Kleurmanagement: apparaatafhankelijke kleur

9789059406353 (1)Als je met kleurmanagement aan het werk wilt, ontkom je er niet aan om een beetje kleurtheorie tot je te nemen. Het is noodzakelijk dat je weet wat een kleurmodel is, wat een kleurruimte is, wat kleurbereik of kleurtemperatuur is. In deze blogpost lees je over apparaatafhankelijke kleur, kleurbereik, dynamisch bereik en kleurtemperatuur.
Dit is deel drie van drie blogposts over kleurtheorie en kleurmanagement. Het is afkomstig uit het boek Kleurmanagement, betrouwbare kleuren van invoer tot uitvoer. Het eerste deel vind je HIER, het tweede deel HIER.

Apparaatafhankelijke kleur

Maar alleen met deze apparaatonafhankelijke kleurruimten, zoals we sRGB of AdobeRGB noemen, zijn we er nog niet. Er zijn ook apparaatafhankelijke kleurruimten. Elk apparaat heeft een bepaalde hoeveelheid kleuren die het kan tonen of printen. Een printer kan door de inkten waarmee geprint wordt een beperkte hoeveelheid kleuren printen. Van al die kleuren kun je ook weer een kleurruimte maken. Elk apparaat van hetzelfde type is onderling ook nog verschillend: het ene beeldscherm is het andere niet, net als de ene printer anders print dan de andere. Standaard, net uit de fabriek, ziet het RGB-beeld er bijvoorbeeld op beeldschermen van hetzelfde merk en type al verschillend uit. De ene gebruiker zet daarbij zijn beeldscherm helderder dan de andere gebruiker. Wat is daarvan de juiste RGB? Een beetje minder of meer inkt tijdens het drukproces zorgt voor verschillende CMYK-waarden. En wat is het juiste CMYK voor printers of drukpersen?

Als we een kleur die gedefinieerd is als R10, G50, B150 naar twee verschillende beeldschermen sturen ziet die kleur er door de verschillende eigenschappen van die monitoren ook verschillend uit. Elke apparaat heeft zijn eigen kleurruimte. Om kleur betrouwbaar tussen diverse apparaten te kunnen tonen of printen, zoel je dus van elk apparaat de precieze kleurruimte moeten weten.

Het CIE 1931 chromaticity diagram, met daarin uitgetekend in wit, de grootste driehoek AdobeRGB en de kleine witte driehoek sRGB. In zwart getekend de CMYK-kleurruimte. De kleurruimte van AdobeRGB is bijna overal groter dan dat van de CMYK, de CMYK-kleurruimte is op veel plekken veel groter dan die van sRGB. Voor drukwerk zal je dus altijd minimaal in AdobeRGB moeten werken.
Het CIE 1931 chromaticity diagram, met daarin uitgetekend in wit, de grootste driehoek AdobeRGB en de kleine witte driehoek sRGB. In zwart getekend de CMYK-kleurruimte. De kleurruimte van AdobeRGB is bijna overal groter dan dat van de CMYK, de CMYK-kleurruimte is op veel plekken veel groter dan die van sRGB. Voor drukwerk zal je dus altijd minimaal in AdobeRGB moeten werken.

Kleurbereik en dynamisch bereik

Een tweetal onderdelen van een kleurruimte zijn kleurbereik en dynamisch bereik. Het kleurbereik – color gamut is ook een term die hiervoor veel wordt gebruikt – is begrensd door de maximaal verzadigde kleuren die een bepaald kleurruimte in zich heeft, de maximaal verzadigde kleuren die een printer of beeldscherm kunnen produceren. Een printer heeft een bepaald maximaal kleurbereik, bepaald door de kleurkracht van de pigmenten waarmee geprint wordt. Het kleurbereik van onze ogen – het grootste kleurbereik dat we kennen – is de basis waar we vanuit gaan. Het kleurbereik van een dia is erg groot, maar kleiner dan de hoeveelheid kleuren die het menselijk oog kan zien. Een sensor van een digitale camera kent ook een beperkt kleurbereik vergeleken met het menselijke oog. Bij het scannen van die dia moeten we nog meer kleur inleveren, en als we diezelfde scan op een monitor tonen of gaan drukken of printen, leveren we weer meer kleur in, telkens op verschillende manieren. Het kleurbereik van een monitor is deels groter dan dat van een drukpers, maar bepaalde kleuren die we op een inkjetprinter kunnen printen door extra inkten toe te voegen, kunnen we weer niet zien op de monitor.
Het tweede onderdeel van de kleurruimte is dynamisch bereik, het verschil tussen de lichtste en donkerste toon (dmin en dmax) in een afbeelding. Beneden een bepaalde onderste waarde zie je geen verschil in toon meer in donkere partijen, de donkere partij loopt dicht, in druk of print, of, aan de kant van de lichte partijen, waarin je in de lichtste partijen geen verschil in toonwaarde kunt onderscheiden. Een dia, met een groot dynamisch bereik, kan in lichte en donkere partijen veel meer detail laten zien, dan een gedrukte versie van de afbeelding uit de dia.

