en Ronald Smit. U treft er naast de tip betreffende PowerPoint synoniemen en woordenboek nog veel meer waardevolle informatie in aan. Microsoft Office is de meest gebruikte kantoortoepassing ter wereld. Met programma’s voor tekstverwerking, presentaties, databases, rekenbladen en e-mail is het een complete suite die veel functionaliteit biedt en de productiviteit verhoogt. In dit lijvige werk behandelen de auteurs de toepassingen Word, Excel, Access, Outlook en PowerPoint, zodat u een compleet beeld krijgt van de veelzijdigheid en de kracht van de software. Na het lezen van dit boek bent u een expert!

Afbeeldingsgrootte en afdrukgrootte in Photoshop Elements

Afbeeldingsgrootte en afdrukgrootte in Photoshop Elements spelen een grote rol als het gaat om de representatie in een eindproduct. Denk aan een foto op website of in een boek, bijvoorbeeld. Tijd om daar eens in te duiken, middels onderstaand fragment uit mijn boek Ontdek Photoshop Elements.

De omvang van een digitale afbeelding wordt uitgedrukt in pixels; pixelbreedte en pixelhoogte om precies te zijn. Met elkaar vermenigvuldigd levert dit de totale pixelomvang om. Omdat ook bekend is hoeveel geheugenruimte 1 pixel in beslag neemt, kan het beslag van de gehele afbeelding op het werkgeheugen worden berekend. Deze informatie vindt u terug in de statusbalk en het venster Afbeeldingsgrootte. Open dit met Ctrl+Alt+I of met Afbeelding, Vergroten/verkleinen, Afbeeldingsgrootte.

Dit venster dient twee doelen. U kunt de afdrukgrootte controleren bij een gegeven resolutie en de afbeelding groter of kleiner schalen (zie volgende paragraaf). Het begrip resolutie slaat hier op informatiedichtheid; de standaard maateenheid is pixels per inch (ppi). Er valt dus nog best wat na te denken als het gaat om afbeeldingsgrootte en afdrukgrootte in Photoshop Elements. Lees verder Afbeeldingsgrootte en afdrukgrootte in Photoshop Elements

Emoji als favicon

Sinds kort ondersteunen alle moderne browsers SVG als bestandsformaat voor favicons. Een bijwerking is dat je nu ook emoji’s als SVG-favicon kunt gebruiken. (Opfrisser: een favicon is het pictogram in een browsertab of op het homescreen van je telefoon.) Nou is een emoji in de browsertab niet een heel serieuze toepassing.  De echte winst is dat je met SVG eenvoudiger mooie favicons kunt maken.

Browsertab met emoji als favicon.
De emoji als favicon in Firefox op Windows.

Lees verder Emoji als favicon

Stapels in macOS Big Sur

Stapels in macOS Big Sur houden – onder meer – je bureaublad overzichtelijk. Orde in de chaos, zeg maar. Dit artikel is een fragment uit mijn boek Ontdek macOS Big Sur.

Om te voorkomen dat het bureaublad vol komt te staan met mappen en bestanden, biedt macOS de handige functie Stapels. Met Stapels worden bestanden en mappen geclusterd. U kunt ze hierna op diverse manieren rangschikken en bekijken. Stapels kan worden gebruikt met het dock en op het bureaublad. Hoewel het is toegestaan om bestanden aan het dock toe te voegen, is het advies namelijk om hier spaarzaam mee om te gaan. Dat voorkomt dat het dock overvol raakt. MacOS biedt bovendien een veel betere manier om bestanden in het dock te bewaren: gebruik stapels. Een stapel die u al in het dock vindt, is de map Downloads. Deze speciale map verschaft u toegang tot de bestanden die u van internet hebt gedownload.

Lees verder Stapels in macOS Big Sur

De basisuitrusting voor landschapsfotografie

Om betere landschapsfoto’s te maken, moet een aantal zaken zeker aanwezig zijn in je fototas. We bespreken hier de basisuitrusting voor landschapsfotografie en waarom je deze apparatuur moet gebruiken.

basisuitrusting voor landschapsfotografie
Een groothoekobjectief is onontbeerlijk in de landschapsfotografie.

