Categoriearchief: Fotografie

Foto’s importeren van een camera in macOS

Foto’s importeren van een camera in macOS is in een handomdraai geregeld dankzij een standaard met Apple’s besturingssysteem meegeleverd tooltje.

MacOS barst van de handige meegeleverde hulpmiddelen. U treft er velen uitgebreid van aan in mijn boek Ontdek macOS Big Sur. Hieronder volgt een klein deel daaruit, met als thema de handige Fotolader, een onmisbaar hulpje voor een ieder met een digitale camera! Fotolader bewaart de foto’s standaard in de map Afbeeldingen. Kies onder aan het venster Importeer naar, Andere als u de foto’s op een andere locatie wilt bewaren. Maak desgewenst een nieuwe map om de serie foto’s bij elkaar te bewaren. Lees verder Foto’s importeren van een camera in macOS

Wat zijn lagen in Photoshop Elements??

Iedere beginnende fotobewerker zal vroeg of laat met de vraag ‘Wat zijn lagen in Photoshop Elements?’ geconfronteerd worden. In mijn boek Ontdek Photoshop Elements leg ik onder meer uit wat lagen nou eigenlijk zijn.

Foto’s rechtstreeks uit een camera hebben maar één laag, de basislaag, in Photoshop Elements achtergrond genoemd, vergelijkbaar met het canvas van een schilderij. Gelaagdheid is dus een Photoshop Elements-‘ding’. Het kan bovenop de achtergrond aparte laagjes maken, een soort etages met een transparante vloer. Zo’n laag kan eigen beeldmateriaal bevatten en van bovenaf gezien zouden we het verschil niet zien. Een van de voordelen van materiaal op een aparte laag is dat het vrijelijk verplaatst kan worden, in tegenstelling tot de achtergrond. Kort gezegd, een laag maken is geen doel op zich maar een hulpmiddel dat veel bewegingsvrijheid en nieuwe bewerkingsmogelijkheden geeft en het werken een stuk makkelijker maakt. Lees verder Wat zijn lagen in Photoshop Elements??

Afbeeldingsgrootte en afdrukgrootte in Photoshop Elements

Afbeeldingsgrootte en afdrukgrootte in Photoshop Elements spelen een grote rol als het gaat om de representatie in een eindproduct. Denk aan een foto op website of in een boek, bijvoorbeeld. Tijd om daar eens in te duiken, middels onderstaand fragment uit mijn boek Ontdek Photoshop Elements.

De omvang van een digitale afbeelding wordt uitgedrukt in pixels; pixelbreedte en pixelhoogte om precies te zijn. Met elkaar vermenigvuldigd levert dit de totale pixelomvang om. Omdat ook bekend is hoeveel geheugenruimte 1 pixel in beslag neemt, kan het beslag van de gehele afbeelding op het werkgeheugen worden berekend. Deze informatie vindt u terug in de statusbalk en het venster Afbeeldingsgrootte. Open dit met Ctrl+Alt+I of met Afbeelding, Vergroten/verkleinen, Afbeeldingsgrootte.

Dit venster dient twee doelen. U kunt de afdrukgrootte controleren bij een gegeven resolutie en de afbeelding groter of kleiner schalen (zie volgende paragraaf). Het begrip resolutie slaat hier op informatiedichtheid; de standaard maateenheid is pixels per inch (ppi). Er valt dus nog best wat na te denken als het gaat om afbeeldingsgrootte en afdrukgrootte in Photoshop Elements. Lees verder Afbeeldingsgrootte en afdrukgrootte in Photoshop Elements

De basisuitrusting voor landschapsfotografie

Om betere landschapsfoto’s te maken, moet een aantal zaken zeker aanwezig zijn in je fototas. We bespreken hier de basisuitrusting voor landschapsfotografie en waarom je deze apparatuur moet gebruiken.

basisuitrusting voor landschapsfotografie
Een groothoekobjectief is onontbeerlijk in de landschapsfotografie.

