Handboek Canon EOS: Auto ISO

Canon EOSHet boek van de maand januari is het Handboek Canon EOS, het ultieme naslagwerk voor alle Canon EOS-fotografen. Het is geschreven door Pieter Dhaeze. Deze maand publiceren we op dit blog een aantal voorproefjes uit het boek. Dit is het 1ste voorproefje. Het behandelt Auto ISO. Met Auto ISO kiest de camera een andere ISO-waarde als de lichtomstandigheden veranderen. Hoe dat werkt en hoe je het op je Canon EOS-Camera instelt lees je in dit voorproefje. Het 2de voorproefje uit het boek – over de elektronische waterpas – vind je HIER. Het 3de voorproefje over Wifi en Canon EOS vind je HIER. Het 4de voorproefje over de EOS Utility vind je HIER.

‘Slimme’ Auto ISO

De beginselen van fotografie zijn al vele decennia hetzelfde. Je hebt een onderwerp, er is licht en met een bepaalde lensopening (diafragma) wordt een beeld gedurende een zekere tijdsduur (sluitertijd) op een lichtgevoelig (ISO) medium geprojecteerd. De ontwikkeling der techniek heeft ervoor gezorgd dat de lensopeningen groter geworden zijn en zo de sluitertijden korter. Ook de ISO heeft – vooral sinds de overstapnaar digitaal – een behoorlijke sprong voorwaarts gemaakt. Was vroeger een rolletje van 400 ASA redelijk bijzonder, nu begint een gevoeligheid na ISO 6400 pas exotisch te worden. Een verschil van maar liefst 4 stops. In deze paragraaf staan we daarom stil bij de keuze van de juiste ISO-waarde en het nut van Auto ISO.

Belichtingstraject

Hoe krijg je de juiste belichting? Dus een helderheid van een foto die overeenkomt met de werkelijkheid of die een vertaling is van het creatieve concept van de fotograaf. Diafragma, sluitertijd en ISO zijn daarin bepalend. Als er veel licht is, dan kun je met heel veel combinaties van diafragma en sluitertijd een foto correct belichten en zo spelen met scherptediepte en bewegingsonscherpte. Zelfs bij ISO 100. Maar wat gebeurt er als de hoeveelheid licht minder wordt? Dan wordt het een uitdaging om met weinig spelingsruimte toch scherpe foto’s (sluitertijd) te maken van een zo hoog mogelijke kwaliteit (ISO). Hoe komt de juiste combinatie van diafragma, sluitertijd en ISO dan tot stand? Als het onderwerp geen grote scherptediepte vereist, dan werk je bij minder licht met een zo groot mogelijk diafragma, bijvoorkeur tussen f/2 en f/4. Nadat een lensopening gekozen is, zal op basis van de lichtmeting en de ingestelde ISO een bepaalde sluitertijd benodigd zijn. Zie je dat deze sluitertijd te lang is om scherp uit de hand te fotograferen (1/50s of langer) of dat de foto sterk onderbelicht is, dan zal de ISO verhoogd moeten worden. Dit 1-2-3-traject (1. diafragma, 2. sluitertijd, 3. ISO) wordt niet alleen doorlopen als je zelf op basis van de interne lichtmeter de belichting handmatig regelt,maar ook als de camera de belichting (half)automatisch regelt.

Kijk maar eens naar de P-stand met Auto ISO. Als er weinig licht is, dan zal de camera eerst op zoek gaan naar een groter diafragma tot de maximale lichtsterkte van de lens bereikt is. Vervolgens gaat hij de sluitertijd langer maken. Komt hij echter op het punt dat de sluitertijd te lang (bewegingsonscherpte) wordt voor het gebruikte brandpunt (t=1/f*), dan zal hij de ISO gaan verhogen.

  • Voorbeeld | EOS 80D met EF-S 18-135mm f/3.5-5.6 IS. P-stand en Auto ISO. Je bent ingezoomd tot f=135mm (f* = 1.6 x f = 216mm). Je fotografeert bij weinig licht en drukt de ontspanner half in. Als diafragma kiest de camera op basis van het geringe licht direct f/5.6 (de maximale lichtsterkte bij f=135mm). Hij zal de sluitertijd aanvankelijk niet langer willen maken dan 1/216s (praktisch wordt dat 1/200s) en afhankelijk van de hoeveelheid licht zal hij vervolgens de ISO gaan verhogen tot bijvoorbeeld ISO 800. Dit belichtingstraject wordt ook zo in de Av-stand door de camera gebruikt, behalve dat je daarin zelf het diafragma kiest.
Auto ISO

Vaak wordt gesuggereerd dat je alleen in de M-stand goed belichte foto’s kunt maken, maar als je in de bovengenoemde situatie bent, waar de P-stand met Auto ISO tot f/5.6 – 1/200s en ISO 800 komt, dan zal de kwaliteit van de foto in de M-stand niet anders zijn, want je volgt dan eigenlijk hetzelfde beslissingstraject. Het enige verschil in de M-stand is, dat je weet dat de lens beeldstabilisatie heeft en de sluitertijd niet 1/200s hoeft te zijn voor een scherpe foto uit de hand, maar slechts 1/50s (2 stops). De gevoeligheid kan dan lager zijn en in plaats van ISO 800 kan deze ISO 200 zijn. Dat heeft als voordeel dat de foto minder ruis heeft.