Het beste objectief voor landschappen

Landschapsfotografie is voor het grootste deel een groothoekverhaal. Je wilt die grote, brede, meeslepende vergezichten vastleggen en een groothoeklens is daarvoor uit- gevonden. Maar welke groothoeklens? Veel mensen denken dat 24 mm ongeveer de juiste brandpuntsafstand is en daarom kiezen veel landschapsfotografen voor een 24–70mm-lens. Maar ik denk dat er een betere keuze is. Als 24 mm de juiste keuze is, wat is 70 mm dan? Nou, buiten het maken van een panoramafoto zul je 70 mm niet of nauwelijks gebruiken. Je gaat ook geen 50 mm gebruiken. Daarom ben ik voor landschappen gek op een 16–35mm-lens. Je hebt dan je ideale brandpuntsafstand van 24 mm, plus 35 mm (wat nog steeds wijd is, zodat je een beetje kunt inzoomen), maar je hebt ook een ultrawijde 16 mm. Die is geweldig als je een beeldbepalend object op de voorgrond hebt. Je kunt dan een echt meeslepende foto maken en de objecten op de voorgrond meer dan levensgroot vastleggen. Hij is zo veel veelzijdiger en lichter en een stuk goedkoper, vooral als je de lens neemt die ik gebruik: de 16–35 mm f/4. Je fotografeert geen landschappen met f/2.8 (eerder f/11), dus bespaar op kosten, formaat en extra gewicht en kies de f/4.

Waarom je een groothoek moet gebruiken

Als je landschappen fotografeert, ben je bij thuiskomst waarschijnlijk meer dan eens teleurgesteld geweest dat het ongelooflijke uitzicht dat je persoonlijk zag niet in je foto’s tot uiting kwam. Het is echt moeilijk om een tweedimensionale foto te maken met de diepte en het gevoel dat je er middenin staat. Daarom raad ik een van de volgende twee dingen aan: (1) probeer niet alles vast te leggen. Dat klopt, gebruik een zoomlens en leg opzettelijk slechts een deel van de scène vast die het geheel suggereert. (2) Koop een extreme groothoeklens. Geen fisheyelens, maar een extreme groothoeklens (zoals een 12 mm). Als je alles probeert vast te leggen, is een extreme groothoeklens (ook wel ultragroothoeklens genoemd) vaak precies datgene wat er voor nodig is om die grootse foto te maken.

basisuitrusting voor landschapsfotografie
Met de camera op statief maak je een meer doordachte compositie en met een draadontspanner voorkom je trillingen.

Statief en draadontspanner

Landschappen fotografeer je vooral voor zonsopgang en rond zonsondergang. Het zijn allebei momenten waarop er niet veel licht is. Je sluiter gaat dus veel langer open dan normaal. Als je dit soort langere belichtingen vanuit de hand probeert te maken, krijg je een hoop wazige foto’s. Daarom fotograferen we bij landschapsfotografie over het algemeen altijd vanaf een statief. Om echt scherpe foto’s te kunnen maken moet onze camera helemaal stilstaan terwijl de sluiter is geopend. Dit is voor ons dus absoluut het moment voor een statief. Het is een soort must. En als je de moeite gaat nemen om een statief mee te sjouwen en op te zetten, ga dan niet met je vinger op de ontspanknop drukken. Wanneer je de ontspanknop indrukt, beweeg je de camera en dat leidt tot wazige foto’s. Daarom moet je waarschijnlijk een draadontspanner gebruiken (een kabel die op je camera wordt aangesloten, zodat je de sluiter kunt ontspannen zonder je camera echt aan te raken).

Maar als je camera een ingebouwde draadloze verbinding heeft (waarschijnlijk wel als je je camera de afgelopen jaren hebt gekocht), kun je de gratis app voor je camera downloaden (Sony, Fuji, Canon, Olympus en Nikon hebben allemaal gratis apps die je kunt downloaden) en vervolgens kun je je camera draadloos via de app activeren. Het maakt niet uit welke methode je gebruikt, zolang je er maar een gebruikt. Kortom een groothoeklens, een statief en een draadontspanner behoren tot de basisuitrusting voor landschapsfotografie.

basisuitrusting voor landschapsfotografie
Met diafragma F11 krijg je alles scherp in een landschapsfoto.

Welk diafragma?

Als je éé diafragma zou moeten kiezen voor het fotograferen van landschappen, zou dat een gemakkelijke keuze zijn: het zou zonder twijfel f/11 zijn. Het is een diafragma waarmee je in de gehele foto alles scherp kunt krijgen, van voor tot achter en op de meeste lenzen is f/11 over het algemeen een behoorlijk scherp diafragma. Bij f/11 krijg je dus veel scherpte- diepte en een scherp resultaat. Bij f/11 moet je vanaf een statief fotograferen omdat f/11 geen diafragma is van het soort ‘ik laat een hoop licht binnen’. Maar je camera zou toch al op een statief moeten staan, dus… wat let je.