Het beste objectief voor landschappen

Landschapsfotografie is voor het grootste deel een groothoekverhaal. Je wilt die grote, brede, meeslepende vergezichten vastleggen en een groothoeklens is daarvoor uit- gevonden. Maar welke groothoeklens? Veel mensen denken dat 24 mm ongeveer de juiste brandpuntsafstand is en daarom kiezen veel landschapsfotografen voor een 24–70mm-lens. Maar ik denk dat er een betere keuze is. Als 24 mm de juiste keuze is, wat is 70 mm dan? Nou, buiten het maken van een panoramafoto zul je 70 mm niet of nauwelijks gebruiken. Je gaat ook geen 50 mm gebruiken. Daarom ben ik voor landschappen gek op een 16–35mm-lens. Je hebt dan je ideale brandpuntsafstand van 24 mm, plus 35 mm (wat nog steeds wijd is, zodat je een beetje kunt inzoomen), maar je hebt ook een ultrawijde 16 mm. Die is geweldig als je een beeldbepalend object op de voorgrond hebt. Je kunt dan een echt meeslepende foto maken en de objecten op de voorgrond meer dan levensgroot vastleggen. Hij is zo veel veelzijdiger en lichter en een stuk goedkoper, vooral als je de lens neemt die ik gebruik: de 16–35 mm f/4. Je fotografeert geen landschappen met f/2.8 (eerder f/11), dus bespaar op kosten, formaat en extra gewicht en kies de f/4.

Waarom je een groothoek moet gebruiken

Als je landschappen fotografeert, ben je bij thuiskomst waarschijnlijk meer dan eens teleurgesteld geweest dat het ongelooflijke uitzicht dat je persoonlijk zag niet in je foto’s tot uiting kwam. Het is echt moeilijk om een tweedimensionale foto te maken met de diepte en het gevoel dat je er middenin staat. Daarom raad ik een van de volgende twee dingen aan: (1) probeer niet alles vast te leggen. Dat klopt, gebruik een zoomlens en leg opzettelijk slechts een deel van de scène vast die het geheel suggereert. (2) Koop een extreme groothoeklens. Geen fisheyelens, maar een extreme groothoeklens (zoals een 12 mm). Als je alles probeert vast te leggen, is een extreme groothoeklens (ook wel ultragroothoeklens genoemd) vaak precies datgene wat er voor nodig is om die grootse foto te maken.

basisuitrusting voor landschapsfotografie
Met de camera op statief maak je een meer doordachte compositie en met een draadontspanner voorkom je trillingen.

Statief en draadontspanner

Landschappen fotografeer je vooral voor zonsopgang en rond zonsondergang. Het zijn allebei momenten waarop er niet veel licht is. Je sluiter gaat dus veel langer open dan normaal. Als je dit soort langere belichtingen vanuit de hand probeert te maken, krijg je een hoop wazige foto’s. Daarom fotograferen we bij landschapsfotografie over het algemeen altijd vanaf een statief. Om echt scherpe foto’s te kunnen maken moet onze camera helemaal stilstaan terwijl de sluiter is geopend. Dit is voor ons dus absoluut het moment voor een statief. Het is een soort must. En als je de moeite gaat nemen om een statief mee te sjouwen en op te zetten, ga dan niet met je vinger op de ontspanknop drukken. Wanneer je de ontspanknop indrukt, beweeg je de camera en dat leidt tot wazige foto’s. Daarom moet je waarschijnlijk een draadontspanner gebruiken (een kabel die op je camera wordt aangesloten, zodat je de sluiter kunt ontspannen zonder je camera echt aan te raken).

Maar als je camera een ingebouwde draadloze verbinding heeft (waarschijnlijk wel als je je camera de afgelopen jaren hebt gekocht), kun je de gratis app voor je camera downloaden (Sony, Fuji, Canon, Olympus en Nikon hebben allemaal gratis apps die je kunt downloaden) en vervolgens kun je je camera draadloos via de app activeren. Het maakt niet uit welke methode je gebruikt, zolang je er maar een gebruikt. Kortom een groothoeklens, een statief en een draadontspanner behoren tot de basisuitrusting voor landschapsfotografie.

basisuitrusting voor landschapsfotografie
Met diafragma F11 krijg je alles scherp in een landschapsfoto.

Welk diafragma?

