Alle berichten van Scott Kelby

Scott Kelby is de bestverkopende auteur ter wereld van boeken over fotografische technieken. Hij is tevens hoofdredacteur en uitgever van het tijdschrift Lightroom Magazine, producer van LightroomKillerTips.com, hoofdredacteur en uitgever van het tijdschrift Photoshop User en presentator van de invloedrijke wekelijkse live-talkshow over fotografie The Grid. Scott is ook algemeen directeur van KelbyOne.com en geeft over de hele wereld workshops over fotografie en Lightroom. Hij is bekroond auteur van meer dan 90 boeken, waaronder Photoshop voor Lightroom-gebruikers, de reeks Scott Kelby over digitale fotografieHet grote flitserboek en Het Adobe Photoshop Lightroom Classic boek voor digitale fotografen. Al zijn boeken vind je HIER.

De basisuitrusting voor landschapsfotografie

Om betere landschapsfoto’s te maken, moet een aantal zaken zeker aanwezig zijn in je fototas. We bespreken hier de basisuitrusting voor landschapsfotografie en waarom je deze apparatuur moet gebruiken.

basisuitrusting voor landschapsfotografie
Een groothoekobjectief is onontbeerlijk in de landschapsfotografie.

Het beste objectief voor landschappen

Landschapsfotografie is voor het grootste deel een groothoekverhaal. Je wilt die grote, brede, meeslepende vergezichten vastleggen en een groothoeklens is daarvoor uit- gevonden. Maar welke groothoeklens? Veel mensen denken dat 24 mm ongeveer de juiste brandpuntsafstand is en daarom kiezen veel landschapsfotografen voor een 24–70mm-lens. Maar ik denk dat er een betere keuze is. Als 24 mm de juiste keuze is, wat is 70 mm dan? Nou, buiten het maken van een panoramafoto zul je 70 mm niet of nauwelijks gebruiken. Je gaat ook geen 50 mm gebruiken. Daarom ben ik voor landschappen gek op een 16–35mm-lens. Je hebt dan je ideale brandpuntsafstand van 24 mm, plus 35 mm (wat nog steeds wijd is, zodat je een beetje kunt inzoomen), maar je hebt ook een ultrawijde 16 mm. Die is geweldig als je een beeldbepalend object op de voorgrond hebt. Je kunt dan een echt meeslepende foto maken en de objecten op de voorgrond meer dan levensgroot vastleggen. Hij is zo veel veelzijdiger en lichter en een stuk goedkoper, vooral als je de lens neemt die ik gebruik: de 16–35 mm f/4. Je fotografeert geen landschappen met f/2.8 (eerder f/11), dus bespaar op kosten, formaat en extra gewicht en kies de f/4.

Waarom je een groothoek moet gebruiken

Als je landschappen fotografeert, ben je bij thuiskomst waarschijnlijk meer dan eens teleurgesteld geweest dat het ongelooflijke uitzicht dat je persoonlijk zag niet in je foto’s tot uiting kwam. Het is echt moeilijk om een tweedimensionale foto te maken met de diepte en het gevoel dat je er middenin staat. Daarom raad ik een van de volgende twee dingen aan: (1) probeer niet alles vast te leggen. Dat klopt, gebruik een zoomlens en leg opzettelijk slechts een deel van de scène vast die het geheel suggereert. (2) Koop een extreme groothoeklens. Geen fisheyelens, maar een extreme groothoeklens (zoals een 12 mm). Als je alles probeert vast te leggen, is een extreme groothoeklens (ook wel ultragroothoeklens genoemd) vaak precies datgene wat er voor nodig is om die grootse foto te maken.

basisuitrusting voor landschapsfotografie
Met de camera op statief maak je een meer doordachte compositie en met een draadontspanner voorkom je trillingen.

