Insectenfotografie voor beginners

Insectenfotografie voor beginners: Leer het van Mark Overmars in zijn nieuwe boek

Het maken van mooie foto’s van insecten kan iedereen leren. Met beperkte apparatuur, wat basiskennis en een aantal eenvoudige technieken kan ook jij in korte tijd spectaculaire foto’s van insecten maken. Het boek Focus op fotografie: Insectenfotografie laat je dat zien. Mark Overmars, de auteur van het boek, is een amateurfotograaf die begon met vrijwel geen kennis van insectenfotografie. Hij beschrijft zijn zoektocht van twintig weken naar de beste en eenvoudigste manier om insecten te fotograferen. In deze korte tijd ontwikkelde hij zich van een beginner tot een geprezen insectenfotograaf. Met dit boek kun jij zo’n zelfde reis maken. We spraken met hem over zijn zoektocht naar de juiste apparatuur en de handigste instellingen en we leren zijn tips voor de beginnende insectenfotograaf. Insectenfotografie voor beginners: Leer het van Mark Overmars in zijn nieuwe boek. (Wil je nog meer tips van Mark? Ga dan naar zijn website insectenfotograferen.nl.)

Je bent fanatiek aan de gang gegaan met het fotograferen van insecten. Had je altijd al iets met insecten?
Mark Overmars: ‘Ja en nee. Met natuurfotografie heb ik dat wel altijd gehad. Ik fotografeerde af en toe wel insecten, maar dat was omdat ik er toevallig eentje tegenkwam. Ik had bijvoorbeeld geen macrolens. Pas geleden heb ik foto’s van mijn middelbareschooltijd gedigitaliseerd en daar bleken ook de nodige foto’s van insecten tussen te zitten.’

Wat heb je voor achtergrond?
MO: ‘Ik heb lang bij de Universiteit Utrecht als hoogleraar informatica gewerkt en ik heb later een aantal bedrijven op het gebied van computergames gehad. Voor Van Duuren Media heb ik daar nog een boek over geschreven: Games ontwerpen met Game Maker.

Voor wie heb je Focus op fotografie: Insectenfotografie gemaakt?
MO: ‘Lastige vraag. Eigenlijk kwam het boek toevallig tot stand. Ik ging een jaar geleden met pensioen en ik wilde een project doen. Dat werd het fotograferen van insecten. Ik ben zo iemand die zich daar dan volledig op stort. Het leek me leuk om mijn ervaringen met die insectenfotografie op te schrijven en dat heb ik gedaan op Medium. Een of twee keer per week schreef ik een stukje over wat ik had uitgeprobeerd. Ergens in augustus vorig jaar vroegen mijn lezers op Medium of ik die artikelen niet kon bundelen. Op het moment dat het seizoen van de insecten een beetje voorbij was, heb ik eerst een Engelstalige versie gemaakt en toen heb ik Van Duuren Media benaderd. Het boek is dus toevallig tot stand gekomen, het was geen vooropgezet doel.  Ik ben wel altijd een docent geweest; ik wil altijd dingen uitleggen aan mensen. Dit boek is geschreven door een amateur voor amateurs. Ik beschrijf mijn zoektocht naar kennis over insectenfotografie.’

Mark Overmars

De ontdekkingsreis van het fotograferen van insecten

Op Medium las ik in een van je stukken over boeken van professionele fotografen waar je eigenlijk niets uit kunt leren omdat ze vaak zo specifiek zijn…
MO: ‘Daar heb ik heel veel reacties op gekregen. Bijna iedereen was het met me eens. Dat was precies mijn probleem toen ik begon met insecten fotograferen. Dan ga je wat filmpjes bekijken op YouTube, je koopt wat boeken over macrofotografie en eigenlijk hielp me dat niet. Wat ik uit die boeken leerde, was dat je het voor elke foto toch weer anders moest doen, met hele speciale instellingen en apparatuur. Speciaal dit, speciaal dat… Ze vonden allemaal dat je altijd een statief moest gebruiken en voor zonsopgang je bed uit moest. Dat was mijn ding helemaal niet! Volgens mij was dat allemaal niet nodig. Mijn insteek was meer: ik heb zaterdagmiddag twee uur de tijd, laat ik op pad gaan om wat te fotograferen. Je weet in het algemeen niet van tevoren wat je gaat fotograferen, wat je tegenkomt. Ik ben lid van drie fotoclubs, maar daar wil niemand een statief meenemen. Dat vinden ze gewoon te zwaar! Een amateur werkt echt anders dan een professionele fotograaf.’


Een terrasjeskommazweefvlieg. RF 100-400 mm-lens op 400 mm. Sluitertijd 1/500 s, diafragma ƒ/8, ISO 800.