Als je éé diafragma zou moeten kiezen voor het fotograferen van landschappen, zou dat een gemakkelijke keuze zijn: het zou zonder twijfel f/11 zijn. Het is een diafragma waarmee je in de gehele foto alles scherp kunt krijgen, van voor tot achter en op de meeste lenzen is f/11 over het algemeen een behoorlijk scherp diafragma. Bij f/11 krijg je dus veel scherpte- diepte en een scherp resultaat. Bij f/11 moet je vanaf een statief fotograferen omdat f/11 geen diafragma is van het soort ‘ik laat een hoop licht binnen’. Maar je camera zou toch al op een statief moeten staan, dus… wat let je.

Deze blogpost De basisuitrusting voor landschapsfotografie is afkomstig uit mijn boek ‘Het beste van Scott Kelby over digitale fotografie’. Dit boek staat boordevol met dit soort tips. Op elke pagina wordt één tip besproken waar je meteen mee aan de slag kunt om je fotografie te verbeteren. Bestel het boek hier. Een andere tip Zo maak je betere flitsfoto’s vind je HIER op dit blog. Nog een tip De zeven doodzonden van landschapsfotografie vind je HIER. Ik leg je HIER uit hoe je de mooiste zonsondergangen kunt fotograferen. En HIER vind je een blogpost over de beste objectieven voor portretfotografie.

Foto’s perfect belichten

De camera’s van tegenwoordig kunnen in veel situaties een prima belichte foto maken. Toch is het van groot belang dat je als fotograaf begrijpt wat je doet. Als je tijd investeert in het leren begrijpen en instellen van de juiste belichting, wordt je fotografie in andere opzichten ook beter. Fotograaf en docent Nando Harmsen schreef het boek ‘Perfect belichten’ waarmee je alle kennis in handen krijgt om de belichting naar je hand te zetten. Hoe doe je dat, foto’s perfect belichten?

Foto's perfect belichten
Door met behulp van het histogram te belichten, kun je voorkomen dat er uitgebeten lichte partijen ontstaan. Bovendien voorkom je beeldruis.

Hoe ben je op het idee gekomen om een boek over belichten te schrijven?
Nando Harmsen: ‘Omdat ik op mijn website artikelen heb staan over belichting, werd ik door een fotoclub benaderd met de vraag of ik een lezing wilde houden over belichting. Die lezing heb ik gedurende enkele jaren voor diverse fotoclubs gegeven. Op een moment leek het me leuk om de tutorials van zowel mijn website als de lezing te verzamelen in een informatief en prachtig geïllustreerd e-book. Hieruit is mijn boek geboren.’
Lees verder Foto’s perfect belichten

Maak scherpere foto’s uit de hand

Op je camera zitten veel instellingen waarmee je de scherpte van je foto’s kunt verbeteren. Als je die leert te gebruiken, maak je vaker haarscherpe foto’s. Maak scherpere foto’s uit de hand! We geven hier de belangrijkste instellingen.

Met auto-ISO en de sluitertijd op minimaal 1/125 sec. voorkom je veel onscherpe foto’s

Auto-ISO

Als je bij veel licht uit de hand fotografeert, is de kans groot dat je foto’s scherp zijn. Bij minder licht, moet de sluiter langer openblijven. Als je dan beweegt, krijg je een wazige foto. Daarom fotograferen we graag vanaf een statief. Er is geen enkele camerabeweging, zelfs niet als je sluiter twee minuten openstaat. Hoe kort moet de sluitertijd zijn om uit de hand scherpe foto’s te maken? Ik zou zeggen rond 1/125 seconde. Als je sluitertijd langer is, is de kans groot dat je een wazige foto krijgt. Hoe zorgen we ervoor dat onze sluitertijd niet langer dan 1/125 wordt? We zetten ons geheime wapen in: Auto ISO. Maar we schakelen dit niet zomaar in, we stellen de minimale sluitertijd voor Auto ISO in op 1/125, dus hoe weinig licht er ook is, onze camera zorgt ervoor dat we een sluitertijd hebben die nooit langer is dan 1/125. De camera doet dit door je ISO-waarde genoeg te ver- hogen tot de sluitertijd minimaal 1/125 is. Om te zorgen dat dit werkt, moet je wel fotograferen in de modus diafragmavoorkeuze, de A-stand.

