Niels ‘Shoe’ Meulman – Woordontwerper, steeds dichter bij God

shoeDit interview maakte ik september 2009 met Niels ‘Shoe’ Meulman voor Dzone 128. Een beetje ouwe koek, zeg je misschien? Nou, nee! Kijk vandaag maar in het Volkskrant Magazine naar de prachtige initialen die hij maakte bij de interviews in het magazine. (H.F.)

Niels Meulman dankt zijn naam Shoe uit zijn graffitiverleden. Als Shoe was hij beroemd en berucht in binnen- en buitenland. Vervolgens leerde hij grafisch ontwerpen bij Anthon Beeke, richtte zelf een ontwerpbureau op – Caulfield en Tensing –, werkte een tijd bij reclamebureau FHV/BBDO en begon weer voor zichzelf met reclamebureau Unruly. Inmiddels houdt Meulman zich bezig met wat hij noemt calligraffiti, een kruising tussen kalligrafie en graffiti, en maakt hij eigenlijk nog zelden reclame. Dzone sprak met Meulman uitgebreid over het nu, maar ook over het toen.

Laten we omgekeerd met je carrière beginnen, we komen vanzelf wel weer bij het begin. Wat doe je nu?
‘Ik ben nu eigenlijk calligraffiti. Dat is het wat de klok slaat. Vrij werk dus. Ik heb dit jaar welgeteld één reclameopdracht gedaan. Dat komt waarschijnlijk deels door de crisis, maar het komt ook doordat ik heb aangegeven dat ik dat niet meer zo ambieer. Als het een opdracht is waarbij je je ei kwijt kunt, is het wel altijd leuk en dat wil ik ook nog steeds doen. Mijn hersens werken nog steeds als die van een artdirector. Ik weet heus nog wel iets over communicatie, maar ik heb me nu erg gespecialiseerd in de calligraffiti.’

Wat je nu maakt is dus meer ‘kunst’ dan ontwerp.
‘Daar heb ik een eenvoudige definitie voor: je hebt toegepast ontwerp en dat is communicatie, en je hebt vrij werk en dat is kunst. Ik maak wel eens kunst in opdracht; dan vraagt men iets om met wat ik doe. Dan doe ik dat wel, maar als het echt met een briefing is, is het geen kunst meer. Maar nu maak ik dus kunst.’

1

Had je niet zoveel zin meer in reclame?
‘Eerlijk gezegd niet. De weg van kunstenaar is echter wél een lastige weg om te bewandelen. De reclamewereld kan een soort gespreid bedje worden en dat was het ook wel een tijdje voor mij. In de Unruly-tijd – toen ik voor mezelf werkte – hadden we altijd wel leuke opdrachten, het geld ging goed en we hadden lol in ons werk, maar toch was het op een gegeven moment niet meer…’

Leuk om te doen?
‘Nou ja leuk, het was niet meer bevredigend. Ik wilde op een gegeven moment iets anders en het werk met die kalligrafie zit bij mij heel diep van binnen en dat moest er gewoon uit. Als ik ergens de beste van de wereld in wil worden, ligt dat daar en niet in het bedenken van campagnes. Daar zijn anderen misschien net wat beter in.’

Zit die kalligrafie ook niet heel dicht tegen graffiti aan?
‘Hangt er vanaf hoe je het bekijkt. Ik heb calligraffiti uitgevonden om het truttige dat een beetje om kalligrafie heen hangt – het is een beetje een ouwewijvenambacht in Europa – er vanaf te halen. Ik denk dat mensen er in Japan en de Arabische wereld anders tegenaan kijken. Ik laat me inspireren door dingen die ik in een kerk zie of als ik op een kerkhof loop. Vorige week was ik in Parijs op Père Lachaise, met allemaal muren met urnen. De typografie en monogrammen die daar allemaal op staan, daar kan ik uren mee bezig zijn. Voor veel mensen is dat niet echt spannend, maar voor mij wel. Om er een modernere, ruwere kracht aan te geven, heb ik calligraffiti. Want dat is wat graffiti is: het smak! op de muur rammen, illegaal vaak en dat heeft een heel ander gevoel dan met een beiteltje letters uithakken.’