Statief en draadontspanner

Landschappen fotografeer je vooral voor zonsopgang en rond zonsondergang. Het zijn allebei momenten waarop er niet veel licht is. Je sluiter gaat dus veel langer open dan normaal. Als je dit soort langere belichtingen vanuit de hand probeert te maken, krijg je een hoop wazige foto’s. Daarom fotograferen we bij landschapsfotografie over het algemeen altijd vanaf een statief. Om echt scherpe foto’s te kunnen maken moet onze camera helemaal stilstaan terwijl de sluiter is geopend. Dit is voor ons dus absoluut het moment voor een statief. Het is een soort must. En als je de moeite gaat nemen om een statief mee te sjouwen en op te zetten, ga dan niet met je vinger op de ontspanknop drukken. Wanneer je de ontspanknop indrukt, beweeg je de camera en dat leidt tot wazige foto’s. Daarom moet je waarschijnlijk een draadontspanner gebruiken (een kabel die op je camera wordt aangesloten, zodat je de sluiter kunt ontspannen zonder je camera echt aan te raken).

Maar als je camera een ingebouwde draadloze verbinding heeft (waarschijnlijk wel als je je camera de afgelopen jaren hebt gekocht), kun je de gratis app voor je camera downloaden (Sony, Fuji, Canon, Olympus en Nikon hebben allemaal gratis apps die je kunt downloaden) en vervolgens kun je je camera draadloos via de app activeren. Het maakt niet uit welke methode je gebruikt, zolang je er maar een gebruikt. Kortom een groothoeklens, een statief en een draadontspanner behoren tot de basisuitrusting voor landschapsfotografie.

basisuitrusting voor landschapsfotografie
Met diafragma F11 krijg je alles scherp in een landschapsfoto.

Welk diafragma?

Als je éé diafragma zou moeten kiezen voor het fotograferen van landschappen, zou dat een gemakkelijke keuze zijn: het zou zonder twijfel f/11 zijn. Het is een diafragma waarmee je in de gehele foto alles scherp kunt krijgen, van voor tot achter en op de meeste lenzen is f/11 over het algemeen een behoorlijk scherp diafragma. Bij f/11 krijg je dus veel scherpte- diepte en een scherp resultaat. Bij f/11 moet je vanaf een statief fotograferen omdat f/11 geen diafragma is van het soort ‘ik laat een hoop licht binnen’. Maar je camera zou toch al op een statief moeten staan, dus… wat let je.

Deze blogpost De basisuitrusting voor landschapsfotografie is afkomstig uit mijn boek ‘Het beste van Scott Kelby over digitale fotografie’. Dit boek staat boordevol met dit soort tips. Op elke pagina wordt één tip besproken waar je meteen mee aan de slag kunt om je fotografie te verbeteren. Bestel het boek hier. Een andere tip Zo maak je betere flitsfoto’s vind je HIER op dit blog. Nog een tip De zeven doodzonden van landschapsfotografie vind je HIER. Ik leg je HIER uit hoe je de mooiste zonsondergangen kunt fotograferen. En HIER vind je een blogpost over de beste objectieven voor portretfotografie.

Maak scherpere foto’s uit de hand

Op je camera zitten veel instellingen waarmee je de scherpte van je foto’s kunt verbeteren. Als je die leert te gebruiken, maak je vaker haarscherpe foto’s. Maak scherpere foto’s uit de hand! We geven hier de belangrijkste instellingen.

Met auto-ISO en de sluitertijd op minimaal 1/125 sec. voorkom je veel onscherpe foto’s

Auto-ISO

Als je bij veel licht uit de hand fotografeert, is de kans groot dat je foto’s scherp zijn. Bij minder licht, moet de sluiter langer openblijven. Als je dan beweegt, krijg je een wazige foto. Daarom fotograferen we graag vanaf een statief. Er is geen enkele camerabeweging, zelfs niet als je sluiter twee minuten openstaat. Hoe kort moet de sluitertijd zijn om uit de hand scherpe foto’s te maken? Ik zou zeggen rond 1/125 seconde. Als je sluitertijd langer is, is de kans groot dat je een wazige foto krijgt. Hoe zorgen we ervoor dat onze sluitertijd niet langer dan 1/125 wordt? We zetten ons geheime wapen in: Auto ISO. Maar we schakelen dit niet zomaar in, we stellen de minimale sluitertijd voor Auto ISO in op 1/125, dus hoe weinig licht er ook is, onze camera zorgt ervoor dat we een sluitertijd hebben die nooit langer is dan 1/125. De camera doet dit door je ISO-waarde genoeg te ver- hogen tot de sluitertijd minimaal 1/125 is. Om te zorgen dat dit werkt, moet je wel fotograferen in de modus diafragmavoorkeuze, de A-stand.