Met je ellebogen tegen je lichaam gedrukt, hou je de camera stabieler vast.

Ellebogenwerk

Een andere techniek om scherpere foto’s te maken wanneer je uit de hand fotografeert, is door de camera stabiel te houden door je ellebogen tegen je lichaam aan te trekken. Dit helpt om de camera aan je lichaam te verankeren, waardoor deze stabieler blijft en je scherpere foto’s krijgt. Deze aanpassing is gemakkelijker dan je zou denken en als je de resultaten een- maal ziet, ben je blij dat je het hebt gedaan.

Scherp diafragma

Een andere truc die profs gebruiken, is, wanneer dat kan, te fotograferen met het scherpste diafragma van je lens. Voor de meeste lenzen is dat ongeveer twee volledige stops lager dan een volledig geopend diafragma (dus het diafragmagetal dat je gebruikt is twee stops hoger dan het laagste getal). Dit geldt niet voor alle lenzen en als dat voor jouw lens niet het geval is, kun je het scherpste diafragma van je lens vinden door in de gaten te houden met welk diafragma je foto’s het scherpst lijken.

Schakel vibratiereductie uit als je op statief fotografeert.

Vibratiereductie (of IS) in- of uitschakelen

Veel objectieven hebben tegenwoordig ingebouwde stabilisatoren. Zie ze als mini-gyro- scopen die letterlijk elke beweging voor ons stabiliseren en in feite verrichten ze wonderen. Afhankelijk van het merk dat je gebruikt, hebben ze een iets andere naam. Nikon noemt het VR (Vibration Reduction, vibratiereductie) en Sony en Canon noemen het IS (Image Stabilisation, beeldstabilisatie), maar ze doen allemaal hetzelfde: ze stabiliseren de lens voor elke beweging, zodat je scherpere foto’s krijgt. Dit werkt alleen wanneer je uit de hand fotografeert, niet als je camera op een statief staat. Nog één ding: als je lens VR of IS heeft en je fotografeert vanaf een statief, schakel dan de VR- of IS-functie uit. Deze lenzen zoeken naar trillingen. Als ze er geen vinden, gaan ze er naar op zoek en dat zoeken naar trillingen als er absoluut geen trillingen zijn, kan (je raadt het al) een kleine trilling veroorzaken.

Kies met de joystick bij elke foto het punt waarop je de camera wilt laten scherpstellen.

Kies je eigen scherpstelpunt

De huidige autofocussystemen zijn behoorlijk goed in het kiezen van waar je je in de scène op wilt scherpstellen, maar ze zijn niet perfect en ze kunnen geen gedachten lezen. Daarom wil je de camera soms gewoon vertellen waar hij zich op moet richten, in plaats van hem te laten bepalen waarop hij denkt dat je wilt scherpstellen. Dit doe je door het scherpstelpunt dat verschijnt wanneer je in je zoeker kijkt (of op je lcd-scherm als je in de Live View-modus fotografeert) op datgene te plaatsen waarop je scherp wilt stellen.

Stel dat je een straatbeeld in een stad fotografeert en je camera wil scherpstellen op de muur in het midden van de scène, maar je wilt dat deze zich richt op een persoon die aan de zijkant staat. Je zou de joystick (of draaiknop of wat jouw merk camera ook gebruikt) gebruiken om het scherpstelpunt naar die persoon te verplaatsen en vervolgens je foto te maken, wetende dat waarop je scherp wilt stellen ook scherp is. Je kunt dit ook doen door het middelste punt (het punt dat je op het scherm ziet, waarschijnlijk in het rood) op die persoon te richten en vervolgens de ontspan- knop half ingedrukt te houden. Hierdoor wordt de scherpstelling op dat punt vergrendeld. Vervolgens kun je de foto opnieuw naar wens kadreren, wetende dat dat gebied scherp zal zijn. Hoe dan ook, het werkt allebei.

