Tagarchief: landschapsfotografie

De basisuitrusting voor landschapsfotografie

Om betere landschapsfoto’s te maken, moet een aantal zaken zeker aanwezig zijn in je fototas. We bespreken hier de basisuitrusting voor landschapsfotografie en waarom je deze apparatuur moet gebruiken.

basisuitrusting voor landschapsfotografie
Een groothoekobjectief is onontbeerlijk in de landschapsfotografie.

Het beste objectief voor landschappen

Landschapsfotografie is voor het grootste deel een groothoekverhaal. Je wilt die grote, brede, meeslepende vergezichten vastleggen en een groothoeklens is daarvoor uit- gevonden. Maar welke groothoeklens? Veel mensen denken dat 24 mm ongeveer de juiste brandpuntsafstand is en daarom kiezen veel landschapsfotografen voor een 24–70mm-lens. Maar ik denk dat er een betere keuze is. Als 24 mm de juiste keuze is, wat is 70 mm dan? Nou, buiten het maken van een panoramafoto zul je 70 mm niet of nauwelijks gebruiken. Je gaat ook geen 50 mm gebruiken. Daarom ben ik voor landschappen gek op een 16–35mm-lens. Je hebt dan je ideale brandpuntsafstand van 24 mm, plus 35 mm (wat nog steeds wijd is, zodat je een beetje kunt inzoomen), maar je hebt ook een ultrawijde 16 mm. Die is geweldig als je een beeldbepalend object op de voorgrond hebt. Je kunt dan een echt meeslepende foto maken en de objecten op de voorgrond meer dan levensgroot vastleggen. Hij is zo veel veelzijdiger en lichter en een stuk goedkoper, vooral als je de lens neemt die ik gebruik: de 16–35 mm f/4. Je fotografeert geen landschappen met f/2.8 (eerder f/11), dus bespaar op kosten, formaat en extra gewicht en kies de f/4.

Waarom je een groothoek moet gebruiken

Als je landschappen fotografeert, ben je bij thuiskomst waarschijnlijk meer dan eens teleurgesteld geweest dat het ongelooflijke uitzicht dat je persoonlijk zag niet in je foto’s tot uiting kwam. Het is echt moeilijk om een tweedimensionale foto te maken met de diepte en het gevoel dat je er middenin staat. Daarom raad ik een van de volgende twee dingen aan: (1) probeer niet alles vast te leggen. Dat klopt, gebruik een zoomlens en leg opzettelijk slechts een deel van de scène vast die het geheel suggereert. (2) Koop een extreme groothoeklens. Geen fisheyelens, maar een extreme groothoeklens (zoals een 12 mm). Als je alles probeert vast te leggen, is een extreme groothoeklens (ook wel ultragroothoeklens genoemd) vaak precies datgene wat er voor nodig is om die grootse foto te maken.

basisuitrusting voor landschapsfotografie
Met de camera op statief maak je een meer doordachte compositie en met een draadontspanner voorkom je trillingen.

Statief en draadontspanner

Landschappen fotografeer je vooral voor zonsopgang en rond zonsondergang. Het zijn allebei momenten waarop er niet veel licht is. Je sluiter gaat dus veel langer open dan normaal. Als je dit soort langere belichtingen vanuit de hand probeert te maken, krijg je een hoop wazige foto’s. Daarom fotograferen we bij landschapsfotografie over het algemeen altijd vanaf een statief. Om echt scherpe foto’s te kunnen maken moet onze camera helemaal stilstaan terwijl de sluiter is geopend. Dit is voor ons dus absoluut het moment voor een statief. Het is een soort must. En als je de moeite gaat nemen om een statief mee te sjouwen en op te zetten, ga dan niet met je vinger op de ontspanknop drukken. Wanneer je de ontspanknop indrukt, beweeg je de camera en dat leidt tot wazige foto’s. Daarom moet je waarschijnlijk een draadontspanner gebruiken (een kabel die op je camera wordt aangesloten, zodat je de sluiter kunt ontspannen zonder je camera echt aan te raken).

Maar als je camera een ingebouwde draadloze verbinding heeft (waarschijnlijk wel als je je camera de afgelopen jaren hebt gekocht), kun je de gratis app voor je camera downloaden (Sony, Fuji, Canon, Olympus en Nikon hebben allemaal gratis apps die je kunt downloaden) en vervolgens kun je je camera draadloos via de app activeren. Het maakt niet uit welke methode je gebruikt, zolang je er maar een gebruikt. Kortom een groothoeklens, een statief en een draadontspanner behoren tot de basisuitrusting voor landschapsfotografie.

basisuitrusting voor landschapsfotografie
Met diafragma F11 krijg je alles scherp in een landschapsfoto.