Kleurtemperatuur

Een van de onderdelen van licht waar we rekening mee moeten houden is de kleurtemperatuur van het licht. Kleurtemperatuur wordt gedefinieerd als het licht dat een hypothetisch zwart lichaam (black body) bij bepaalde temperatuur uitstraalt. De temperatuur wordt aangegeven in Kelvin. De zon heeft een kleurtemperatuur van 5900 K. Maar de zon staat steeds onder een andere hoek naar de aarde doordat de aarde draait, waardoor het licht anders door onze atmosfeer schijnt. Daardoor verandert de kleur van wit licht, naar bijvoorbeeld rood, geel of oranje. De kleurtemperatuur van een gloeilamp is ongeveer 3000 K. Onze ogen corrigeren het effect dat een veranderende kleurtemperatuur heeft, maar een camera kan dat niet goed. Vandaar er diafilm voor verschillende kleurtemperaturen is. Ook het beoordelen van gedrukt of geprint werk kan daarom het best onder licht van een bepaalde kleurtemperatuur plaats vinden.
Eenvoudig gezegd is kleurtemperatuur de kleur van de lichtbron, waarbij een lichtbron kouder of warmer kan zijn. Tl-licht wordt gezien als kouder licht, het licht van een kaars als warm. Hoe warmer het licht oogt, des te lager is de kleurtemperatuur: 1200 K voor een kaars, 3000 voor Tl-licht.

Bij de foto links was de kleurtemperatuur fout ingesteld, op 3000 K Tl-licht, waardoor de foto veel te blauw werd. Rechts de juiste instelling, zonlicht, 5500 K.
Bij de foto links was de kleurtemperatuur fout ingesteld, op 3000 K Tl-licht, waardoor de foto veel te blauw werd. Rechts de juiste instelling, zonlicht, 5500 K.

Samenvatting

Kleur en de manier waarop we kleur moeten reproduceren zitten ingewikkeld in elkaar. Elk apparaat heeft zijn eigen kleurmodel, waarvan het niet duidelijk is hoe dat zich verhoudt tot andere apparaten en andere kleurmodellen. Elk apparaat heeft bovendien zijn eigen kleur- en dynamisch bereik. Om kleur tussen allerlei verschillende apparaten op een betrouwbare manier te kunnen vertalen is kleurmanagement nodig. Een foto gemaakt met een digitale camera moet betrouwbaar vertaald worden naar een beeldscherm, als je in Photoshop, op dat beeldscherm, de foto visueel wilt kleurcorrigeren. Er moeten allerlei vertaalslagen gemaakt worden tijdens het werken met kleur. Scanner- of Camera-RGB moet worden vertaald naar monitor-RGB om het betrouwbaar op een beeldscherm te kunnen tonen. Een RGB-bestand moet uiteindelijk worden vertaald naar bijvoorbeeld CMYK om het te kunnen drukken of printen. Om grip te krijgen op alle variabelen moet er volgens een standaard gewerkt worden, waarin de kleurmogelijkheden van een apparaat precies staan beschreven, zodat conversie van het ene naar het andere apparaat nauwkeurig kan geschieden: kleurmanagement.

Meer lezen? Koop dan het boek bij de uitgever of je favoriete (online)boekhandelaar.

Een gedachte over “Kleurmanagement: apparaatafhankelijke kleur”

  1. Hans,
    Mijn dank en waardering voor dit (en veel andere) artikelen. Begrijpelijk geschreven (voor mij) en zo duidelijk dat ik hier vaak les voor 3e jaar MBO-leerlingen op baseer.
    Ed

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.