Auto ISO
De ‘slimme’ Auto ISO houdt rekening met het brandpunt van de lens en eventuele beeldstabilisatie of je kiest een vaste waarde, zodat beweging van het onderwerp bevroren is.

Dat ‘intelligentie’-voordeel van de fotograaf in de M-stand heeft bijvoorbeeld de EOS 80D echter ook in de P-, Av- en Tv-stand met zijn ‘slimme’ Auto ISO. De camera weet namelijk met welk brandpunt gefotografeerd wordt (EF en EF-S lenzen) en hij kent de regel 1/f* (sluitertijd=1 gedeeld door het 35mm-equivalent brandpunt). Op basis van die berekende sluitertijd kiest hij vervolgens de gewenste gevoeligheid.

Dat werkt zo bij alle EOS-camera’s met Auto ISO, maar bij de EOS 80D kun je aangeven of de minimale sluitertijd langer of korter moet zijn dan de standaard 1/f*. In het menu ISO-snelheidinst. (2e rode tab, 2e optie) kun je bij de optie Min. sluitertijd kiezen voor Auto en dan Langzamer of Sneller (-/+3 stops). Bij -2 zal de camera in bovenstaand geval dus geen 1/200s kiezen, maar twee stops langer, zijnde 1/50s. Hetzelfde als we zelf gedaan zouden hebben in de M-stand. En het leuke van deze automatische optie is dus dat we minder denkwerk hebben als we in- en uitzoomen met een zoomlens,want de EOS 80D doet alle berekeningen. Je kunt ook kiezen voor Sneller en dat is dan vooral bedoeld als je snel bewegende onderwerpen met een korte sluitertijd wilt bevriezen. Dus bij +2 wordt de sluitertijd in genoemd voorbeeld geen 1/200s, maar 1/800s en zal op basis daarvan de ISO kiezen.

De opties Langzamer en Sneller voor de Min. sluitertijd zijn handig, maar als fotograaf moet je ook altijd nog oppassen voor onscherpte door beweging van het onderwerp. Je kunt uitgezoomd bij 18mm (f=1.6×18=ca. 30mm) met een lens met beeldstabilisatie bij 1/10s misschien wel een scherpe foto uit de hand nemen, maar bij een dergelijke sluitertijd wordt zelfs het knipperen van de ogen of worden bladeren in een licht briesje onscherp. Voor alledaagse onderwerpen is 1/60s daarom een mooie ondergrens voor lenzen met een brandpunt tot f=200mm.

Het menu ISO-snelheidinst. kent daarom nog een andere optie en dat is Handmatig. Daarmee kies je zelf een ondergrens in sluitertijd, ongeacht het gebruikte brandpunt. De camera zal de sluitertijd dan nooit langer kiezen dan de ingestelde waarde. Je voorkomt daarmee de genoemde onscherpte door beweging van het onderwerp bij korte brandpunten. Staat de handmatige Min. sluitertijd op 1/60s, dan zal de sluitertijd dus ook bij gebruik van groothoeklenzen niet onverwacht voor onscherpte zorgen.

Voor snelle onderwerpen kun je de Min. sluitertijd handmatig op 1/1000s zetten, zodat je ook in de P- of Av-stand altijd bevroren actie fotografeert. Als je deMin. sluitertijd vaak en snel wilt veranderen, zet deze optie dan in My Menu (groene tab).

Samenvating

Zet je een EOS-camera met een ‘slimme’ Auto ISO in de Av-stand met Meervlaksmeting op Auto ISO en kies je een Min. sluitertijd van 1/60s, dan krijg je in meer dan 90% van de gevallen zonder veel denkwerk en toch gecontroleerd een goed belichte opname met een optimale combinatie diafragma, sluitertijd en ISO. Zie je bij terugkijken (histogram) dat de foto te donker of te licht is, dan corrigeer je dat met respectievelijk een positieve of negatieve Belichtingscompensatie. Simpeler en sneller kan niet. Je hebt zo dus meer aandacht voor je onderwerp en krijgt toch dezelfde goede belichting als in de M-stand. Ook zorgt de genoemde automatiek voor een kleinere kans op grote belichtingsmissers, wat in de M-stand nogal eens kan gebeuren. Wil je met een zoomlens met beeldstabilisatie altijd op de ondergrens zitten van de sluitertijd om bij elk brandpunt met een zo laag mogelijke ISO te werken, zet deMin. sluitertijd dan op Auto -2 of -3. Let wel dat er dan bij korte brandpunten grote kans op onscherpte is door beweging van het onderwerp. Werk je met een lens met een vast brandpunt, zet de Min. sluitertijd dan op een vaste waarde, waarbij 1/f* een uitgangspunt is.

Bij verschillende onderdelen uit het boek kun je extra informatie krijgen met een filmpje. Dit is het filmpje over Auto ISO:

Geef een reactie