Welk diafragma?

Als je éé diafragma zou moeten kiezen voor het fotograferen van landschappen, zou dat een gemakkelijke keuze zijn: het zou zonder twijfel f/11 zijn. Het is een diafragma waarmee je in de gehele foto alles scherp kunt krijgen, van voor tot achter en op de meeste lenzen is f/11 over het algemeen een behoorlijk scherp diafragma. Bij f/11 krijg je dus veel scherpte- diepte en een scherp resultaat. Bij f/11 moet je vanaf een statief fotograferen omdat f/11 geen diafragma is van het soort ‘ik laat een hoop licht binnen’. Maar je camera zou toch al op een statief moeten staan, dus… wat let je.

Deze blogpost De basisuitrusting voor landschapsfotografie is afkomstig uit mijn boek ‘Het beste van Scott Kelby over digitale fotografie’. Dit boek staat boordevol met dit soort tips. Op elke pagina wordt één tip besproken waar je meteen mee aan de slag kunt om je fotografie te verbeteren. Bestel het boek hier. Een andere tip Zo maak je betere flitsfoto’s vind je HIER op dit blog. Nog een tip De zeven doodzonden van landschapsfotografie vind je HIER. Ik leg je HIER uit hoe je de mooiste zonsondergangen kunt fotograferen. En HIER vind je een blogpost over de beste objectieven voor portretfotografie.

Zinvolle filters voor fotografie

Eigenlijk zijn er in de fotografie nog maar twee zinvolle filters die echt de moeite waard zijn om te gebruiken: het polarisatiefilter en het grijsverkloopfilter. Ze zijn niet goed in softaware te imiteren en daarom vind je ze vaak op de camera van professionals. We geven je hier een paar tips over de mogelijkheden.

Zinvolle filters
Met het polarisatiefilter haal je reflecties weg. Ook van lciht op opppervlakken, daardoor lijken kleuren helderder.

Lees verder Zinvolle filters voor fotografie

De zeven doodzonden van landschapsfotografie

Om geweldige landschapsfoto’s te kunnen maken, moet je een paar valkuilen vermijden. Als je ze in gedachten houdt, zal je fotografie daar zeker van profiteren. Je landschapsfoto’s gaan er gegarandeerd een stuk beter uitzien. De zeven doodzonden van landschapsfotografie…

De zeven doodzonden van landschapsfotografie
Deze foto heeft een duidelijk hoofdonderwerp dat er in volle glorie en in interessant licht op staat. Op het juiste moment gefotografeerd. Dit zijn de belangrijkste ingrediënten voor goede landschapsfoto’s.

1. Rimpelig water. Als je een meertje of gezellige haven fotografeert, is het mooi om ervoor te zorgen dat het water glad is. Dan krijg je een mooie weerspiegeling. Vermijd dus rimpelig water.

2. Bevroren water in watervallen. Zorg bij watervallen voor dat gladde, zijdezachte water door de sluiter langer open te zetten. Niets ziet er zo amateuristisch uit als een bevroren waterval. Hoe langer je sluiter open is, hoe gladder de waterval zal lijken. Experimenteer met de tijd voor het beste effect.

3. Lege, wolkenloze luchten. Een wolkeloze lucht is vaak een nietszeggend wit vlak op je foto. Vermijd dat en zorg dat er altijd een wolkje aan de lucht te zien is. de meeste mensen vinden wolken gewoon mooi, maar bij landschapsfotografie hebben ze een functie.

4. Hard zonlicht midden op de dag. Dit licht lijkt wel bedacht om de natuur en iedereen die een camera vasthoudt en deze op een willekeurig landschap richt eens flink te straffen.

5. Een scheve horizonlijn. Als er iets is dat mensen gek maakt als ze naar een foto kijken, is het een scheve horizonlijn.

6. Afleidende rommel langs de randen. Het is vooral dodelijk omdat je het zo gemakkelijk over het hoofd ziet als fotograaf. Het staat echter wel voor altijd vast in je beeld en je hebt er niets aan.

7. Geen voorgrondobject: als je foto geen sterk object op de voorgrond heeft, is hij vrijwel mislukt.

En… nu we hier toch zijn: maak geen foto’s van dode bomen of boomstronken. Oké, ik zei dat er in de landschapsfotografie maar zeven doodzonden waren, maar deze kon ik niet ongenoemd laten.

Bonustip

Als je echt vooruit wilt met je fotografie, denk dan niet meer in enkele beelden. Maak een serie en zorg dat de afzonderlijke foto’s met elkaar samenhangen. Vertel daarmee een verhaal of illustreer een concept. Zo krijgen je foto’s veel meer inhoud.