Deze blogpost Maak scherpere foto’s uit de hand is afkomstig uit mijn boek ‘Het beste van Scott Kelby over digitale fotografie’. Dit boek staat boordevol met dit soort tips. Op elke pagina wordt één tip besproken waar je meteen mee aan de slag kunt om je fotografie te verbeteren. Bestel het boek hier. Een andere tip Zo maak je betere flitsfoto’s vind je HIER op dit blog. Nog een tip De zeven doodzonden van landschapsfotografie vind je HIER. Ik leg je HIER uit hoe je de mooiste zonsondergangen kunt fotograferen.

Kleurmodellen en kleurdiepte in Affinity Designer

Grafische ontwerpen en illustraties kunnen niet zonder kleur. In Affinity Designer kunt u met miljoenen kleuren werken, kleuren op verschillende manieren mengen en selecteren, paletten maken, een palet automatisch genereren op basis van een bestaand document of een bestaande afbeelding en veel meer. In dit artikel Kleurmodellen en kleurdiepte in Affinity Designer – een uittreksel uit mijn boek Zo werkt Affinity Designer– leert u meer over kleurmodellen en kleurdiepte.

Om een kleur op te slaan, moet een computer deze eerst omzetten in een getal. De relatie tussen getallen en kleuren is het zogeheten kleurmodel. Affinity kan met verschillende kleurmodellen werken, maar niet elk model is geschikt voor elke toepassing. Hoewel u prachtig grafisch werk kunt maken zonder deze achtergrondkennis, is het, ook voor de terminologie in de rest van dit hoofdstuk, handig als u de verschillen kent.

KLEURMODELLEN

Een kleur wordt opgeslagen in drie of vier getallen, die we kanalen noemen. Dat kan op verschillende manieren

RGB: er zijn drie kanalen voor de hoeveelheid rood, groen en blauw licht. Elk getal kan de waarden 0 tot en met 255 krijgen. Zo is 0,0,0 zwart (geen licht), 255,0,0 knalrood (alleen rood licht) en 255,255,255 wit (alle kleuren licht). RGB is gebaseerd op de manier waarop beeldschermen werken en is dan ook de standaard voor digitale beelden. RGB kent 256 x 256 x 256 ongeveer 16,8 – miljoen kleuren.

RGB hex of RGB#: als RGB, maar dan weergegeven in hexadecimale getallen.

Kleurmodellen en kleurdiepte

HSL: ook drie kanalen: het eerste geeft de kleur aan als richting op een kleurenwiel (hue) van 0°tot 360°. Het tweede is de kleurverzadiging (saturation), die van 0% (geen kleur: grijs) tot 100% (maximale kleurverzadiging) loopt. Het derde getal bepaalt de helderheid (lightness), ook van 0% (zwart) via de kleur naar 100% (wit). HSL en RGB bevatten dezelfde informatie en zijn volledig uitwisselbaar.

CMYK: de standaard voor drukwerk. CMYK bestaat uit vier kanalen die getallen van 0 tot 255 bevatten. Elke waarde hoort bij één kleur. De kleuren zijn afgeleid van de vier drukinkten: cyaan, magenta, geel (yellow) en zwart (key). Hoe hoger de waarde, des te meer inkt. 0,0,0,0 (geen inkt) is hier wit. CMYK biedt andere mogelijkheden dan RGB. CMYK wordt gebruikt voor (professioneel) drukwerk en veel kleurenlaserprinters.

LAB: benadert de manier waarop het menselijk oog werkt. Het eerste kanaal is de helderheid (lightness) van 0 tot 100. Het tweede kanaal is de positie op een as van het kleurenwiel, van -128 (groen) via 0 (grijs) naar 127 (rood). Het derde kanaal is de andere as, van blauw naar geel.

Grey, greyscale: Het document gebruikt geen kleuren, alleen grijstinten.

kleurmodellen en kleurdiepte
In de uitgebreide kleurenkiezer ziet u rechts bij elke kleur de waarde voor RGB, HSL, RGB hex en CMYK.

