Afprinten, uitprinten of gewoon printen?

Omslag-DTP-NaslagboekTijdens het gesprek met Jan Ris en Annelize van Dijk – de auteurs van het DTP-Naslagboek – ontdekten we dat het trefwoord Printen niet in het register stond. Er was geen apart lemma gewijd aan Printen! Dat zinde Jan Ris helemaal niet en daarom schreef hij deze gastblogpost over Printen. (H.F.)

Dtp

‘Kan ik bij jou even een boekje afprinten?’ begint een vriend het telefonische gesprek. Ik roep dat hij daarmee een knallende contaminatie afgeeft. Het boeit hem niet.

Aldus PageMaker
Aldus PageMaker.

De printrevolutie begon in 1985, met de eerste PostScript printer, de loodzware LaserWriter van Canon. Uiteraard gekoppeld aan een Macje met een halve MB werkgeheugen en 9 inch zwart/wit scherm. Daarop draaide je – vanaf een diskette, mind you – Aldus PageMaker, de illustere voorganger van InDesign. Diezelfde dag nog werd dtp geboren, een term die we te danken hebben aan de baas van Aldus, Paul Brainerd.

De Macintosh Plus met de Apple LaserWiter.
De Macintosh Plus met de Apple LaserWiter.

Vanaf dat illustere moment was een grafisch vormgever in staat om, als volledig zelfstandig eenmansbedrijf, een krant of tijdschrift samen te stellen, vorm te geven én uit te geven. Een proces dat in al die jaren daarvoor alleen voor de bakker kwam door de noeste arbeid van vele grafische ambachtslieden, van de typemachine van de journalist en de CMYK-scanner van de lithograaf, via de Linotype van de zetter tot de diepdruk van de drukker.
Tot zover de (over)bekende historie, maar er is heel wat veranderd aan dat printen. Zo druk je nu draadloos vanaf je iPad Pro een bloedvat, een pistool of zelfs een slagroomsoes af naar je persoonlijke 3D-printer.

Meer van hetzelfde?

Aan de 2D-kant is alles wel sneller en mooier en vooral goedkoper geworden, maar in de kern printen we nog steeds naar hetzelfde platte papier, ook al zijn de afdrukken nu standaard in FC. Printen doe je thuis weerzijdig op een 6-kleuren inkjet van nog geen 100 euro. Die apparaten zijn zo goedkoop dat je beter een nieuwe printer kunt kopen als de toners op zijn dan toners vervangen (10 ml inkt voor 32,95 euro!). Nog een paar jaar en een 3D-printer kost net zo weinig als een inkjet nu. Zouden de 3D-‘toners’ tegen die tijd ook zo buitenproportioneel duur zijn als die 2D nu?

Mensenwerk

We weten het: ondanks de verregaande automatisering blijven mensen nodig die de teksten schrijven, de foto’s schieten en al die artikelen opmaken. Met andere woorden: het blijft mensenwerk, hoewel het benodigd aantal daarvan de laatste jaren wel schrikbarend afneemt. Had je ooit voor het produceren van een tijdschrift 10 redacteuren, 6 vormgevers, een art director, een zetter en een lithograaf nodig, dan wordt datzelfde tijdschrift nu gemaakt door 3 zwervende redacteuren en 1 vormgever thuis. Wel lekker goedkoop, maar worden de tijdschriften er beter op?
Jan Ris

Lijkt het boek je wat? Bestel het bij de uitgever, bij een online boekhandel of bij je aardige boekwinkelier om de hoek.

Een gedachte over “Afprinten, uitprinten of gewoon printen?”

  1. Leuke bijdrage. De gewone printers kunnen zo goed printen doordat we PostScript en PDF omarmd hebben en de standaards van Adobe uiteindelijk goedwerkende ISO-standaards werden waarbij het kleurmanagement van ICC (gebaseerd op de oude techniek van LinoColor) een vast onderdeel is van onze productiesystemen. Wil 3D-printen ook zo succesvol worden dan moeten de standaards voor kleurmanagement ook ISO-genormeerd worden waarbij de definitie van de buitenste laag (of lagen) vastgelegd moet kunnen worden in zowel absolute als relatieve waarden. Dat is nu nog niet zo waardoor experts bestanden onnodig intensief moeten bewerken. Pas als de derde dimensie en het oppervlak in beide systemen (absoluut en relatief) vastgelegd kunnen worden kun je voorspelbare kleuren realiseren. Nu koppelen we meerdere profielen en kunnen we de kleurintensiteit aanpassen met behulp van bv DVL’s (Device Link Profielen). Bij 3D-printen is die techniek nog steeds geen standaard. Daar is grote behoefte aan maar er is nog steeds geen goed bruikbare oplossing voor. Fabrikanten van 3D-printers zijn (op de korte termijn) niet geïnteresseerd in het zelf ontwikkelen van dergelijke standaards. Net zoals destijds o.a. Berthold, Hell, Crosfield, Monotype en Compugraphic niets wilden weten van een generieke PDL. Er was een organisatie als Adobe voor nodig om de gebruiker de nodige faciliteiten (apparatuuronafhankelijke aansturing met relatieve en absolute maatsystemen) uiteindelijk te bieden. Ik hoop dat Adobe nu weer het voortouw neemt door de standaards voor 3D-aansturing en 3D-kleurmanagement te realiseren. Zodat ze die na verloop van tijd weer kunnen inbrengen als ISO-standaards. Daar waar – volgens mij – een grote behoefte is om van 3D-printen in de privésfeer een succes te maken. Zonder die standaards lukt het niet, denk ik.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.