Deze blogpost De zeven doodzonden van landschapsfotografie is afkomstig uit mijn boek ‘Het beste van Scott Kelby over digitale fotografie’. Dit boek staat boordevol met dit soort tips. Op elke pagina wordt één tip besproken waar je meteen mee aan de slag kunt om je fotografie te verbeteren. Bestel het boek hier. Een andere tip Zo maak je betere flitsfoto’s vind je HIER op dit blog. Een andere tip – Gebruik wolken in landschapsfotografie – vind je HIER.

Gebruik wolken in landschapsfotografie!

De meeste landschapsfoto’s laten ook een stuk lucht zien. Hoe je met die lucht omgaat is medebepalend voor het welslagen van je foto. Bewust omgaan met de lucht in het landschap verbetert je foto’s enorm. Gebruik wolken in je landschapsfotografie!

Gebruik wolken in landschapsfotografie
De wolken geven het landschap meer diepte en drama en helpen bij de compositie. Locatie: Jokulsarlon Gletsermeer, IJsland

Bij het fotograferen van landschappen bij zonsopgang of zonsondergang, zijn de wolken je beste vrienden, omdat ze de kleuren in de lucht vasthouden. Je hebt iets nodig waarop alle verschillende kleurschakeringen, die de natuur rond zonsopgang of zonsondergang voort- brengt, hun uitwerking kunnen hebben en dat zijn wolken. Als je ooit bij zonsopgang of zonsondergang een lege, wolkenloze hemel hebt gezien, weet je hoe levenloos dat kan zijn en daarom zijn wolken zo belangrijk. Als je bij zonsopgang of zonsondergang geweldige wolkenluchten hebt, ga je een geweldige foto maken (ja, dat maakt een groot verschil). Dus laat je niet afschrikken door een weerbericht dat het over bewolking heeft. Als het bewolkt wordt, is de kans groot dat je met iets moois naar huis gaat. Lees verder Gebruik wolken in landschapsfotografie!

Zo fotografeer je de zonsondergang

Iedereen raakt ontroerd door een mooie zonsondergang. Een mooie foto daarvan maken is nog niet zo eenvoudig. Met deze trucs gaat het veel beter. Licht meten boven de zon: zo fotografeer je de zonsondergang…

Zo fotografeer je de zonsondergang
Richt je lichtmeter net boven de zon voor de beste belichting. Locatie: Faëröereilanden, Denemarken.

Licht meten boven de zon

Omdat je tegen de zon in fotografeert, kan de ingebouwde lichtmeter van je camera behoorlijk in de war raken en wat er zo mooi uitzag toen je daar stond, komt er… nou ja… behoorlijk flets uit. Gelukkig is er een simpele truc om elke keer perfecte foto’s van zonsondergangen te maken. De truc is om net boven de ondergaande zon zelf te richten (maar zorg ervoor dat je de zon zelf niet door je zoeker kunt zien) en houd vervolgens de ontspanknop half ingedrukt, wat de camera vertelt om de belichting in te stellen voor precies dat wat hij op dat moment in de zoeker ziet. Dit zorgt voor een perfecte belichting van je zonsondergang, maar laat die ontspanknop nog niet helemaal los (houd hem ingedrukt). Nu kun je je camera verplaatsen en opnieuw naar wens kadreren. Door die knop ingedrukt te houden, heb je die perfecte belich ting vergrendeld en als de compositie er dan goed uitziet, druk je de ontspanknop helemaal in en maak je de foto. Je hebt de belichting vergrendeld en de scène perfect vastgelegd. Lees verder Zo fotografeer je de zonsondergang

Zin in fotograferen dankzij Scott Kelby

kelby-digitale-fotografieIn het boek Het beste van Scott Kelby Digitale fotografie, de geheimen van professionele foto’s stap voor stap onthuld probeert Scott Kelby je met allerlei tips en trucs  en advies je een betere fotograaf te maken. Of je een professionele fotograaf bent na het lezen van het boek staat natuurlijk te bezien. Je leert er wel betere foto’s mee maken.
Lees verder Zin in fotograferen dankzij Scott Kelby

Fotografie: Moet alles scherp? Gebruik de hyperfocale afstand!

Bij het maken van landschapsfoto’s is het vaak de bedoeling om de foto van voor tot aan de einder scherp te hebben. Alles moet scherp zijn, geen vage, onscherpe struiken vooraan, geen onscherpe bomen aan de horizon, nee: alles scherp. Kortom: je moet hierbij een betere en complete controle over de scherptediepte hebben.

