Fotograferen met de kleine flitser: aan de gang met Lensflare

Fotografie is schilderen met licht. Of we nu fotograferen met natuurlijk licht of kunstlicht, een goed belichte foto kan het verschil maken tussen een snapshot en een ‘wow’-plaat. Het boek Fotograferen met een kleine flitser behandelt een van de meest gebruikte lichtbronnen door (aspirant)fotografen die met zo min mogelijk middelen mooie foto’s willen maken: de speedlight ofwel de kleine flitser. Je zult na het lezen van dit boek niet alleen snappen wat deze kleine flitsers voor je kunnen doen, maar ook veel tips hebben opgepikt over het werken met modellen, omgevingen en meer. Hieronder lees je een voorproefje uit het boek over het bewust gebruik van lensflare. (H.F.)

Lensflare

Dit is echt helemaal mijn ding. Zorg ervoor dat je de flitser niet direct op je onderwerp richt maar meer op de lens. Haal de zonnekap van de lens en gebruik het liefst een oudere lens of een lens die zeer gevoelig is voor lensflare en ga aan het werk (foto hierboven). Je kunt de lensflare overdreven in beeld zetten en op het model richten, maar het nadeel is dan dat je ook 100% kans loopt dat je een gedeelte van het gezicht overbelicht. Dit hoeft geen ramp te zijn, maar meestal wil je dit niet.

Op bovenstaande foto zie je een soortgelijke opstelling, maar je ziet dat het model niet overbelicht is. Hoe kan dat? Het antwoord is relatief simpel. Richt de flitser niet op het model maar plaats de flitser wat verder naar voren, dus bijna naast het model. Op deze manier krijgt het model alleen licht van de zijkant van de flitser. Dit is vaak een zachte kwaliteit licht en het betekent ook minder output. In dit geval dus twee positieve factoren en omdat de flitser nog steeds recht in de lens schijnt: lensflare.

Hier (foto hierboven) combineer ik beide technieken met wat beweging. De flitser is nu net buiten beeld. Bij het maken van de foto zorg je ervoor dat je de flitser recht in de lens laat schijnen vanuit de uiterste hoek. Vlak voor het maken van de foto beweeg je de camera iets naar (in dit geval) rechts, zodat de flitser net buiten beeld valt, en je krijgt een lensflare zonder dat je de flitser ziet. Voeg er een gel aan toe en het feest is compleet. Tenminste, dat geldt voor mij. Natuurlijk kun je de flitser er ook uit croppen, maar voor het voorbeeld heb ik hem even in beeld laten staan (foto onder).

Rode gloed

Een andere vorm van lensflare kan ook zeer spectaculair werken. Kijk bijvoorbeeld eens naar bovenstaande foto. Je ziet hier geen rode flitser in beeld, maar wel duidelijk een lensflare en rode gloed door de hele foto. Hoe krijg je dit effect? Het antwoord is supersimpel. Lensflare ontstaat door licht dat op de lens valt, en daarom gebruiken we natuurlijk allemaal een zonnekap. Maar wat nu als we dat licht expres recht in de lens laten schijnen? Ja, dan krijg je lensflare. Maar in dit geval zie je nergens een flitser, dus waar komt het vandaan? Wat je niet ziet op de foto is dat ik recht onder de lens een flitser met een rode gel heb. Ik houd die vast en de lens rust bijna op de gel. Als de flitser nu afgaat, krijg ik een enorme hoeveelheid licht op de lens en dat is wat je ziet in de foto. Je kunt de flitser natuurlijk aan elke kant houden voor andere effecten. Verander de hoek en het effect wordt heftiger of minder heftig. Zoals je ziet is lensflare een enorm creatief iets.

Ben je trouwens een echte fan van lensflares, dan kan het zijn dat je flink teleurgesteld wordt als je dit uitprobeert met echt goede lenzen. Deze zijn namelijk vaak voorzien van speciale coatings waardoor lensflare behoorlijk agressief tegengegaan wordt. Wat moet je dan doen als je toch wilt genieten van al die mooie flares?

De eerste oplossing is simpel: heel goedkope lenzen kopen op Marktplaats. Voor het Sony-systeem kun je bijvoorbeeld denken aan de oude autofocus Minolta-lenzen. Je koopt ze voor weinig en ze zijn nog best goed ook. Ten tweede, als je nog extremer wilt, dan moet je eigenlijk naar de echt oude lenzen zoeken. Je kent ze nog wel (en waarschijnlijk heb je een doos ergens op zolder staan), namelijk de M42-schroeflenzen. Dit zijn lenzen die je vaak voor minder dan 10 euro kunt kopen op rommelmarkten. Via een converter kun je ze gebruiken op de meeste camera’s. Het enige nadeel is dan wel dat je manueel moet focussen.

Hier zie je mijn Sony-camera met de Techart-module en een paar vintage lenzen.

Heb je een Sony-camera? Dan is dit geen probleem. Koop bijvoorbeeld een Techart- of Fotodiox-module. Die maken namelijk van een Leica-M-lens die manueel is een autofocus- lens op de Sony-camera’s (momenteel alleen nog voor Sony). Ik gebruik zelf beide systemen en ze werken allebei gewoon heel goed. De snelheid van het autofocussysteem is ongeveer te vergelijken met een ‘slechte’ alternatieve lens voor je systeem. Zeker geen snelheidsmonster, maar 100% bruikbaar, zelfs voor straatfotografie.

De Techart heeft een Leica-M-vatting, dus vergeet niet om er een converter van Leica-M naar bijvoorbeeld M42 bij te kopen. Let op: niet alle converters passen op deze AFmodules. Wij hebben zelf een stukje van de converter afgeslepen maar koop als je dit niet durft de converters dan bij Techart. Nadeel is dat je dan wel een stuk meer betaalt. Twijfel je erg aan de lenzen en wat je moet kopen, dan raad ik je aan om ‘op de zebra’s te letten’ (zoals ik altijd zeg).Want eigenlijk alle lenzen die ik tot nu toe in mijn collectie heb met dit soort zebrastrepen zijn erg goed toepasbaar in moderne fotografie.

Denk aan merken als Takamur, Jena, Zeiss en natuurlijk Leica. Natuurlijk zijn er meer merken, maar als je een beetje vertrouwd bent met het vintage gedeelte en weet wat je moet hebben kun je met deze merken eigenlijk bijna geen miskoop doen. Vind je het allemaal toch een beetje eng en wil je liever niet werken met converters en oude lenzen, dan is er gelukkig ook een moderne variant: de waarschijnlijk wel bekende Lensbaby.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.