‘Ik heb calligraffiti uitgevonden om het truttige dat een beetje om kalligrafie heen hangt er vanaf te halen’

Dat heeft wel weer te maken met Japanse kalligrafen, die zo tsjak! tsjak! met een penseel een karakter maken…
‘Dat spreekt me ook erg aan. Heel veel kunst, schilderkunst, kan heel erg priegelig zijn en heel veel ambachten hebben dat ook. Ik moet er niet aan denken dat ik moet gaan zitten priegelen. Bij mij is het meer van pats! heel direct.’

Maak je je calligraffitiwerk ook zo? Op je site staat een verhaal van de kalligraaf en de koning, waarbij de kalligraaf heel veel moet oefenen om het juiste karakter in één keer op papier te zetten. Werk jij ook zo?
‘Ja. Dat verhaal staat ook op de site om dat een beetje uit te leggen. Het werk is nooit in één keer goed. Soms wel, maar meestal niet. Er gaat heel wat papier doorheen voordat het echt goed is. Ik heb nu een beetje een eigen systeem met een soort transparant kunststof papier, dat niet kreukt, waardoor ik eerst een paar tests kan maken, totdat er één goed is. Dan kan ik dat ontwerp weer overtrekken, hoewel overtrekken niet helemaal het woord is. Ik heb eronder liggen wat het ongeveer moet worden. Helemaal precies wordt het nooit wat je van tevoren hebt bedacht. Het wordt soms beter, vooral ook met spetters en dat soort dingen. Ik kom terug op mijn uitspraak, waar ik zei dat ik er niet aan moet denken dat ik heel lang ergens aan moet zitten priegelen. Ik zit soms ook wel twee weken op één ding in Illustrator aan curves te trekken om iets goed te krijgen. Dat dan weer wel.’

Kun je er van eten of moet je opdrachten aannemen om de schoorsteen te laten roken?
‘Op dit moment is het lastig, voor iedereen denk ik. Ik heb ook nog een project lopen met zijden sjaals. Dat kost nu nog geld, maar ik hoop dat ik met een aantal van dat soort projecten wel geld kan verdienen. Ik heb dit jaar mede een commercial voor Skoda gemaakt. Het was heel erg typografisch werk, echt iets voor mij. Ik kon het ook wel mijn kant op trekken. Dat was een perfecte klus, natuurlijk ook voor het geld, maar ook omdat het leuk werk was, waar eer aan te behalen viel. Ik krijg eigenlijk nooit dingen aangeboden waarvan ik denk: nee, daar heb ik eigenlijk geen zin in. Iedereen heeft zijn prijs, maar als het me echt zou schaden, zou ik het ook niet voor het geld doen. Ik heb er wel vertrouwen in dat het met het werk dat ik nu maak, de calligraffiti, uiteindelijk wel wat wordt. Ik verkoop er regelmatig al wat van. Ik was bijvoorbeeld net naar Parijs, omdat ik werk had gemaakt voor een verzamelaar, die een collectie heeft met werk dat allemaal de letter S in zich heeft.’