Om die betere controle over de scherptediepte te hebben dien je je bewust te zijn van het begrip ‘hyperfocale afstand’. Kort door de bocht gezegd is die hyperfocale afstand het punt waarop je scherp moet stellen, om bij een bepaald gekozen diafragma voor en achter dat scherpstelpunt de grootst mogelijke scherpte te krijgen, veelal helemaal tot aan de horizon.
Maar waar bevindt dat hyperfocale punt zich dan wel precies? Laten we even uitgaan van de manier waarop bij een landschap meestal wordt scherpgesteld: op oneindig. Het hyperfocale punt ligt echter niet op oneindig, dat ligt ervoor. De eigenschap van het hyperfocale punt is dat de scherpte zowel voor als achter dat punt ligt, 1/3 van de scherptediepte bevindt zich voor het hyperfocale punt, 2/3 bevindt zich achter het hyperfocale punt of – afhankelijk van het gekozen diafragma – strekt zich uit tot oneindig. Als de scherptediepte voor het gekozen hyperfocale punt zich net tot aan oneindig uitstrekt, heb je de grootst mogelijke scherptediepte.

Op oudere lenzen kun je zien hoe de scherptediepte bij een bepaalde brandpuntsafstand is verdeeld.  Hier bij f11 van iets minder dan 2 meter tot aan oneindig.
Op oudere lenzen kun je zien hoe de scherptediepte bij een bepaalde brandpuntsafstand is verdeeld. Hier bij f11 van iets minder dan 2 meter tot aan oneindig.

Met oudere lenzen kon je handmatig de juiste instelling kiezen omdat er op de lens zelf werd aangegeven hoe groot de scherptediepte bij een bepaalde diafragma-instelling was. Je kon handmatig de scherpstelring verdraaien en dan het teken voor oneindig naar het gekozen diafragma draaien, aan de linkerkant van de scherptediepteschaal, en dan zag je vanzelf waar de scherptediepte begon. Bij moderne (zoom)lenzen staat die schaalverdeling er veelal niet meer op. Dus zul je zelf moeten bepalen waar dat prachtige hyperfocale punt zich bevindt.
Lees verder Fotografie: Moet alles scherp? Gebruik de hyperfocale afstand!

George Burggraaff: ‘Het gaat uiteindelijk om het zien van het beeld’

Bovenstaand portret van George Burggraaff:
Foto © William Hoogteyling.

Voor het boek ‘Tips en Trucs voor de digitale spiegelreflexcamera’ interviewde ik vier verschillende fotografen, ieder met zijn eigen specialiteit. Dit interview – uit 2009 – is met George Burggraaff, over zijn specialiteit landschapsfotografie.

Landschapsfotograaf George Burggraaff is auteur van bijna vijftig boeken met als centraal thema het Nederlandse landschap. Hij fotografeert al vanaf zijn jeugd en versleet vele middenformaatcamera’s (6 x4,5 cm). Inmiddels fotografeert hij al weer jaren digitaal en heeft al in geen jaren meer een donkere kamer gezien. Zijn inspiratie ligt bij wijze van spreken voor de deur: Burggraaff woont in de Betuwe aan de Linge. Je hoeft maar naar buiten te stappen en je staat in het Hollandse landschap…

Hoe ben je begonnen?
‘Ik woonde eerst in de stad en daar fotografeerde ik ook mensen. Toen ik hier in de Betuwe ben gaan wonen ben ik meer het wijdse landschap en luchten gaan fotograferen. Ik zit hier midden tussen de boeren en was onder andere gespecialiseerd in de agrarische fotografie, de laatste jaren doe ik wat meer toerisme en landschapsfotografie. Ik heb altijd op 4,5x6cm gewerkt, met Rolleiflexen, Pentaxen en Mamya’s; dat soort camera’s versleet ik echt. Ik begon in 2001 met digitaal met een Nikon D1x, voor het maken van de foto’s voor Capitool reisgidsen. Hoewel de resolutie van deze camera nog niet groot was, moest dat daar mee kunnen. Ik ben uiteindelijk helemaal overgestapt op digitaal. Ik zit nu achter de computer zoals ik vroeger in de doka zat. Ik heb al in 10 jaar geen donkere kamerwerk gedaan, ik kan nu dingen doen die ik nooit kon doen met analoog. Een paar weken geleden heb ik bijvoorbeeld een foto afgeleverd van 7 x 4 meter en ergens anders een foto van 12 meter breed, allemaal mogelijk dankzij digitaal.’

Sint Nicolaasga. Koeien in de avondmist in polder de Noedweg. Nikon D3 • ISO 3200 • f/4.8 • 1/5 @ 70mm. © Fotografie George Burggraaff.
Sint Nicolaasga. Koeien in de avondmist in polder de Noedweg.
Nikon D3 • ISO 3200 • f/4.8 • 1/5 @ 70mm. © Fotografie George Burggraaff.

Lees verder George Burggraaff: ‘Het gaat uiteindelijk om het zien van het beeld’