Kleurmodel kiezen

Gebruik RGB voor digitale beelden. RGB kunt u ook prima afdrukken, maar kleuren zijn dan vaak net wat anders dan op het scherm. Ook kunnen subtiele kleurverschillen verloren gaan. Gebruik voor professioneel drukwerk daarom bij voorkeur CMYK.

kleurmodellen en kleurdiepte
RGB (links) en CMYK (rechts). Bij RGB geldt: hoe meer kleur u combineert, hoe lichter het eindresultaat. Bij CMYK geldt het omgekeerde. De CMYK-cirkels in dit gedrukte boek hebben dezelfde kleuren als op het scherm. De RGB-kleuren wijken sterk af.

KLEURDIEPTE

Voor de meeste kanalen in de kleurmodellen kunt u 256 verschillende waarden instellen. Dat komt omdat er voor deze kanalen acht bits gebruikt worden. Dat is doorgaans ruim voldoende. Met RGB kunt u bijvoorbeeld 256 x 256 x 256, ongeveer 16,8 miljoen kleuren maken. Als u nog meer mogelijkheden wilt, kunt het aantal bits per kanaal ophogen tot 16 of zelfs 32. Voor grafische ontwerpen, logo’s en illustraties is dat meestal niet nodig: uw bestanden worden dan fors groter en u maakt gebruik van een kleurdiepte die vaak niet meer zichtbaar is in de toepassing waar uw werk voor bedoeld is.

kleurmodellen en kleurdiepte

KLEURMODEL EN KLEURDIEPTE INSTELLEN

Als u een nieuw document maakt, kunt u het kleurmodel en de kleurdiepte instellen in het rechterpaneel. U kunt deze instellingen ook in een document aanpassen, via het menu: File, Document setup, Colour.

Het kleurmodel en de kleurdiepte kunt u selecteren in de keuzelijst achter Colour format. U kunt hier kiezen uit vier verschillende modellen (RGB, Grey, CMYK en LAB) met verschillende kleurdieptes. HSL gebruikt hetzelfde model als RGB en is daarom geen aparte optie. Het getal achter het model (bijvoorbeeld RGB/8) geeft het aantal bits per kanaal aan. De standaardinstelling is afhankelijk van het type document: meestal RGB/8, alleen CMYK/8 bij professioneel drukwerk (print ready, architectural).

kleurmodellen en kleurdiepte

Nog meer lezen over het werken met Affinity Designer? We publiceerden op dit blog een aantal uittreksels uit het boek Zo werkt Affinity Designer. Kennismaken met de werkomgeving van Affinity Designer vindt u HIER. Paden en Lijnen in Affinity Designer vindt u HIERBasisvormen in Affinity Designer vindt u HIER.

Zo werkt Affinity Designer

Affinity DesignerIn bovenstaand artikel Kleurmodellen en kleurdiepte in Affinity Designer – een uittreksel uit mijn boek Zo werkt Affinity Designer– heeft u u meer geleerd over kleurmodellen en kleurdiepte. In mijn boek Zo werkt Affinity Designer wordt in de vele mogelijkheden van de uitgebreide software gedoken. Kleurmodellen en kleurdiepte zijn immers maar een aspect van het grote geheel! Wilt u bijvoorbeeld kraakheldere illustraties maken? Logo’s die u net zo scherp op postzegel- als op vrachtwagenformaat kunt gebruiken? Technische tekeningen, schema’s, plattegronden en diagrammen met rekenkundige nauwkeurigheid? Wilt u uw tekeningen bovendien met precisie kunnen bijwerken, combineren met fotografie en zonder kwaliteitsverlies kunnen verwerken? Leer dan hoe Affinity Designer werkt. Affinity Designer is snel, gemakkelijk in gebruik, heeft vele aantrekkelijke extra’s en is goedkoop beschikbaar als eenmalige aanschaf, zonder abonnement.