Met je ellebogen tegen je lichaam gedrukt, hou je de camera stabieler vast.

Ellebogenwerk

Een andere techniek om scherpere foto’s te maken wanneer je uit de hand fotografeert, is door de camera stabiel te houden door je ellebogen tegen je lichaam aan te trekken. Dit helpt om de camera aan je lichaam te verankeren, waardoor deze stabieler blijft en je scherpere foto’s krijgt. Deze aanpassing is gemakkelijker dan je zou denken en als je de resultaten een- maal ziet, ben je blij dat je het hebt gedaan.

Scherp diafragma

Een andere truc die profs gebruiken, is, wanneer dat kan, te fotograferen met het scherpste diafragma van je lens. Voor de meeste lenzen is dat ongeveer twee volledige stops lager dan een volledig geopend diafragma (dus het diafragmagetal dat je gebruikt is twee stops hoger dan het laagste getal). Dit geldt niet voor alle lenzen en als dat voor jouw lens niet het geval is, kun je het scherpste diafragma van je lens vinden door in de gaten te houden met welk diafragma je foto’s het scherpst lijken.

Schakel vibratiereductie uit als je op statief fotografeert.

Vibratiereductie (of IS) in- of uitschakelen

Veel objectieven hebben tegenwoordig ingebouwde stabilisatoren. Zie ze als mini-gyro- scopen die letterlijk elke beweging voor ons stabiliseren en in feite verrichten ze wonderen. Afhankelijk van het merk dat je gebruikt, hebben ze een iets andere naam. Nikon noemt het VR (Vibration Reduction, vibratiereductie) en Sony en Canon noemen het IS (Image Stabilisation, beeldstabilisatie), maar ze doen allemaal hetzelfde: ze stabiliseren de lens voor elke beweging, zodat je scherpere foto’s krijgt. Dit werkt alleen wanneer je uit de hand fotografeert, niet als je camera op een statief staat. Nog één ding: als je lens VR of IS heeft en je fotografeert vanaf een statief, schakel dan de VR- of IS-functie uit. Deze lenzen zoeken naar trillingen. Als ze er geen vinden, gaan ze er naar op zoek en dat zoeken naar trillingen als er absoluut geen trillingen zijn, kan (je raadt het al) een kleine trilling veroorzaken.

Kies met de joystick bij elke foto het punt waarop je de camera wilt laten scherpstellen.

Kies je eigen scherpstelpunt

De huidige autofocussystemen zijn behoorlijk goed in het kiezen van waar je je in de scène op wilt scherpstellen, maar ze zijn niet perfect en ze kunnen geen gedachten lezen. Daarom wil je de camera soms gewoon vertellen waar hij zich op moet richten, in plaats van hem te laten bepalen waarop hij denkt dat je wilt scherpstellen. Dit doe je door het scherpstelpunt dat verschijnt wanneer je in je zoeker kijkt (of op je lcd-scherm als je in de Live View-modus fotografeert) op datgene te plaatsen waarop je scherp wilt stellen.

Stel dat je een straatbeeld in een stad fotografeert en je camera wil scherpstellen op de muur in het midden van de scène, maar je wilt dat deze zich richt op een persoon die aan de zijkant staat. Je zou de joystick (of draaiknop of wat jouw merk camera ook gebruikt) gebruiken om het scherpstelpunt naar die persoon te verplaatsen en vervolgens je foto te maken, wetende dat waarop je scherp wilt stellen ook scherp is. Je kunt dit ook doen door het middelste punt (het punt dat je op het scherm ziet, waarschijnlijk in het rood) op die persoon te richten en vervolgens de ontspan- knop half ingedrukt te houden. Hierdoor wordt de scherpstelling op dat punt vergrendeld. Vervolgens kun je de foto opnieuw naar wens kadreren, wetende dat dat gebied scherp zal zijn. Hoe dan ook, het werkt allebei.