Het aardige van je boek is dat je jouw ontdekkingen beschrijft. Je had van tevoren ook geen verstand van insecten…
MO: ‘Ik wist natuurlijk wel wat een libelle of een vlinder was. Verder wist ik niet echt veel over insecten. Ik bekeek het in eerste instantie ook alleen vanuit de fotografie: hoe fotografeer ik dat insect? Het was me verder worst wat voor een insect het was. Op een gegeven moment wil je weten wat voor insect je hebt gefotografeerd. Dan kom je bijvoorbeeld uit bij waarneming.nl. Daar heb ik uiteindelijk ook een hoofdstuk over geschreven. Je blijkt ineens een zeldzaam insect te hebben gefotografeerd en beetje bij beetje raak je steeds meer geïnteresseerd.’

De kracht van een diffuser op je flitser

Hoe ben je aan de gang gegaan? Als ik hier op ons balkon kijk, zie ik amper insecten en we hebben echt veel planten...
MO: ‘Ik had net een nieuwe camera gekocht en was benieuwd of ik er met de lenzen die ik had insecten mee kon fotograferen. Ik had nog geen macrolens; ik wilde eerst maar eens kijken wat je met mijn gewone telelens kon doen. In het begin was het gewoon kijken of ik ergens insecten zag. Ik heb een redelijke tuin, maar niet speciaal heel bijzonder. Binnen de kortste keren zie je zweefvliegen op een bloem zitten, een vlinder op een plant of een kever kruipen over de grond. Je gaat in eerste instantie niet voor die kleine insecten van een paar millimeter, maar voor beestjes die wat groter zijn. Die probeer je dan te fotograferen, je gaat wat experimenteren met instellingen. Ik ben technisch genoeg om te begrijpen wat al die verschillende instellingen doen en daardoor kun je snel goede foto’s maken. Zelfs mijn eerste foto’s waren leuk. Ik was echt verbaasd over de kwaliteit.’


Een gewone kielwants op haar eieren. 70 mm, 1/320 s, ƒ/13, ISO 200, flitser.

‘Hele kleine insecten sloeg ik op dat moment over, omdat dat geen zin had met de lenzen die ik op dat moment had. Op een gegeven moment ben ik gaan kijken hoe ik meer vergroting kon krijgen, zodat ik ook die kleinere insecten kon gaan vastleggen. Toen ben ik met tussenringen gaan werken en na twee maanden dacht ik dat ik toch misschien een echte macrolens moest gaan kopen. Ik wilde eerst echt zeker weten dat ik dit wilde blijven doen en ik wilde eerst weten wat er allemaal mogelijk was zonder macrolens. Een macrolens is in ieder geval handiger. Je kunt ook veel bereiken met tussenringen en voorzetlenzen; je kunt uiteindelijk hetzelfde bereiken, maar dat is toch meer gedoe. Een macrolens geeft vooral gemak. Je kunt er het ene moment iets meer fotograferen wat veraf is en het andere moment wat dicht bij zit. Misschien is de beeldkwaliteit iets beter met een macrolens, maar de meeste mensen zullen dat niet zien.’


De camera met flitser en met een diffuser rondom de lens.

Ik las dat je heel veel flitst en dat je een diffuser gebruikt voor je flitser. Schrikken de insecten niet als je met zo’n wit vlak op ze afkomt?
MO: ‘Nee, ik heb zelfs het gevoel dat het omgekeerd is. Als ze je gezicht zien, vliegen ze sneller weg. Ze kennen zo’n wit vlak niet, ze weten niet wat het is, het schreeuwt niet: gevaar! Ik heb echt het gevoel dat het met een diffuser voor mijn flitser makkelijker gaat dan zonder. De manier waarop ik werk met die diffuser en de flitser heb ik eerst allemaal thuis geprobeerd met kleine poppetjes, om te kijken hoe het effect van mijn instellingen was. Als je in het veld bent, heb je geen tijd om iets uit te zoeken. Je kunt echt geen drie foto’s van hetzelfde insect maken met verschillende instellingen, want na de eerste foto is dat insect al weggevlogen of gekropen. Je moet van tevoren weten wat de juiste instellingen zijn en daarom heb ik in het boek uitgelegd hoe je eigenlijk altijd precies hetzelfde moet doen. Mensen vinden in het algemeen instellingen onvoorstelbaar moeilijk. Daar geef ik één soort instelling voor. Verder moet je daar niet aanzitten. Eén soort instelling en klaar!’


Een pyjamaschildwants. 120 mm, 1/320 s, ƒ/13, ISO 200, flitser.

