Lenzen voor insectenfotografie

Lenzen voor insectenfotografie

Zeker in het begin hoeft u vaak helemaal niet op zoek te gaan naar speciale lenzen voor insectenfotografie. Wel is het zaak om diverse instellingen en technische zaken in de gaten te houden. Hieronder vind je een korte meer algemene verhandeling over lenzen en aanpalende theorie. In mijn nieuwe boek Focus op fotografie: Insectenfotografie leer je al doende steeds meer over lensgebruik. En uiteindelijk ook welke gespecialiseerde lens je aan zou kunnen schaffen voor nóg weer betere resultaten. Maar we beginnen bij het begin!

Een camera is niets zonder een goede lens. Men spreekt ook vaak over objectieven, maar in dit boek houd ik zo veel mogelijk de term lens aan. Je kunt lenzen kopen die speciaal gemaakt zijn voor macrofotografie, maar dat is niet nodig als je begint met het fotograferen van insecten. Een standaardlens is vaak al goed genoeg, zeker als je die combineert met tussenringen. Tussenringen bespreek ik elders in mijn boek. Hier volgt een aantal lenseigenschappen die belangrijk zijn voor insectenfotografie.

Vergroting

Elke lens heeft een maximale vergrotingsfactor die je bereikt bij de minimale scherpstelafstand. Als je een zoomlens gebruikt is de maximale vergrotingsfactor afhankelijk van de gekozen brandpuntsafstand. Dit kun je vinden in de specificaties van de lens. De Canon RF-S 18-150 mm-lens die ik gebruik heeft een maximale vergrotingsfactor van 0,45 bij een brandpuntsafstand van 50 mm. Dat is een uitstekende vergroting voor een standaardlens. Zoals hierboven beschreven geeft de APS-C-sensor je een extra vergrotingsfactor van 1,6, dus de effectieve vergroting is 0,7. Dat betekent dat een onderwerp van 50 mm breed de foto volledig vult. Door het beeld na afloop nog bij te snijden kun je de vergrotingsfactor verhogen tot ruim boven de 1, wat gezien wordt als de drempelwaarde voor macrofotografie.

Lenzen voor insectenfotografie
Een mug op een klimopblad, gefotografeerd met de RF-S 18-150 mm-lens op brandpuntsafstand 60 mm, bijgesneden naar 8 MP voor een sterke vergroting.

Als je gebruikmaakt van een APS-C-camera met een redelijk hoge resolutie en de lens die je gebruikt heeft een maximale vergrotingsfactor van minimaal 0,3, dan kun je uitstekende insectenfoto’s maken. Het is wel belangrijk om na te gaan wat de bijbehorende minimale scherpstelafstand is. Voor mijn RF-S-lens is dit 17 centimeter. Dit klinkt als veel, maar de afstand wordt gemeten vanaf de sensor in de camera. De afstand vanaf de voorkant van de lens is in dit geval slechts zes centimeter. Ik moet voor een dergelijke vergroting dus heel dicht bij het onderwerp komen.

Brandpuntsafstand

De brandpuntsafstand van een lens is de afstand tussen de sensor en het midden van de lens. Hoe groter de brandpuntsafstand, hoe kleiner de beeldhoek die op de sensor afgebeeld wordt. Groothoeklenzen hebben een brandpuntsafstand kleiner dan 35 mm, terwijl telelenzen vaak een brandpuntsafstand van 200 mm of meer hebben. Op een APS-C-camera is de effectieve brandpuntsafstand een factor 1,5 of 1,6 groter. Een 100 mm-lens op een APS-C-camera gedraagt zich als een 160 mm-lens op een full-framecamera.

Hoe groter de brandpuntsafstand, hoe verder je van het onderwerp kunt blijven. Zo is op mijn RF-S 18-150 mm-lens bij een brandpuntsafstand van 60 mm en een vergrotingsfactor van 0,4 de afstand tot de sensor slechts 17 cm. Bij mijn RF 100-400 mm-lens op 400 mm kan ik op een meter afstand blijven terwijl ik dezelfde vergrotingsfactor krijg.

Het lijkt dus dat een lens met een grote brandpuntsafstand de betere keuze is. Maar een grote brandpuntsafstand heeft ook nadelen. Als de brandpuntsafstand toeneemt wordt de scherptediepte kleiner. Voor een zo groot mogelijk scherp gebied kun je dus het beste een zo klein mogelijke brandpuntsafstand gebruiken. Een grote brandpuntsafstand maakt het ook lastig om de camera op het insect gericht te houden en op de juiste positie scherp te stellen. Een kleine beweging van de camera resulteert in een grote beweging in de zoeker. Dit is ook de reden waarom je bij een grote brandpuntsafstand een kortere sluitertijd nodig hebt.