Deze blogpost Maak scherpere foto’s uit de hand is afkomstig uit mijn boek ‘Het beste van Scott Kelby over digitale fotografie’. Dit boek staat boordevol met dit soort tips. Op elke pagina wordt één tip besproken waar je meteen mee aan de slag kunt om je fotografie te verbeteren. Bestel het boek hier. Een andere tip Zo maak je betere flitsfoto’s vind je HIER op dit blog. Nog een tip De zeven doodzonden van landschapsfotografie vind je HIER. Ik leg je HIER uit hoe je de mooiste zonsondergangen kunt fotograferen.

De beste objectieven voor portretfotografie

Als portretfotograaf is het meestal je doel om je onderwerpen er op hun best uit te laten zien. Je kunt elk objectief gebruiken dat je al hebt om een portret te maken. Er zijn ook speciale objectieven die veel flatterender zijn voor portretten, zozeer zelfs dat ze ‘portret-objectieven’ worden genoemd. Scott Kelby bespreekt hier zijn twee favoriete portret-objectieven. De beste objectieven voor portretfotografie…

beste objectieven voor portretfotografie

70–200mm f/2.8

Geschikte portret-objectieven zijn vrijwel altijd teleobjectieven. Door het perspectief en de compressie die deze langere objectieven weergeven, zien mensen er supergoed uit. Mijn favoriet objectief voor portretten is een 70–200mm f/2.8 en voor de beste resultaten fotografeer ik meestal rond de 150 mm tot 200 mm (de minimum brandpuntsafstand van 70 mm is eigenlijk net te weinig voor portretten, dus vermijd ik het fotograferen op 70 mm). Hoeveel ik voor portretten ook houd van deze 70–200mm f/2.8, is het een zwaar objectief en het is behoorlijk duur. Daarom raad ik vrienden aan om de f/2.8-versie te laten voor wat die is en in plaats daarvan de 70–200mm f/4 te kopen. Die is ongeveer half zo zwaar en kost ook maar de helft, maar het is nog steeds een zeer scherp objectief en het maakt prachtige portretten, omdat het meer draait om de compressie die wordt veroorzaakt door het fotograferen met een lang objectief dan om het diafragma. Lees verder De beste objectieven voor portretfotografie

Zinvolle filters voor fotografie

Eigenlijk zijn er in de fotografie nog maar twee zinvolle filters die echt de moeite waard zijn om te gebruiken: het polarisatiefilter en het grijsverkloopfilter. Ze zijn niet goed in softaware te imiteren en daarom vind je ze vaak op de camera van professionals. We geven je hier een paar tips over de mogelijkheden.

Zinvolle filters
Met het polarisatiefilter haal je reflecties weg. Ook van lciht op opppervlakken, daardoor lijken kleuren helderder.

Lees verder Zinvolle filters voor fotografie

Snel het juiste diafragma instellen

Scherptediepte is van het grootste belang als je wilt dat je foto’s er professioneel uitzien. Met een onscherpe achtergrond, maakt je foto meer indruk. Je leidt de blik van de beschouwer dan naar het onderwerp en de aandacht wordt minder getrokken naar onbelangrijke beeldgedeelten. Hoe stel je snel het juiste diafragma in?

Met een klein diafragma, zoals f/11 of f/16, krijg je alles ragscherp in beeld.

Diafragmavoorkeuze

Wat ik zo leuk vind aan de modus diafragmavoorkeuze, is dat ik het diafragma kan kiezen dat ik wil en dat mijn camera automatisch de juiste sluitertijd kiest om een goed belichte foto te maken. De sluitertijd is dus een ding waar ik me over het algemeen geen zorgen over hoef te maken, tenzij ik fotografeer bij erg weinig licht. Als ik niet hoef te rommelen met camera-instellingen, betekent dit dat ik me kan concentreren op dingen die er echt toe doen, zoals compositie en de kwaliteit van het licht. Het fotograferen in de modus diafragmavoor- keuze geeft me dus de vrijheid om precies dat te doen: focussen op de belangrijke dingen. En daarom raad ik vrienden altijd aan om te fotograferen in de modus diafragmavoorkeuze: laat je camera de ingewikkelde dingen voor je doen, zodat jij vrij bent om creatiever te zijn.