In dit boek neemt de auteur u mee op ontdekkingsreis door Affinity Designer. U maakt kennis met de gebruikersomgeving en de gereedschappen, leert te werken met vector- en rasterafbeeldingen en u ontdekt de kracht van lagen. Tot de behandelde onderwerpen behoren verder:

  • Paden en lijnen tekenen
  • Vormen maken en bewerken
  • Werken met kleur en kleurmodellen
  • Objecten schikken, stapelen en verdelen
  • Werken met artistieke en kadertekst
  • Afbeeldingen importeren en bewerken
  • Lagen aanpassen
  • Afbeeldingen geautomatiseerd exporteren

De beste objectieven voor portretfotografie

Als portretfotograaf is het meestal je doel om je onderwerpen er op hun best uit te laten zien. Je kunt elk objectief gebruiken dat je al hebt om een portret te maken. Er zijn ook speciale objectieven die veel flatterender zijn voor portretten, zozeer zelfs dat ze ‘portret-objectieven’ worden genoemd. Scott Kelby bespreekt hier zijn twee favoriete portret-objectieven. De beste objectieven voor portretfotografie…

beste objectieven voor portretfotografie

70–200mm f/2.8

Geschikte portret-objectieven zijn vrijwel altijd teleobjectieven. Door het perspectief en de compressie die deze langere objectieven weergeven, zien mensen er supergoed uit. Mijn favoriet objectief voor portretten is een 70–200mm f/2.8 en voor de beste resultaten fotografeer ik meestal rond de 150 mm tot 200 mm (de minimum brandpuntsafstand van 70 mm is eigenlijk net te weinig voor portretten, dus vermijd ik het fotograferen op 70 mm). Hoeveel ik voor portretten ook houd van deze 70–200mm f/2.8, is het een zwaar objectief en het is behoorlijk duur. Daarom raad ik vrienden aan om de f/2.8-versie te laten voor wat die is en in plaats daarvan de 70–200mm f/4 te kopen. Die is ongeveer half zo zwaar en kost ook maar de helft, maar het is nog steeds een zeer scherp objectief en het maakt prachtige portretten, omdat het meer draait om de compressie die wordt veroorzaakt door het fotograferen met een lang objectief dan om het diafragma. Lees verder De beste objectieven voor portretfotografie

Zwart-wit en kleur in Photoshop Elements

Het kan beide kanten op met Zwart-wit en kleur in Photoshop Elements. Het kleine broertje van Photoshop heeft veel te bieden! Onderstaand fragment is afkomstig uit mijn boek Ontdek Photoshop Elements.

Soms is zwart-wit gewoon mooier. Zwart-wit is sober maar heeft de grootste rijkdom aan contrast en dat maakt de foto vaak dramatischer en stemmiger. Ook als een foto van zichzelf grijzig is en fletse kleuren bevat, knapt deze er vaak van op als we hem naar zwart-wit omzetten. In de snelle modus kan dat bijvoorbeeld door in deelvenster Kleur de verzadiging tot nul terug te brengen. Gelukkig gaan Zwart-wit en kleur in Photoshop Elements hand in hand! De expertmodus van het programma heeft meer instelopties:

  1. Kies Verbeteren, Omzetten in zwart-wit.
  2. Kies linksonder in het dialoogvenster een grijswaardenstijl, liefst een die past bij de scène, bijvoorbeeld voor landschappen of portretten.
  3. Breng met de schuifbalken in het vak Intensiteit aanpassen eventueel een nadere verfijning aan. Lees verder Zwart-wit en kleur in Photoshop Elements

Mogelijkheden van Canon Camera Connect

Als je je EOS-camera verbonden hebt met je telefoon/tablet, dan kun je met de Canon Camera Connect-app leuke dingen doen. In deze blogpost beschrijven we de mogelijkheden van Canon Camera Connect. Dit is het vervolg op de blogpost Een Canon EOS camera verbinden via wifi of bluetooth.

Foto’s bekijken en delen

Overzicht van de interface van Camera Connect (januari 2021).

Duidelijk is dat je foto’s op je camera met de optie Images on camera direct kunt bekijken op je telefoon of beter een tablet, want dat is een groter scherm. Zo kan je publiek meteen genieten van foto’s die je net genomen hebt. Ook kun je foto’s in een klein formaat downloaden naar je telefoon/tablet en van daaruit delen op sociale media via je thuisnetwerk of via je databundel. Omdat de Wi-Fi-koppeling tussen camera en telefoon/tablet lokaal is, kun je vanuit de meest verre uithoek van de wereld – mits er een data/telefoonverbinding is – je foto’s direct vanuit het veld versturen, zodat het thuisfront bijna live aanwezig kan zijn.

Lees verder Mogelijkheden van Canon Camera Connect