Het ‘wat’ en het ‘waarom’

Wat moet je beginkennis zijn voor het boek?
MO: ‘Mensen moeten niet schrikken als ik zeg: zet je camera op handmatig. Mensen die afhaken als ik schrijf dat je de autostand niet moet gebruiken: daar is het boek niet voor bedoeld. Ik probeer in het boek niet alleen het ‘wat’, maar ook het ‘waarom’ te vertellen. Niet alleen te zeggen: een klein diafragma doet dit, maar waarom doet het dat eigenlijk? Mijn ervaring is dat mensen het dan beter begrijpen. De meeste mensen hebben geen idee wat het diafragmagetal betekent. Dat probeer ik dan toch, heel kort, in dit boek uit te leggen. Daarom heb ik ook het laatste hoofdstuk gemaakt. Daarin staat een samenvatting van alle dingen die je moet doen, met de instellingen die je nodig hebt. Dan heb je niet het waarom, maar het wat: gebruik deze sluitertijd, dit diafragma en deze instellingen voor de flitser.’


Een vlieg die met een slak meelift. 100 mm-macro, 1/320 s, ƒ/13, ISO 200, flitser.

‘Het probleem van moderne camera’s is dat ze zoveel kunnen en dat mensen per ongeluk iets instellen en daarna geen idee hebben waarom dingen niet meer werken. Daarom raad ik mensen ook aan om bepaalde instellingen voor de insectenfotografie in een custom mode te zetten. Dat is bij de meeste moderne camera’s wel mogelijk. Ik heb twee custom-instellingen gemaakt: een voor als ik de flitser gebruik en eentje als ik de flitser niet gebruik. Dat zijn twee modi waarvan de instellingen kloppen voor de taak waarvoor ik ze heb gemaakt. Voor mijn ‘gewone’ fotografie gebruik ik die niet. Daardoor kan ik in één keer de instellingen voor mijn insectenfotografie goed zetten, zonder dat ik daarover hoef na te denken. Maar soms, als je iets meer scherptediepte wilt bij een foto en je hebt je diafragma aangepast, moet je niet vergeten om het diafragma terug te zetten.’

Is insectenfotografie een beetje eenzaam fotograferen? Als je met meer mensen gaat, vliegen de insecten sneller weg, lijkt me…
M.O.: ‘Ik vind het in mijn eentje niet eenzaam, ik vind het heerlijk. Je bent geconcentreerd bezig, je loopt in de natuur rond, het is lekker weer. Wat wil je nog meer? Af en toe ga ik met een groepje mensen fotograferen. Het voordeel van met meer mensen fotograferen is dat je meer insecten ziet, maar het is lastiger te fotograferen. Zodra iemand iets ziet, komt de rest aanrennen en dan is het insect alweer gevlogen.’ 


Een menierood zuringspitsmuisje. 100 mm-macro, 1/320 s, ƒ/13, ISO 200, flitser.

Tips voor beginners: Neem de tijd en blijf rustig

Heb je nog tips voor de beginnende insectenfotograaf?
MO: ‘Neem de tijd. Doe rustig aan. Als een insect wegvliegt, ga er niet achteraan, er komt altijd weer een ander. Als je veel rond gaat lopen, zie je minder insecten. Je moet vooral heel rustig aan doen. Bij het fotograferen van insecten zie je voortdurend interessante beestjes. Je bent echt continu bezig. Niet dat je per se continu goede foto’s kunt maken, maar het is niet zo dat je een uur loopt te zoeken zonder dat je iets bijzonders vindt. Je hoeft niet ver weg te gaan. Ik loop bijna elke dag een rondje in de tuin en zie bijna elke dag wel iets interessants. Vanochtend zat er een grote libelle op de rand van de heg. Je moet vooral leren kijken. In het begin zie je heel weinig insecten, maar op een gegeven moment leer je om overal insecten te spotten. Als je kleine insecten fotografeert, zie je de grote niet; als je de grote fotografeert, zie je de kleine niet.’

‘Zorg dat je vooraf je camera goed hebt ingesteld, want daar heb je op het moment suprême geen tijd voor. Probeer je instellingen van tevoren thuis uit, want in het veld heb je wel wat anders aan je hoofd. Een beetje voorbereiding en dan ervan genieten. Vergeet in eerste instantie die macrolens. Die kan eventueel later nog. Als je vooral geïnteresseerd bent in grotere kevers of in vlinders, dan is een zoomlens al genoeg.’

‘Nog een laatste tip: bewerk je foto’s na. De kwaliteit van de foto’s wordt zoveel beter als je in RAW fotografeert en ze op de computer nabewerkt. Het is uiteindelijk niet veel werk, het is niet moeilijk, maar veel mensen doen het niet. Iedereen zegt tegen me: wat zijn je foto’s scherp. Ja, je bewerkt ze na en maakt ze scherper. Dat doet de camera ook als je jpeg-foto’s maakt, maar als je het zelf nabewerkt, heb je veel meer controle. Nabewerking maakt een wezenlijk verschil!’

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.