Met Diafragmavoorkeuze, of de A-stand, kun je bij elk fotografisch onderwerp de scherptediepte regelen.

Scherptediepte

Eigenlijk zou je als fotograaf bij elk onderwerp als eerste het juiste diafragma moeten instellen. Bij het vliegtuig hierboven wil je alles scherp hebben: daar stel je een kleine opening in. Bij portretten gebruik je een grotere opening om de achtergrond scherp te krijgen. Het instellen van het juiste diafragma is veel gemakkelijker dan je denkt. Zet je camera een week op de A-stand, diafragmavoorkeuze, en je boekt binnen een paar dagen van fotograferen al enorme winst en je foto’s zien er stukken beter uit. Je krijgt meer inzicht in je onderwerpen en in de bediening van de camera. Dat zijn punten die je enorm van pas zullen komen. Hoe begin je daarmee?

Je gebruikt hoofdzakelijk maar twee diafragmareeksen. Een laag getal, zoals f/2.8 of f/4 als je bijvoorbeeld alleen een persoon scherpt wilt hebben en f11 of f/16 als je veel in beeld scherp wilt (rechts).

Twee diafragmareeksen

Als je je nu afvraagt welk diafragma je moet gebruiken voor wat je gaat fotograferen, heb je hier iets om over na te denken dat zou kunnen helpen: voor het grootste deel gebruiken we meestal maar twee reeksen diafragma’s. We gebruiken diafragma’s met een hoog getal, zoals f/11 of f/16, wanneer we alles op de foto scherp willen hebben, van voor naar achter (zoals hierboven rechts te zien). We gebruiken diafragma’s met een laag getal, zoals f/2.8 of f/4, wanneer we ons onderwerp scherp willen hebben (zoals bijvoorbeeld een persoon, een standbeeld of een ander object) en de achtergrond erachter zacht en onscherp (zoals je hier- boven aan de linkerkant ziet).

f/8?

Waar gebruik je al die andere diafragma’s, zoals f/8, dan voor? Voor niet veel. Ik heb die tussenliggende diafragma’s de ‘het kan me niet schelen’-diafragma’s genoemd. Naarmate je vordert in je fotografie, zullen zich bepaalde momenten voor- doen waarop je sommige van die andere diafragma’s moet gebruiken, maar ik denk dat het nuttig is om van tevoren een goede uitgangspositie te kennen voor het kiezen van je diafragma. Dus onthoud wat ik zojuist heb besproken: hogere getallen betekenen dat er veel op de foto scherp zal zijn, lagere getallen zorgen ervoor dat de achtergrond onscherp wordt. Met het fotograferen op de A-stand kun je niet vroeg genoeg beginnen.

Bonustip

Als je flitst is de sluitertijd vaak vast. Meet met de belichtingsmeter het omgevingslicht en stel daar het diafragma op in. Dan wordt je achtergrond beter belicht en je flitsfoto veel mooier.

Deze blogpost Snel het juiste diafragma instellen is afkomstig uit mijn boek ‘Het beste van Scott Kelby over digitale fotografie’. Dit boek staat boordevol met dit soort tips. Op elke pagina wordt één tip besproken waar je meteen mee aan de slag kunt om je fotografie te verbeteren. Bestel het boek hier. Een andere tip Zo maak je betere flitsfoto’s vind je HIER op dit blog. Nog een tip De zeven doodzonden van landschapsfotografie vind je HIER. Ik leg je HIER uit hoe je de mooiste zonsondergangen kunt fotograferen.

De zeven doodzonden van landschapsfotografie

Om geweldige landschapsfoto’s te kunnen maken, moet je een paar valkuilen vermijden. Als je ze in gedachten houdt, zal je fotografie daar zeker van profiteren. Je landschapsfoto’s gaan er gegarandeerd een stuk beter uitzien. De zeven doodzonden van landschapsfotografie…

De zeven doodzonden van landschapsfotografie
Deze foto heeft een duidelijk hoofdonderwerp dat er in volle glorie en in interessant licht op staat. Op het juiste moment gefotografeerd. Dit zijn de belangrijkste ingrediënten voor goede landschapsfoto’s.