Deze blogpost De basisuitrusting voor landschapsfotografie is afkomstig uit mijn boek ‘Het beste van Scott Kelby over digitale fotografie’. Dit boek staat boordevol met dit soort tips. Op elke pagina wordt één tip besproken waar je meteen mee aan de slag kunt om je fotografie te verbeteren. Bestel het boek hier. Een andere tip Zo maak je betere flitsfoto’s vind je HIER op dit blog. Nog een tip De zeven doodzonden van landschapsfotografie vind je HIER. Ik leg je HIER uit hoe je de mooiste zonsondergangen kunt fotograferen. En HIER vind je een blogpost over de beste objectieven voor portretfotografie.

Gegevens importeren in Excel vanuit Word

Je kunt gegevens importeren in Excel vanuit Word. Een dergelijke klus komt regelmatig van pas, bijvoorbeeld om data uit een rapport verder te analyseren. Onderstaand fragment is afkomstig uit het boek Gegevens verwerken in Excel van Wim de Groot.

Een tabel in Word bestaat uit kolommen, rijen en cellen. Die heeft dus precies dezelfde structuur als een werkblad van Excel.

Je importeert de gegevens vanuit Word door de tabel te kopiëren, als volgt. Open je Word-document waarin de tabel staat. Klik op een cel binnen die tabel; in het lint verschijnt het tabblad Hulpmiddelen voor tabellen. Kies daarin de tab Indeling, klik op Selecteren en klik op Tabel selecteren. De hele tabel wordt geselecteerd.

• Of klik op een cel binnen de tabel; links boven de tabel verschijnt een vierkantje met vier pijlen, klik daarop.

• Of plaats de muisaanwijzer in de marge links van de bovenste rij van de tabel en sleep omlaag. Deze methode gebruik je ook als de gegevens niet in een tabel staan met cellen, maar als er alleen tabs tussen de gegevens staan.

Klik op Kopiëren, schakel over naar je Excel-werkblad, klik op een cel waar de tabel moet beginnen en kies Plakken.

gegevens importeren in Excel vanuit Word
Je importeert gegevens vanuit Word door de tabel te kopiëren.

Lees verder Gegevens importeren in Excel vanuit Word

Foto’s perfect belichten

De camera’s van tegenwoordig kunnen in veel situaties een prima belichte foto maken. Toch is het van groot belang dat je als fotograaf begrijpt wat je doet. Als je tijd investeert in het leren begrijpen en instellen van de juiste belichting, wordt je fotografie in andere opzichten ook beter. Fotograaf en docent Nando Harmsen schreef het boek ‘Perfect belichten’ waarmee je alle kennis in handen krijgt om de belichting naar je hand te zetten. Hoe doe je dat, foto’s perfect belichten?

Foto's perfect belichten
Door met behulp van het histogram te belichten, kun je voorkomen dat er uitgebeten lichte partijen ontstaan. Bovendien voorkom je beeldruis.

Hoe ben je op het idee gekomen om een boek over belichten te schrijven?
Nando Harmsen: ‘Omdat ik op mijn website artikelen heb staan over belichting, werd ik door een fotoclub benaderd met de vraag of ik een lezing wilde houden over belichting. Die lezing heb ik gedurende enkele jaren voor diverse fotoclubs gegeven. Op een moment leek het me leuk om de tutorials van zowel mijn website als de lezing te verzamelen in een informatief en prachtig geïllustreerd e-book. Hieruit is mijn boek geboren.’
Lees verder Foto’s perfect belichten

Maak scherpere foto’s uit de hand

Op je camera zitten veel instellingen waarmee je de scherpte van je foto’s kunt verbeteren. Als je die leert te gebruiken, maak je vaker haarscherpe foto’s. Maak scherpere foto’s uit de hand! We geven hier de belangrijkste instellingen.

Met auto-ISO en de sluitertijd op minimaal 1/125 sec. voorkom je veel onscherpe foto’s

Auto-ISO

Als je bij veel licht uit de hand fotografeert, is de kans groot dat je foto’s scherp zijn. Bij minder licht, moet de sluiter langer openblijven. Als je dan beweegt, krijg je een wazige foto. Daarom fotograferen we graag vanaf een statief. Er is geen enkele camerabeweging, zelfs niet als je sluiter twee minuten openstaat. Hoe kort moet de sluitertijd zijn om uit de hand scherpe foto’s te maken? Ik zou zeggen rond 1/125 seconde. Als je sluitertijd langer is, is de kans groot dat je een wazige foto krijgt. Hoe zorgen we ervoor dat onze sluitertijd niet langer dan 1/125 wordt? We zetten ons geheime wapen in: Auto ISO. Maar we schakelen dit niet zomaar in, we stellen de minimale sluitertijd voor Auto ISO in op 1/125, dus hoe weinig licht er ook is, onze camera zorgt ervoor dat we een sluitertijd hebben die nooit langer is dan 1/125. De camera doet dit door je ISO-waarde genoeg te ver- hogen tot de sluitertijd minimaal 1/125 is. Om te zorgen dat dit werkt, moet je wel fotograferen in de modus diafragmavoorkeuze, de A-stand.

