Een panorama schieten met je spiegelreflex

Met je mobieltje schiet je, dankzij de software van dat mobieltje, heel eenvoudig en snel een panorama. Dat levert vaak leuke resultaten op, maar regelmatig ook teleurstelling over het uiteindelijke panorama. Overgangen tussen de verschillende foto’s zien er niet mooi uit of mensen zijn doormidden gehakt. Niet mooi. Met je spiegelreflex en een beetje nadenken kun je prachtige panorama’s schieten en Lightroom of Photoshop zetten die wel voor je in elkaar.

Het panorama schieten

Er wordt onnodig moeilijk gedaan over het schieten van panorama’s met een spiegelreflexcamera. Je zou bijvoorbeeld vanaf een statief moeten schieten, liefst met daarop ook nog een panoramakop. De scène moet zo gelijkmatig mogelijk verlicht zijn. Je zou niet moeten schieten bij snel veranderende weersomstandigheden en handmatig moeten belichten, in de M-stand dus. Als je dat soort adviezen leest, dan bedenk je je wel twee keer voordat je gaat beginnen aan het schieten van een panorama (of je grijpt toch maar weer naar je mobieltje). Zo ingewikkeld is het schieten van een panorama echter niet. Een paar adviezen:
• De camera moet op het zelfde punt, in de verte scherpgesteld blijven. Als je dat niet doet, dan krijgt de software waarmee je het panorama in elkaar steekt het moeilijk. Het is bovendien lelijk die verschillende scherptediepten. Je moet voorkomen dat de camera tijdens de serie foto’s opnieuw gaat scherpstellen. De meeste camera’s hebben een knop waarmee je de scherpstelling kunt vastzetten. Zoek in de handleiding op waar die knop zit. Stel scherp, druk die knop in en houd die ingedrukt als je de serie panoramafoto’s maakt.

• Je kunt een panorama best uit de hand schieten. Probeer dan een beetje om je as heen te draaien tijdens het fotograferen, een beetje zoals je een panorama zou schieten als de camera op een statief staat en je de kop kunt draaien.

De vijf foto's waaruit het panorama samengesteld wordt. Bij de meest linkse foto zit de horizon wat hoger dan bij de rest van de foto's.  Toch kan er nog een goed panorama mee gemaakt worden.
De vijf foto’s waaruit het panorama samengesteld wordt. Bij de meest linkse foto zit de horizon wat hoger dan bij de rest van de foto’s. Toch kan er nog een goed panorama mee gemaakt worden.

• De horizon moet op dezelfde hoogte blijven tijdens het fotograferen. Veel camera’s hebben de mogelijkheid om een lijnenpatroon in de zoeker zichtbaar te maken. Dat helpt goed bij het op dezelfde plaats houden van de horizon. En wat ook helpt is de reeks foto’s in één keer snel achter elkaar schieten. Als je even pauzeert tijdens het fotograferen, raak je de draad kwijt.
• Bij een landschap kan het licht aan de linkerkant heel anders zijn dan aan de rechterkant. Pas er voor op dat je niet overbelicht. Ga uit van het lichtste deel en zorg dat dat deel goed belicht is. Het meest verstandig is dan om die belichting vast te zetten, zodat je later zo min mogelijk hoeft te corrigeren in Lightroom. Ook de belichting kun je op veel camera’s met een knop vastzetten, veelal dezelfde knop waarmee je de scherpstelling vastzet.
• De verschillende foto’s voor het panorama moeten natuurlijk overlappen, met minimaal een kwart overlap. Iets meer is niet erg.
• Het meest natuurlijke panorama ontstaat van foto’s die genomen zijn met een standaardlens: op een fullframe sensor is dat een 50mm lens, op een camera met een kleinere sensor een 35mm lens. Het staat je natuurlijk verder vrij om met een groothoek te experimenteren (daar krijg je rare vervormingen mee) of met een telelens (daar is het weer moeilijker om de horizon recht en op dezelfde hoogte te houden).