1. Rimpelig water. Als je een meertje of gezellige haven fotografeert, is het mooi om ervoor te zorgen dat het water glad is. Dan krijg je een mooie weerspiegeling. Vermijd dus rimpelig water.

2. Bevroren water in watervallen. Zorg bij watervallen voor dat gladde, zijdezachte water door de sluiter langer open te zetten. Niets ziet er zo amateuristisch uit als een bevroren waterval. Hoe langer je sluiter open is, hoe gladder de waterval zal lijken. Experimenteer met de tijd voor het beste effect.

3. Lege, wolkenloze luchten. Een wolkeloze lucht is vaak een nietszeggend wit vlak op je foto. Vermijd dat en zorg dat er altijd een wolkje aan de lucht te zien is. de meeste mensen vinden wolken gewoon mooi, maar bij landschapsfotografie hebben ze een functie.

4. Hard zonlicht midden op de dag. Dit licht lijkt wel bedacht om de natuur en iedereen die een camera vasthoudt en deze op een willekeurig landschap richt eens flink te straffen.

5. Een scheve horizonlijn. Als er iets is dat mensen gek maakt als ze naar een foto kijken, is het een scheve horizonlijn.

6. Afleidende rommel langs de randen. Het is vooral dodelijk omdat je het zo gemakkelijk over het hoofd ziet als fotograaf. Het staat echter wel voor altijd vast in je beeld en je hebt er niets aan.

7. Geen voorgrondobject: als je foto geen sterk object op de voorgrond heeft, is hij vrijwel mislukt.

En… nu we hier toch zijn: maak geen foto’s van dode bomen of boomstronken. Oké, ik zei dat er in de landschapsfotografie maar zeven doodzonden waren, maar deze kon ik niet ongenoemd laten.

Bonustip

Als je echt vooruit wilt met je fotografie, denk dan niet meer in enkele beelden. Maak een serie en zorg dat de afzonderlijke foto’s met elkaar samenhangen. Vertel daarmee een verhaal of illustreer een concept. Zo krijgen je foto’s veel meer inhoud.

Deze blogpost De zeven doodzonden van landschapsfotografie is afkomstig uit mijn boek ‘Het beste van Scott Kelby over digitale fotografie’. Dit boek staat boordevol met dit soort tips. Op elke pagina wordt één tip besproken waar je meteen mee aan de slag kunt om je fotografie te verbeteren. Bestel het boek hier. Een andere tip Zo maak je betere flitsfoto’s vind je HIER op dit blog. Een andere tip – Gebruik wolken in landschapsfotografie – vind je HIER.

Gebruik wolken in landschapsfotografie!

De meeste landschapsfoto’s laten ook een stuk lucht zien. Hoe je met die lucht omgaat is medebepalend voor het welslagen van je foto. Bewust omgaan met de lucht in het landschap verbetert je foto’s enorm. Gebruik wolken in je landschapsfotografie!

Gebruik wolken in landschapsfotografie
De wolken geven het landschap meer diepte en drama en helpen bij de compositie. Locatie: Jokulsarlon Gletsermeer, IJsland

Bij het fotograferen van landschappen bij zonsopgang of zonsondergang, zijn de wolken je beste vrienden, omdat ze de kleuren in de lucht vasthouden. Je hebt iets nodig waarop alle verschillende kleurschakeringen, die de natuur rond zonsopgang of zonsondergang voort- brengt, hun uitwerking kunnen hebben en dat zijn wolken. Als je ooit bij zonsopgang of zonsondergang een lege, wolkenloze hemel hebt gezien, weet je hoe levenloos dat kan zijn en daarom zijn wolken zo belangrijk. Als je bij zonsopgang of zonsondergang geweldige wolkenluchten hebt, ga je een geweldige foto maken (ja, dat maakt een groot verschil). Dus laat je niet afschrikken door een weerbericht dat het over bewolking heeft. Als het bewolkt wordt, is de kans groot dat je met iets moois naar huis gaat. Lees verder Gebruik wolken in landschapsfotografie!