Waar komt je liefde voor typografie vandaan? Van Anthon Beeke? Of had je die daarvoor al?
‘Die liefde voor typografie had ik daarvoor al. Het komt van de graffiti natuurlijk. Toen ik twaalf was, zat ik met van die Edding-stiften mijn naam te schrijven op de wc van het Spinoza Lyceum; dat deed iedereen daar. Ik denk dat het toen is begonnen. In de punktijd schreef je The Clash of The Jam op de muur, die hadden een mooi logo. Ik was toen twaalf of dertien. Ik haal mijn inspiratie niet zozeer uit bijvoorbeeld strips, zoals andere graffitimakers. Ik was geïnteresseerd in simpelheid, in letters, en dat geldt nu nog steeds. Ik wil dingen alleen nog maar simpeler maken, steeds eenvoudiger. Ik gebruik weinig kleur, het gaat puur om de vorm. Ik ben wel een tijdje gefascineerd geweest door strips, maar niet om zelf te maken. Als je goed kunt tekenen, heb je vaak weer niet iets met letters. Grafici kunnen meestal niet zo goed tekenen. Ik kan wel simpel een schetsje neerzetten , maar niet echt tekenen. Wij namen die letters hier in Europa heel serieus, misschien nog wel serieuzer dan de scene in New York. We gingen als een soort ontwerpers die graffitiletters maken.’

Waar haalde je toen je inspiratie vandaan?
‘Mijn inspiratiebron was moderne kunst. Warhol, pop-art. Als jongetje had ik van Roy Lichtenstein dat Rat-a-tat-tat-drieluik in mijn kamertje hangen. Het heeft natuurlijk wel te maken met het milieu waaruit ik kom. In de tuin van het Stedelijk Museum hadden we zelfs een boomhut. Daar groeide je mee op.’

Vonden je ouders het leuk wat je toen deed?
‘Nou… Als ze weer voor de zoveelste keer ‘s nachts een telefoontje kregen om me te komen ophalen van het bureau, vonden ze het niet echt leuk meer. Op een gegeven moment zei mijn moeder: nee, ik kom hem niet ophalen. Laat hem maar lopen. Toen was ik vijftien. Mijn vader heeft het me wel een beetje meegegeven. Die nam me in ‘83 mee naar Rotterdam, waar in een museum, in Boymans, de eerste graffititentoonstelling was. Maar hij heeft niet tegen me gezegd: ga maar graffiti maken.’

Had je er zelf op een gegeven moment genoeg van om opgepakt te worden, of was dat oppakken onderdeel van de kick?
‘Hier in Nederland was het niet zo erg, maar ik ben een keer in München, in Duitsland gepakt en toen was de lol er wel vanaf. Daar hebben we drie weken in de bak gezeten, zonder een telefoontje te mogen doen, zonder een advocaat of iets. Het is niet zozeer dat ik daardoor ben gestopt, maar het viel daarna allemaal wel een beetje uit elkaar.’

Hoe kwam je bij Anthon Beeke terecht?
‘Ik was in dienst geweest, wat niet echt iets voor mij was, en daarna wilde ik maar één ding: een vak leren. Ik had daarvoor wel in boekwinkels gekeken naar logoboeken, naar boeken over kalligrafie. Ik had anderhalf jaar de grafische school gedaan, waar ik nog net loodzetten had gekregen. Ik kende natuurlijk al wel de Mecanorma-afwrijfletters. Ik heb nog mijn oude Mecanorma-catalogus, helemaal aan stukken gesneden, met schetsen erin. Dat was een soort Bijbel, die heb ik helemaal naar gort gelezen. Ik kon bij wijze van spreken de hele Franklin Gothic natekenen. Het was eigenlijk de enige input die ik had voordat ik naar Anthon Beeke ging. Bij Beeke ging er een hele wereld voor me open: die van het echte ontwerpen.

‘Bij Anthon Beeke ging er een hele wereld voor me open: die van het echte ontwerpen’