65…100 mm

Voor mij heeft de ideale lens voor insectenfotografie een brandpuntsafstand tussen de 65 en 100 mm. Bij een kleinere waarde moet je te dicht bij het insect komen, met een grotere kans dat deze verdwijnt. Bij een grotere waarde wordt de scherptediepte vaak te klein. Als je echter grote insecten fotografeert, zoals vlinders en libellen, dan is een lens met een brandpuntsafstand van 200 mm of meer erg handig.

Lenzen voor insectenfotografie
Een vuurlibel, gefotografeerd met de RF 100-400 mm-lens op 400 mm. Hierbij kon ik op bijna twee meter afstand blijven. 1/500 s, ƒ/11, ISO 1000.

Diafragma

Het diafragma is de grootte van de opening in de lens. Hoe groter het diafragma, hoe meer licht de lens kan bereiken. Het verkleint echter ook de scherptediepte. Elke lens heeft een maximaal en minimaal diafragma. Een maximaal diafragma correspondeert met de grootste opening en met de kleinste ƒ-waarde. Lenzen met een groot maximaal diafragma bieden meer creatieve mogelijkheden, maar zijn ook aanzienlijk duurder. Voor insectenfotografie is scherptediepte echter meestal heel belangrijk en je zult dus vrijwel nooit zo’n groot diafragma gebruiken. Ikzelf gebruik meestal ƒ/13. Een dure lens met een groot maximaal diafragma is dus niet nodig.

Het diafragma beïnvloedt ook de beeldkwaliteit. Bij een groot diafragma (kleine ƒ-waarde) neemt de kwaliteit af, vooral in de hoeken. Bij een APS-Ccamera is dat niet zo erg omdat je de hoeken toch niet in beeld krijgt. Bij een klein diafragma (grote ƒ-waarde) treedt er diffractie op, wat ook slecht is voor de beeldkwaliteit. De meeste lenzen geven de beste beeldkwaliteit rondom ƒ/8. Je zult echter beeldkwaliteit moeten balanceren met de gewenste scherptediepte, dus je wilt vaak een kleiner diafragma gebruiken. Hoe minder diffractie de lens dan geeft, hoe beter.

Scherpstellen

Zoals hierboven aangegeven is snelle automatische scherpstelling van groot belang bij insectenfotografie, tenzij je handmatig gaat scherpstellen. De snelheid wordt bepaald door de camera, die de berekeningen uitvoert, en de lens die motoren bevat om de scherpstelafstand aan te passen. Hoe sneller en preciezer deze motoren zijn, hoe beter automatisch scherpstellen werkt. Een moderne camera met een oude lens zal niet goed werken. Helaas zijn lenzen met snelle automatische scherpstelling vaak duurder. En veel macrolenzen zijn volledig handmatig.

Samenvatting

Een goede lens voor insectenfotografie heeft de volgende eigenschappen:

  • De lens heeft een maximale vergrotingsfactor van minimaal 0,3.
  • De brandpuntsafstand van de lens ligt tussen 65 en 100 mm.
  • De lens heeft, in combinatie met de camera, snelle automatische scherpstelling.

De Canon RF-S 18-150 mm-lens die ik samen met mijn camera kocht voldoet aan al deze eigenschappen. Een speciale macrolens is natuurlijk beter, maar het is een grote investering die niet noodzakelijk is. Ik raad aan om eerst met een standaardlens aan de slag te gaan en pas over een macrolens na te gaan denken nadat je een flink aantal insecten gefotografeerd hebt. Pas dan weet je wat je nodig hebt. Ik heb mijn macrolens na twee maanden gekocht, toen ik zeker wist dat ik door wilde gaan met insectenfotografie. Ik bespreek macrolenzen later in het boek.

Focus op Fotografie: Insecten fotograferen

Het fotograferen van insecten is leuk en eenvoudig. Mooie foto’s maken van insecten is iets wat iedereen kan. Met beperkte apparatuur, wat basiskennis en een aantal eenvoudige technieken kan ook jij binnen een paar weken spectaculaire foto’s van insecten maken.

Dit boek laat dat zien. De auteur is een amateurfotograaf die begon met vrijwel geen kennis van insectenfotografie. Hij beschrijft zijn zoektocht van twintig weken naar de beste en eenvoudigste manier om insecten te fotograferen. In deze korte tijd ontwikkelde hij zich van een beginner tot een geprezen insectenfotograaf. Met dit boek kun jij zo’n zelfde reis maken.

Je vindt hier alles wat je moet weten over camera’s en lenzen, over instellingen, over het gebruik van een flitser en nog veel meer. En het boek leert je ook over insecten, waar en hoe je ze kunt vinden en hoe je ze het beste kunt fotograferen. Het bevat 250 afbeeldingen van insecten, gemaakt door de auteur.

  • Praktisch: Volg de auteur in zijn ontwikkeling van amateurfotograaf tot ervaren insectenfotograaf.
  • Fraai uitgevoerd: het boek bevat talloze spectaculaire kleurenfoto’s, als voorbeeld en ter inspiratie.
  • Compleet: na het lezen van dit boek heb je alles in huis om zelf ook de prachtigste foto’s van insecten te maken.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.