Zo fotografeer je de zonsondergang

Iedereen raakt ontroerd door een mooie zonsondergang. Een mooie foto daarvan maken is nog niet zo eenvoudig. Met deze trucs gaat het veel beter. Licht meten boven de zon: zo fotografeer je de zonsondergang…

Zo fotografeer je de zonsondergang
Richt je lichtmeter net boven de zon voor de beste belichting. Locatie: Faëröereilanden, Denemarken.

Licht meten boven de zon

Omdat je tegen de zon in fotografeert, kan de ingebouwde lichtmeter van je camera behoorlijk in de war raken en wat er zo mooi uitzag toen je daar stond, komt er… nou ja… behoorlijk flets uit. Gelukkig is er een simpele truc om elke keer perfecte foto’s van zonsondergangen te maken. De truc is om net boven de ondergaande zon zelf te richten (maar zorg ervoor dat je de zon zelf niet door je zoeker kunt zien) en houd vervolgens de ontspanknop half ingedrukt, wat de camera vertelt om de belichting in te stellen voor precies dat wat hij op dat moment in de zoeker ziet. Dit zorgt voor een perfecte belichting van je zonsondergang, maar laat die ontspanknop nog niet helemaal los (houd hem ingedrukt). Nu kun je je camera verplaatsen en opnieuw naar wens kadreren. Door die knop ingedrukt te houden, heb je die perfecte belich ting vergrendeld en als de compositie er dan goed uitziet, druk je de ontspanknop helemaal in en maak je de foto. Je hebt de belichting vergrendeld en de scène perfect vastgelegd. Lees verder Zo fotografeer je de zonsondergang

Zo maak je betere flitsfoto’s

Met de camera’s en flitsers van tegenwoordig kun je prachtige ingeflitste foto’s maken. Onderstaande tips helpen je om je beter te leren flitsen. De tips voor betere flitsfoto’s komen uit mijn boek ‘Het beste van Scott Kelby over digitale fotografie’. Het boek staat vol met dit soort tips op elk fotografisch gebied.

Let op je diafragma

Bij geflitste foto’s van mensen is de achtergrond vaak een diep zwart gat. Dat komt doordat de camera bij de bak licht die een flitser geeft, vaak een kleine diafragma-opening kiest. Gebruik je F5,6 als uitgangsdiafragma, dan is de achtergrond op een flitsfoto beter belicht. Tijdens het fotograferen, kun je nog experimenteren met het diafragma om te kijken wat het mooiste effect geeft.

De ingebouwde flitser geeft hard licht en de kans op rode ogen is groot. Als je het vermogen ervan terugneemt, worden de resultaten mooier.

Lees verder Zo maak je betere flitsfoto’s

Beter scherpstellen: scherpere foto’s

Voor het perfect scherpstellen van een foto zijn er een paar zeer handige trucs. Hieronder legt ik je uit waar je op moet letten om elke foto haarscherp te krijgen. De tips komen uit mijn nieuwste boek ‘Het beste van Scott Kelby over digitale fotografie’. Daarin staat op elke bladzijde één enkel concept dat jou fotografisch beter maakt. Beter scherpstellen: scherpere foto’s

Op ISO 200 geeft de camera een ragfijne scherpte die hier door het verhoogde contrast door flitslicht nog prominenter wordt.

Soms denken mensen dat ze dure objectieven nodig hebben om scherpe foto’s te krijgen. Peperdure objectieven hebben inderdaad vaak een betere scherpte, maar tegenwoordig kun je met een kitlens al ragscherpe foto’s maken. Dat je de camera-instellingen in de vingers hebt, is veel belangrijker voor het bereiken van de ideale scherpte. Diafragma, sluitertijd en ISO hangen altijd met elkaar samen en voor de beste scherpte moet je leren wat de beste combinatie van deze ingrediënten is. Lees verder Beter scherpstellen: scherpere foto’s