Ik heb bij Beeke geleerd te ontwerpen, zien wat een goed beeld is bij letters. De wereld die bij Beeke voor me openging, was de wereld van reprocamera’s en zetwerk bestellen. Zetwerk? Ik wist helemaal niet wat dat was. Ik had wel op de grafische school gezeten, maar van zetterijen had ik niets gehoord. We hadden bij Beeke van die enorme pillen met de letterproeven van zetterijen. De hele Amsterdamse binnenstad zat toen vol met zetterijen en die zijn allemaal in één, twee jaar failliet gegaan. Ben Bos, Headlines, noem maar op. Ik ben wel blij dat ik dat hele ambachtelijke nog heb meegemaakt. Ik denk dat ik dat er ook erg leuk aan vond: met je tekenhaak en mes aan de gang gaan. Het was bij Beeke een heel lange studio en hij zat daar achter een boekenkast. Iedereen kreeg dan een klusje, een soort bot toegeworpen. Als je het af had, moest je bij Beeke komen en dan zei hij: dat moet zo en zo. Ik was zijn assistent, wat ik wel een leuke rol vond. Maar op een gegeven moment heb je dat in je vingers, dan beheers je dat vak en dan is het goed om weer verder te kijken. Zo ben ik altijd al bezig geweest: dit kan ik nu, nu gaan we verder met iets anders en probeer ik wat ik heb geleerd, weer toe te passen.’

Daarna begon je zelf een ontwerpbureau…
‘Na drie jaar Anthon Beeke voelde ik me echt een ontwerper. Nu ben ik het, zo voelde dat. Ik beheers het vak en nu kan ik verder. Toen ben ik een bureautje begonnen, Caulfield en Tensing. Dat ging erg goed, met de komst van internet. We waren het eerste internetdesignbureau. We maakten “What’s up”, eigenlijk was dat de eerste blog. Ik had trouwens onlangs een deal met BIS voor een What’s Up-boek, maar dat ligt volkomen stil. Als je iemand weet die het wil uitgeven… Je krijgt er een mooi tijdsbeeld van. Het is nu twaalf jaar geleden. Toen waren we een soort ontwerpbureau, maar we werkten veel voor reclamebureaus. We deden veel voor Levi’s, een magazine maken, steeds campagnes bedenken.’

Wat is het verschil tussen reclame en ontwerpen?
‘Een ontwerpbureau is bezig met communicatie en een reclamebureau met marketing. Ik wilde dat laatste vak ook leren. We kregen vaak opdrachten van reclamebureaus, wat betekende dat een creatief team iets had bedacht en die lieten dat dan door ons ontwerpen. Ik wilde zelf die ideeën bedenken en dan wilde ik het ook zelf ontwerpen. Zo gingen we steeds een stapje verder, tja, eh, dichter naar God. Dichter naar degene die alles bedenkt. Snap je? Ik ben nooit klant geworden, gelukkig, want dat is natuurlijk de allergrootste God, haha. Hoewel, boven de klant van een bureau zit eigenlijk de consument… Naast artdirector ben ik dan ook nog creative director geweest, bij MTV, dat was weer een stapje verder naar God. Eigenlijk word je dan geacht helemaal niets meer met je handen te doen. Je kijkt bij mensen over hun schouder… Hoewel: dat is meer voor de artdirector. De creative director zit alleen maar in meetings. Ik wilde eigenlijk gewoon werk maken, niet alleen maar in meetings zitten. Op zich is het ook allemaal wel gelukt, ik heb uiteindelijk TMF helemaal gerestyled.’

Is het zo dat als je iets helemaal beheerst, je dan je interesse verliest?
‘Misschien wel. Ik wil gewoon verder. Ik denk dat alle creativiteit ontstaat uit nieuwsgierigheid. Of je vindt het irritant dat je dingen niet kunt. Dan wil ik dat ook kunnen of ik vind dat ik het moet kunnen.’