Het panorama voorbereiden

Als de belichting tussen de foto’s slechts een klein beetje verschilt, houdt Lightroom daar rekening mee en probeert die belichting zoveel mogelijk gelijk te trekken. Als de belichting wat grotere aanpassingen nodig heeft, dan is een goede manier om het uiteindelijk samenstellen van het panorama voor te bereiden als volgt:
1. Selecteer de foto’s waaruit je het panorama wilt samenstellen en ga naar de module Ontwikkelen. Zet de synchronisatie tijdens het ontwikkelen op Autom. Synchr. (Automatisch synchroniseren, cmd-klik op de Mac, ctrl-klik onder Windows). Voer vervolgens wat algemene aanpassingen uit, zoals de gewenste Helderheid, Verzadiging en zorg er bijvoorbeeld voor dat de witbalans bij alle foto’s hetzelfde staat. Als de algemene aanpassingen gedaan zijn, zet je het automatisch synchroniseren weer uit.
De instellingen bij het paneel Lenscorrecties in Lightroom hoef je hier nog niet aan te zetten, Lightroom past ze later zelf toe bij het samenstellen van het panorama.

Neem van de eerste foto een punt uit de overlapping met de volgende aansluitende foto en meet daar de waarde van de RGB met de cursor (1). Kijk in het histogram naar de waarde die dat punt heeft. In feite heb je alleen de eerste waarde nodig. Die is R 77,3. Vervolgens ga je naar de volgende foto en meet daar het zelfde punt op de foto (2). Dat is R 71,2. De gemeten waarde is donkerder dan in de eerste foto. Zet de schuifregelaar bij Belichting wat naar rechts, zodat de foto lichter wordt, schuif net zo veel totdat je ongeveer R 77,3 bereikt op het gemeten punt (3). 77,7 is ook prima.
Neem van de eerste foto een punt uit de overlapping met de volgende aansluitende foto en meet daar de waarde van de RGB met de cursor (1). Kijk in het histogram naar de waarde die dat punt heeft. In feite heb je alleen de eerste waarde nodig. Die is R 77,3. Vervolgens ga je naar de volgende foto en meet daar het zelfde punt op de foto (2). Dat is R 71,2. De gemeten waarde is donkerder dan in de eerste foto. Zet de schuifregelaar bij Belichting wat naar rechts, zodat de foto lichter wordt, schuif net zo veel totdat je ongeveer R 77,3 bereikt op het gemeten punt (3). 77,7 is ook prima.

2. Bij de volgende stap zorg je dat de belichting bij de verschillende foto’s met elkaar overeenkomt. Neem van de eerste foto een punt uit de overlapping met de volgende aansluitende foto en meet daar de waarde van de RGB met de cursor. Kijk in het histogram naar de waarde die dat punt heeft. In feite heb je alleen de eerste waarde nodig, de waarde voor R. Die is bijvoorbeeld R 77,3. Vervolgens ga je naar de volgende foto en meet daar het zelfde punt op de foto. Dat is bijvoorbeeld R 71,2. De gemeten waarde is donkerder dan in de eerste foto. Zet de schuifregelaar bij Belichting wat naar rechts, zodat de foto lichter wordt, schuif net zo veel totdat je ongeveer R 77,3 bereikt op het gemeten punt. Het luistert niet op de halve procent, want dat corrigeert Lightroom tijdens het samenstellen van het panorama toch wel. Ga op dezelfde wijze door met de volgende foto’s, door telkens een punt op de overlap te meten en die meting te gebruiken bij de volgende foto. Op die manier heb je alle foto’s gelijkmatig belicht en krijg je geen storende lichte en donkere partijen in het panorama.
Het uiteindelijke resultaat in Lightroom.
Het uiteindelijke resultaat in Lightroom.

Als je hiermee klaar bent kun je het panorama samenvoegen. Dat samenvoegen kan rechtstreeks in Lightroom of in Photoshop, dat kunt u lezen in DEZE blogpost.

2 gedachten over “Een panorama schieten met je spiegelreflex”

  1. @Henk Gianotten: Uitgaande van Lightroom werk je in 16-bits ProPhotoRGB, en ook nog eens in percentages. Lab is in Lightroom niet te vinden. De methode die ik beschrijf is snel en handig, Lightroom doet er ook nog het zijne mee, later op het moment het het samenstellen van het panorama.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.