Met je ellebogen tegen je lichaam gedrukt, hou je de camera stabieler vast.

Ellebogenwerk

Een andere techniek om scherpere foto’s te maken wanneer je uit de hand fotografeert, is door de camera stabiel te houden door je ellebogen tegen je lichaam aan te trekken. Dit helpt om de camera aan je lichaam te verankeren, waardoor deze stabieler blijft en je scherpere foto’s krijgt. Deze aanpassing is gemakkelijker dan je zou denken en als je de resultaten een- maal ziet, ben je blij dat je het hebt gedaan.

Scherp diafragma

Een andere truc die profs gebruiken, is, wanneer dat kan, te fotograferen met het scherpste diafragma van je lens. Voor de meeste lenzen is dat ongeveer twee volledige stops lager dan een volledig geopend diafragma (dus het diafragmagetal dat je gebruikt is twee stops hoger dan het laagste getal). Dit geldt niet voor alle lenzen en als dat voor jouw lens niet het geval is, kun je het scherpste diafragma van je lens vinden door in de gaten te houden met welk diafragma je foto’s het scherpst lijken.

Schakel vibratiereductie uit als je op statief fotografeert.

Vibratiereductie (of IS) in- of uitschakelen

Veel objectieven hebben tegenwoordig ingebouwde stabilisatoren. Zie ze als mini-gyro- scopen die letterlijk elke beweging voor ons stabiliseren en in feite verrichten ze wonderen. Afhankelijk van het merk dat je gebruikt, hebben ze een iets andere naam. Nikon noemt het VR (Vibration Reduction, vibratiereductie) en Sony en Canon noemen het IS (Image Stabilisation, beeldstabilisatie), maar ze doen allemaal hetzelfde: ze stabiliseren de lens voor elke beweging, zodat je scherpere foto’s krijgt. Dit werkt alleen wanneer je uit de hand fotografeert, niet als je camera op een statief staat. Nog één ding: als je lens VR of IS heeft en je fotografeert vanaf een statief, schakel dan de VR- of IS-functie uit. Deze lenzen zoeken naar trillingen. Als ze er geen vinden, gaan ze er naar op zoek en dat zoeken naar trillingen als er absoluut geen trillingen zijn, kan (je raadt het al) een kleine trilling veroorzaken.

Kies met de joystick bij elke foto het punt waarop je de camera wilt laten scherpstellen.

Kies je eigen scherpstelpunt

De huidige autofocussystemen zijn behoorlijk goed in het kiezen van waar je je in de scène op wilt scherpstellen, maar ze zijn niet perfect en ze kunnen geen gedachten lezen. Daarom wil je de camera soms gewoon vertellen waar hij zich op moet richten, in plaats van hem te laten bepalen waarop hij denkt dat je wilt scherpstellen. Dit doe je door het scherpstelpunt dat verschijnt wanneer je in je zoeker kijkt (of op je lcd-scherm als je in de Live View-modus fotografeert) op datgene te plaatsen waarop je scherp wilt stellen.

Stel dat je een straatbeeld in een stad fotografeert en je camera wil scherpstellen op de muur in het midden van de scène, maar je wilt dat deze zich richt op een persoon die aan de zijkant staat. Je zou de joystick (of draaiknop of wat jouw merk camera ook gebruikt) gebruiken om het scherpstelpunt naar die persoon te verplaatsen en vervolgens je foto te maken, wetende dat waarop je scherp wilt stellen ook scherp is. Je kunt dit ook doen door het middelste punt (het punt dat je op het scherm ziet, waarschijnlijk in het rood) op die persoon te richten en vervolgens de ontspan- knop half ingedrukt te houden. Hierdoor wordt de scherpstelling op dat punt vergrendeld. Vervolgens kun je de foto opnieuw naar wens kadreren, wetende dat dat gebied scherp zal zijn. Hoe dan ook, het werkt allebei.

Deze blogpost Maak scherpere foto’s uit de hand is afkomstig uit mijn boek ‘Het beste van Scott Kelby over digitale fotografie’. Dit boek staat boordevol met dit soort tips. Op elke pagina wordt één tip besproken waar je meteen mee aan de slag kunt om je fotografie te verbeteren. Bestel het boek hier. Een andere tip Zo maak je betere flitsfoto’s vind je HIER op dit blog. Nog een tip De zeven doodzonden van landschapsfotografie vind je HIER. Ik leg je HIER uit hoe je de mooiste zonsondergangen kunt fotograferen.