3

Die Japanse kalligrafen denken nooit dat ze klaar zijn…
‘Daarom denk ik dat ik nu iets gevonden heb waar ik nooit mee klaar ben. Het is wel gek. In de hiërarchie van de marketing/communicatie ben ik begonnen met letters tekenen, daarna ontwerpen, artdirection, creative direction en nu ben ik weer terug bij het begin. Misschien ben je als kalligraaf nog wel het dichtst bij God: dat hele intuïtieve, dat is het meest fascinerende wat er is. Ik vind het vooral tof als dat werk ook nog kan worden toegepast in de echte wereld. Het vervelende van kunst is dat het vaak helemaal los staat van de rest van de wereld. Ik heb bijvoorbeeld de lettering voor een jeneverfles van Bols gemaakt, dat vond ik echt leuk om te doen. Ik ben er heel tevreden over. Dat heb ik gemaakt puur uit intuïtie en gevoel en dat staat nu op die fles, dat vind ik wel goed. Ik zie me niet als verpakkingsontwerper, ik ben ervoor ingehuurd als kalligraaf. Eigenlijk ben ik woordontwerper.

‘Als ik kijk wat ik altijd heb gedaan, dan ben ik een woordontwerper! Logo’s, graffiti, kalligrafie, dat is het ontwerpen van woorden’

Als ik kijk wat ik altijd heb gedaan, dan ben ik een woordontwerper! Logo’s, graffiti, kalligrafie, dat is het ontwerpen van woorden. Niet van letters. Ik heb nog nooit een font gemaakt. Als je Shoe schrijft, is dat heel wat anders dan als je Oesh schrijft. Dan moet je eigenlijk de letters opnieuw ontwerpen, want dan is de volgorde geheel anders. De compositie is heel anders. Een O voor een E is heel wat anders dan een O na een E. Zo denk ik. En letterontwerpen is meer met de computer, dan moet je concessies doen aan het ontwerp, omdat het allemaal in elke volgorde achter elkaar moet staan. Een letter aan het einde van de zin wil je bijvoorbeeld zo’n sierlijke krul meegeven. Dat wordt wel geprobeerd met fonts, maar dan kun je beter helemaal van nul beginnen. Fonts zijn voor mensen die geen woorden kunnen ontwerpen. Als je dat doet voor een poster, doe je dat met de hand, zelf in Illustrator. Maar als je een hele lap tekst hebt, kan dat natuurlijk niet. Lappen tekst, lay-out voor magazines: hoewel ik mezelf altijd als bladenmaker heb gezien, denk ik toch niet dat ik daar beter in ben dan anderen.’

Is dat wat je wilt: ergens beter in zijn dan anderen?
Ja, tuurlijk. Dat is misschien wat ik bedoel met dichter bij God. Als iemand iets beter kan dan ik, weet hij ook iets wat ik niet weet. Dan word ik nieuwsgierig wat dat is.’

Is er een klant voor wie je nog graag zou willen werken?
‘Ik ben eigenlijk zelf mijn perfecte opdrachtgever. Met die sjaals bijvoorbeeld. Ik vind dat product erg leuk, omdat het iets sjieks is. De ontwerpen refereren aan een chique ouwewijvenparijs, maar als je ernaar kijkt, is dat weer niet zo. Ik heb dus een product bedacht waarbij ik mijn eigen opdrachtgever kan zijn. De marketing voor het product is nog niet helemaal goed, maar ik heb wel vertrouwen dat het gaat lopen. Ik loop lang genoeg mee om te weten dat als je lang genoeg doorgaat met iets, er altijd een moment komt dat het gaat lopen, tenzij het natuurlijk echt bagger is. Dat geldt ook voor mijn kunst. Als niemand het nu wil hebben, ga ik gewoon door en dan komt er wel een moment dat iedereen het wil hebben. Dat vertrouwen moet je ook wel hebben om ermee door te gaan. Een mislukte kunstenaar is misschien wel het ergste wat er is. Dan spring je gewoon van een brug af en ben je helemaal dichter bij God. Maar dat kan altijd nog…’

Meer info:
Kijk voor een overzicht van heden en verleden van Niels Shoe Meulman op:
www.nielsshoemeulman.com
www.unruly.nl
www.calligraffiti.nl
Bert Hagendoorn zat ook bij dit huidige interview. Een oud interview van Bert met Niels vind je HIER.

5

De volledige inhoud is © 2015 ComputerCreatief, tenzij anders aangegeven.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.